Mindless minderen en de impact van het Akkoord
Marian Geluk

Marian Geluk

Directeur, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI)

2037 keer bekeken

 reacties

Waar is de industrie mee bezig als het gaat om het Akkoord Verbetering Productsamenstelling? Marian Geluk (Directeur FNLI) zet het rapport van het RIVM en de resultaten van het Akkoord in een bredere context. Vandaag deel één van de columns waarin ze vertelt hoe de industrie werkt aan het doel consumenten gezond te laten eten.

De zomer is in aantocht, het seizoen roept bij veel mensen de behoefte op om een kilootje kwijt te raken. Ik probeer wat minder te snoepen, wat minder op te scheppen en wat meer te bewegen. Radicaal op dieet gaan werkt niet voor mij en met mij vele anderen. Studies hebben aangetoond dat initieel verloren dieetkilo’s er op den duur bij de meerderheid weer aanzitten.

Mindless minderen 

Brian Wansink beschreef al in 2006 in zijn boek “Mindless eating”* hoe makkelijk we overconsumeren. Als een portie groter is, dan eten we gedachteloos meer. Als ons te vaak eten wordt aangeboden dan ontbreekt het ons vaak aan wilskracht om telkens nee te zeggen tegen verleidingen. Het omgekeerde is net zo goed waar, als een portie wat kleiner is, dan eten we gedachteloos minder. Dat is ook het geval bij het eten van een geherformuleerd product dat minder calorieën bevat en net zo lekker is. Ik noem dat in slecht Nederlands “mindless minderen”. Beide maatregelen, herformuleren en portiegrootte verkleinen, scoren hoog in de effectiviteit tegen overgewicht

Precies hierom gaat het ook bij het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (AVP). Dit AVP werd in 2014 gesloten tussen de FNLI, CBL, KHN, Veneca en met steun van het Ministerie van VWS. Via het AVP wordt er gewerkt aan het stellen van maxima voor bijvoorbeeld suiker of zout in een productgroep, waar de gehele branche zich vervolgens aan dient te houden.

Beide maatregelen, herformuleren en portiegrootte verkleinen, scoren hoog in de effectiviteit tegen overgewicht

Branchebrede afspraken (AVP) én individuele herformulering

Al lange tijd, ook voor het Akkoord, worden recepturen van producten aangepast om ze gezonder te maken. Zo is er in de jaren ‘80 en ‘90 veel gedaan aan vetverlaging. Die producten zijn inmiddels zo ingeburgerd dat we het bijna zouden vergeten: vetverlaagde zuivelvarianten (melk, yoghurt, kaas), margarines, chips, vleeswaren, we vinden het heel normaal. Met het invoeren van het Vinkje in 2006 was er een duidelijk target voor bedrijven om te herformuleren, hiermee konden zij zich onderscheiden van hun concurrenten. En ook al is het Vinkje afgeschaft, nog steeds zijn producenten aan het herformuleren. Het tij hebben ze nu ook mee.  Zo is er veel aandacht voor suikerverlaging. In de branches waar de marktvraag naar geherformuleerde producten stijgt, gaat het sneller. Ook supermarkten reageren op deze trend door een verlaagd suiker- of caloriegehalte te vragen/eisen van hun leveranciers.

​Vaak wordt er over deze herformulering door producenten niet expliciet gesproken

Vaak wordt er over deze herformulering door producenten niet expliciet gesproken. Enerzijds mag dit vanwege de Europese claimsverordening vaak niet als het niet in één stap met 30% (of in het geval van zout 25%) verlaagd is. Anderzijds willen veel fabrikanten het soms ook niet, om zodoende consumenten “mindless” te laten wennen aan de nieuwe samenstelling. Ik onderschrijf deze strategie, maar merk wel dat mensen (consumenten en professionals) hierdoor ook niet weten dat de productsamenstelling is verbeterd. 

Bovengenoemde herformuleringsvoorbeelden staan los van de afspraken die gemaakt zijn en nog steeds worden gemaakt in het kader van het eerder genoemde Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Via het AVP wordt er gewerkt aan het stellen van maxima voor bijvoorbeeld suiker of zout in een productgroep, waar de hele branche zich vervolgens aan houdt.

Gaat herformuleren wel snel genoeg?

Er zijn dus twee paden. Eén is een branchebrede aanpak, via het AVP, waarbij we zorgen dat er maximum norm voor verzadigd vet, zout of suiker is. Bij het andere pad passen fabrikanten of supermarkten met hun leveranciers hun producten aan, zonder afspraken te maken met de concurrenten in de markt. Zo kan er een concurrentieel voordeel worden behaald. In onderstaande tabel is weergegeven welke verschillen de aanpakken teweeg brengen.

 

Akkoord Verbetering Productsamenstelling
Individuele herformuleringen
Zuivel

5% minder suiker

17-47% minder suiker

Frisdranken

15% minder calorieën

30-100% minder calorieën

Winegums

Geen afspraken

30% minder suiker en portie grootte verkleining

Dit alles geeft nog geen compleet antwoord op de vraag of het snel genoeg gaat met herformuleren. In het recente RIVM-rapport van 27 april j.l. wordt gesteld dat er nog te veel zout en suiker in ons eten zit. Het RIVM heeft een scenario-analyse gedaan alleen op basis van het AVP en heeft geconcludeerd dat het echt niet snel genoeg gaat. Er is dus echter veel meer gebeurd dan alleen via het AVP. In bovenstaande betoog ik dat de situatie gunstiger is dan wat het RIVM doorrekent. Jammer is bovendien dat het RIVM in april 2018 publiceert op basis van de afspraken tot eind 2016. Zo missen we de ontwikkelingen van 1,5 jaar van het AVP. 

Dat gezegd hebbende blijft wat mij betreft de conclusie van het RIVM staan dat er meer nodig is dan herformuleren alleen om Nederland rigoureus gezonder te maken. We zijn nog niet klaar.

We zijn nog niet klaar

Van 9 naar 6 gram zout per dag – herformulering alleen is niet de oplossing

Laat ik zoutreductie als voorbeeld nemen. Een van de doelstellingen in het AVP is het verlagen van zout in producten. De scenario-analyse van het RIVM ten aanzien van zout laat zien dat, ook al gaan we door met herformuleren, het de consument niet gaat lukken om maximaal 6 gram zout per dag binnen te krijgen. Dat wil zeggen: niet met ons huidige consumptiepatroon. Het is nuttig dat dit zo expliciet wordt gepubliceerd. Al tijden is onder experts bekend dat herformuleren alleen niet gaat leiden tot de gewenste maximum van 6 gram zout per dag. Daarvoor zullen we toch echt ons eetpatroon moeten aanpassen.

​De Nierstichting probeert consumenten bewust te maken van zoutgehaltes

De Nierstichting probeert consumenten bewust te maken van zoutgehaltes. Denk aan kazen, worsten, olijven, hammen en gerookte zalm. Het zout zit er in voor de conserverende werking en kan daarom in beperkte mate omlaag. Het hoge zoutgehalte is vaak ook de reden dat we deze producten zo lekker vinden!

De conclusie dat we een maximale consumptie van 6 gram per dag niet halen met alleen herformuleren, ontslaat de industrie niet van onze verantwoordelijkheid. In de komende 2,5 jaar van het AVP zullen de FNLI-leden, samen met CBL, KHN, Veneca en met steun van het Ministerie van VWS blijven werken om mindless minderen makkelijker te maken!

In een volgend artikel ga ik graag in op de veelgenoemde ‘sluipsuikers’ en de technologische opties en barrières om producten te herformuleren.

* Brian Wansink is beschuldigd van wetenschappelijke fouten, onder andere statistische analyses op zijn ‘soup-bowl’ studies. Het concept van gedachteloos te veel eten en de kreet, is m.i. nog steeds correct, en is ook door vele andere onderzoekers, o.a. onderzoek van de groep van Kees de Graaf en Koert van Ittersum, aangetoond.

Het gesprek