Als je etiket maar goed klinkt

Ferry Piekart

redactie, Nederland Voedselland

Waarom zitten er bamboevezels in een hamburger? Of staat er ‘snijbietsap’ of ‘granaatappelextract’ op het etiket van een stukje vlees uit de supermarkt? ‘Dat is een poging tegemoet te komen aan kritiek van consumenten op E-nummers’, zegt levensmiddelentechnoloog Tiny van Boekel. ‘En dat zit mij tamelijk hoog.’ Dit keer in ons maandelijkse gesprek met de professor: het verschijnsel clean label.
Tiny van Boekel. Foto: Guy Ackermans

Het is geen nieuw verschijnsel, dat clean label. In maart dit jaar dook het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde er ook al een keer in. Maar het zit professor Tiny van Boekel dermate hoog, dat hij het onderwerp toch graag nog eens op Nederland Voedselland wil aanstippen. ‘Want ik vind het gewoon verlakkerij’, zegt hij.

Clean label is het verschijnsel waarbij fabrikanten van voedingsmiddelen E-nummers uit hun producten halen en ze vervangen door andere ingrediënten, met namen die onschuldiger klinken. Een verdikkingsmiddel zoals Xanthaangom (E415) wordt dan vervangen door citrusvezels of appelvezels. En het conserveermiddel natriumnitriet (E250) moet steeds vaker plaatsmaken voor plantenextracten zoals snijbietsap. Die natuurlijke ingrediënten kunnen hetzelfde E-nummer bevatten, alleen hoeft dat dan niet op het etiket te worden vermeld. We vragen aan Tiny van Boekel wat het probleem daarmee is.

Bij een E-nummer weet je precies waar je aan toe bent. Dan weet je exact hoeveel erin zit, dat het zuiver is, en dat het veilig is. Stoffen met E-nummers zijn zwáár getest. Bietensap is niet getest.

‘Het wordt voor consumenten onduidelijker wat er in een product zit’, zegt hij. ‘Neem een controversiële smaakversterker als mononatriumglutamaat. Beter bekend als MSG of E621. Dat is een toevoeging die veel mensen liever niet zien, dus vervangen fabrikanten MSG door gistextract. Daar zit óók MSG in, maar dat hoeft dan niet te worden vermeld – ‘gistextract’ volstaat volgens de regelgeving. Dan heb je dus een product waar wél MSG in zit, maar het staat niet op de verpakking. Mensen die daadwerkelijk gevoelig zijn voor MSG, moeten dan maar net weten dat het ook in gistextract zit.’

In dit voorbeeld klinkt dat gek, maar aan de andere kant: als je een appel koopt, verwacht je ook niet dat er een sticker op die appel zit met stoffen die er van nature in die appel zitten. Een appel is een appel. Zo gaat dat met natuurlijke producten.

‘Dat klopt, maar we hebben het nu over producten waarin die stoffen een functionele rol hebben. Neem nitriet (E250) in vleeswaren. Het wordt gebruikt als conserveermiddel: het gaat botulisme tegen. Botulisme is een ziekte veroorzaakt door die bacteriën, die dodelijk kan zijn. Nitriet is misschien niet de gezondste stof, maar iedereen is het erover eens dat je beter nitriet kunt gebruiken dan botulisme kunt oplopen. In hun streven om E-nummers te vermijden, zijn er fabrikanten die nitriet weglaten, en het vervangen door een bietenextract. Of een selderij-extract. Daar zit nitraat in, wat bij het bereiden van het vlees wordt omgezet in nitriet. Je krijgt dan dus nog steeds nitriet binnen, ook al staat het niet op de verpakking. Maar wel in ongecontroleerde hoeveelheden. Want hoeveel nitraat er dan precies in dat natuurlijke ingrediënt zit, en of dat bij het koken voor genoeg nitriet zorgt, is allemaal niet zo duidelijk. Terwijl je bij een E-nummer precies weet waar je aan toe bent. Dan weet je exact hoeveel nitriet erin zit, je weet dat het zuiver is, en je weet dat het veilig is. Stoffen met E-nummers zijn zwáár getest – in heel dure testen. Daar kun je dus echt van op aan. Bietensap is niet getest.’

Dat is een pleidooi voor E-nummers – maar is die strijd niet een verloren race? De consument heeft er al een oordeel over geveld.

‘Dat ben ik met je eens – het is misschien ook wel een verloren race. Maar dat is wel onhebbelijk. Het hele clean label-verhaal is een poging van de industrie om tegemoet te komen aan de kritiek van de consument. Ik vind dat de voedingssector transparanter zou moeten zijn, door uit te leggen waarom E-nummers nodig zijn. Ze hebben namelijk een functie. De industrie moet vertellen wat de consequenties kunnen zijn als e-nummers klakkeloos worden weggelaten. Levensmiddelen bederven sneller zonder conserveermiddelen of worden onveiliger; onverzadigd vet oxideert zonder anti-oxidanten; producten worden onappetijtelijk zonder verdikkingsmiddelen... en ga zo maar door. Ik vind het kwalijk dat de industrie met die clean labels de suggestie wekt dat E-nummers inderdaad niet goed zouden zijn. Terwijl E-nummers juist bedoeld zijn om mensen goed te informeren over wat ze eten. Een E-nummer kun je opzoeken, en dan weet je precies wat het is. Het is zuiver. Met die natuurlijke vervangers worden etiketten eigenlijk onleesbaar.’