De boer, de boon en duizend duiven

Ferry Piekart

redactie, Nederland Voedselland

Kidneybonen van Nederlandse bodem. Dat kan gewoon, zo merkten ze bij HAK. Het broertje van de bruine boon voelt zich prima thuis in bijvoorbeeld de Zeeuwse grond. Bonenteler Tonny de Koeijer uit Schoondijke hoefde eigenlijk niet eens zo heel veel anders te doen. ‘Ik behandel ze hetzelfde als de bruine bonen. De grootste uitdaging zijn niet de kidneybonen... maar de duiven die er dol op zijn.’

‘HAK haalt zijn groenten in een straal van 125 rondom hun fabriek in Giessen’, zegt bonenteler Tonny de Koeijer. ‘Nou, dat redden wij net!’ We staan op zijn akker in Schoondijke, in Zeeuws-Vlaanderen. Hemelsbreed 112 kilometer van Giessen vandaan. Wat er groeit, komt normaalgesproken van véél verder: kidneybonen. HAK haalde die voorheen uit onder andere Canada. Maar van Zeeuwse bodem kan ook, zo blijkt nu al een paar jaar. Het voordeel van groenten-van-dichtbij is duidelijk: het scheelt transport en dus CO2-uitstoot.

Bruinebonengebied

Maar dan moeten kidneybonen dus wel willen groeien op Nederlandse bodem. Of net over de grens in België of Duitsland; als het maar binnen die straal van 125 kilometer is. Zeeland heeft in dat gebied de beste kaarten in handen. ‘Zeeland is hét bruinebonengebied van Nederland. Misschien zelfs wel van de wereld’, vertelt De Koeijer. ‘En de bruine boon en de kidneyboon zijn familie’, zegt hij. ‘Ze ontlopen elkaar niet zo veel. Dus goede grond en een goed klimaat voor de bruine boon, is ook een goed klimaat voor de kidneyboon. We hebben als bruinebonenboeren bovendien de machines om ze te oogsten al staan.’

Bonenteler Tonny de Koeijer (rechts) op zijn akker met kidneybonen, samen met field manager Marko Wolthuis van HAK. Op de achtergrond de bomen waar de duiven hun kans afwachten. Foto: Maarten Moonen

En dus vond hij het een leuk experiment om naast zijn bruine bonen ook kidneybonen te telen. Het begon een paar jaar geleden met een proefveldje, maar inmiddels deelt hij zijn grond keurig in tweeën: 5 à 6 hectare voor de bruine boon en een even groot oppervlak voor de rode kidneyboon. Een argeloze voorbijganger zal het niet doorhebben, want je moet de ogen van een expert hebben om het verschil tussen de planten te zien. Maar De Koeijer loopt feilloos naar de plek waar de bruine boon ophoudt en de kidneyboon begint.

Oogstmoment

‘Ik behandel de kidneys eigenlijk hetzelfde als de bruine bonen’, zegt hij. ‘Voor mij verandert er niet veel. Het is een klein beetje extra werk omdat het oogstmoment meestal een paar dagen later is. Maar verder maakt het voor mij niet veel uit; ook financieel niet. Ik doe het eigenlijk vooral omdat ik het leuk vind om eens iets nieuws te proberen.’

Kidneybonenplanten in de Zeeuwse grond. Ondanks een droge periode, waarbij de droge aarde op sommige plekken begint te barsten, staan ze er fris bij. 'Irrigeren kunnen we hier niet', legt Tonny de Koeijer uit. 'Het grondwater dat je hier aan de kust oppompt, is te zout. Heb je niks aan.' Foto: Maarten Moonen

Uitdagingen zijn er ook. En die komen vooral van boven. ‘Mijn grootste probleem zijn duiven’, merkt De Koeijer op, terwijl hij over zijn akker loopt. ‘Kijk’, zegt hij terwijl hij naar een plek wijst waar geen planten staan. ‘Hier hebben de duiven feestgevierd. Dankzij de droogte. Heb je wel eens een kidneyboon gezien die net begint te ontkiemen? Dat witte kiempje dat uit de boon komt... dat vinden duiven heerlijk. Dan landen ze hier met z’n allen, en pikken ze rij voor rij alle bonen uit de grond. Het zijn er dus niet tien of zo. Maar echt duizend.’ Hij wijst naar de bomen aan de rand van zijn akker. ‘Daar zitten ze dan te wachten, tot het feestmaal kan beginnen.’

Feestmaal voor duiven

Dit jaar had De Koeijer pech met het weer. ‘Ik had de kidneys in mei gezaaid. En vervolgens bleef het droog. Dan groeien ze traag, en blijven ze lang aantrekkelijk voor de duiven. Is het natter, dan is dat kwetsbare moment veel korter.’
Even grinnikt hij. ‘Natuurlijk kijk je naar de boeren om je heen, en probeer je iets later te zaaien dan zij. Maar ja. Als we dat allemaal doen, dan zaaien we natuurlijk niks meer.’

Een knalapparaat helpt tien keer. Daarna weten ze het al: over drie seconden gaat-ie weer.

De Koeijer heeft van alles tegen de duiven geprobeerd. ‘Ik heb een vlieger gehad om ze af te schrikken. Maar daar zijn ze snel aan gewend. Een knalapparaat heb ik ook geprobeerd. Dat helpt tien keer. Daarna weten ze het al: over drie seconden gaat-ie weer.’

Opnieuw inzaaien

Gelukkig kan de kidneyplant zelf veel compenseren, net als de bruinebonenplant. ‘Als een plant meer ruimte heeft, wordt-ie ook groter en voller. Dus deels compenseren de planten zelf. Dat verbaast mij soms zelfs. Vorig jaar was het ook droog. De duiven hadden enorm huisgehouden; het barstte van de lege plekken. Het was zo erg, dat ik eigenlijk opnieuw wilde inzaaien. Maar dat deed ik niet... en uiteindelijk haalde ik toch zes ton bonen van het land. Dat was een enorme opbrengst.’

Kidneybonen van Nederlandse bodem – uit het Zeeuwse Schoondijke. Foto: Maarten Moonen

Het is inmiddels het vijfde jaar dat er kidneybonen in Nederland worden verbouwd, en de opbrengst is groot genoeg dat HAK het kan verwerken in zijn producten. Ook al komen er ook nog steeds kidneybonen uit Canada, de kans dat de kidneybonen die je in de supermarkt koopt uit Nederland komen, wordt steeds groter.