De comeback van de vergeten veldboon

Anniek Schelling

Redacteur, Nederland Voedselland

Zo'n 25 jaar geleden verdwenen plantaardige eiwitgewassen van de Nederlandse akkers. Een van de gedupeerden was de veldboon. Inmiddels zijn we hem zelfs bijna vergeten. Maar na jaren van afwezigheid, staan regionaal geteelde eiwitten plots weer in de belangstelling. Achter de terugkeer van de planten op eigen bodem, zit boerencoöperatie Agrifirm. 'Wij hebben de ambitie om plantaardige eiwitgewassen weer op de kaart te krijgen bij Nederlandse akkerbouwers en consumenten', vertelt commercieel manager Arco Amperse. Dat is voor de veldboon dé kans om zijn plek op onze bodem opnieuw te veroveren.

We duiken even terug in de tijd. Het is eind jaren tachtig. Europa heeft een behoorlijke teelt van plantaardig eiwitten. Erwten, soja, lupine. Ook veldbonen, zo'n 13.000 hectare. Het is moeilijk om op wereldschaal te concurreren, maar de overheid subsidieert de teelt, en daardoor is het voor boeren aantrekkelijk om de eiwitgewassen te telen. Er lijkt geen wolkje aan de lucht. Tot er in 1992 iets drastisch verandert.

Alle landen die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie sluiten een akkoord: het Blair House-akkoord. Europa ruilt de bescherming van de gewassen tegen een makkelijkere toegang voor banken en verzekeraars in Noord- en Zuid-Amerika. Dat betekent dat de financiële steun van de overheid verdwijnt. En daarmee ook de hoogwaardige eiwitten uit de bouwplannen van Nederlandse akkerbouwers. De teelt van deze eiwitgewassen is in één klap niet meer aanlokkelijk.

De vergeten veldboon, die langzaam terugkeert op Nederlandse akkers. 

Door die economische en handelspolitieke oorzaken, was de veldboon amper meer te zien op Nederlandse akkers. Maar nu staan regionaal geproduceerde eiwitten plots weer in de belangstelling. Door een andere mondiale ontwikkeling: de Europese import van soja wordt steeds lastiger.

De risico's van soja-afhankelijkheid

Een van die redenen is dat we momenteel voor driekwart van onze eiwitbehoefte afhankelijk zijn van import. En daar zitten risico's aan. Amperse: 'Onder andere door handelsoorlogen, en de prijsconcurrentie met grote afnemers zoals China. Maar bijvoorbeeld ook door het coronavirus, dat het nog moeilijker maakt om eiwitgewassen te importeren.' 

Daarnaast speelt ook de maatschappelijke roep om minder soja-import een rol, vertelt Amperse. Met name de import uit Zuid-Amerika, vanwege de misstanden in een deel van het gebied. Daarnaast geldt dat de Nederlandse overheid toewerkt naar kringlooplandbouw en naar meer productie van lokale grondstoffen. 'Daarom besluiten steeds meer Europese landen om soja of alternatieven daarvoor op eigen bodem te produceren.'

Iedereen kan veldbonen telen. Maar het in kaart brengen van de kwaliteiten van het gewas kost ontzettend veel tijd. Dat gaat stap voor stap.

Veldboon heeft de meeste potentie

In Nederland is Agrifirm een van de drijvende krachten achter de terugkomst van eiwitgewassen. 'Wij hebben de ambitie om het eiwitgewas weer op de kaart te krijgen bij Nederlandse akkerbouwers en consumenten', vertelt Amperse. 'Regionale productie geeft ons zicht op de teelt van het gewas, en daardoor weten we waar de grondstof vandaan komt.' 

Eiwitgewassen dichtbij telen heeft volgens Amperse ook een groot logistiek voordeel. 'Er kan van alles gebeuren met producten die we van ver halen. Denk aan een vrachtschip dat vertraging oploopt. Dat zorgt voor een voorraadprobleem. Dat voorkomen we als we eiwitten op eigen bodem telen.'

Op dit moment komen hoogwaardige eiwitten grotendeels uit het buitenland, terwijl die plantaardige gewassen volgens Amperse prima in Nederland kunnen groeien. Met name de vergeten veldboon. Volgens het onderzoek 'Kansrijke Eiwitgewassen', blijkt die boon het meest kansrijk. Amperse: 'De veldboon is robuust. Hij bloeit al vroeg in het seizoen en daarmee is hij de zomerdroogte voor. Dat maakt hem geschikt voor het Nederlandse klimaat. Meer dan bijvoorbeeld soja, dat vanwege de relatief late oogst grotere teeltrisico's met zich meebrengt.' Tegelijkertijd, vertelt Amperse, kan de veldbonenteelt bijdragen aan meer biodiversiteit op akkers en zorgen voor een betere bodemstructuur. 'Zo worden we ook minder afhankelijk van traditionele gewassen als tarwe en maïs.'

De veldboon is gevoelig voor koud en nat weer, en dan kan hij de chocoladevlekkenziekte krijgen.

Veldbonen worden nu gebruikt als krachtvoer voor rundvee en voor bijmenging in kippen-, varkens- en visvoer. Verwerkt in veevoer zorgt het voor een krachtig rantsoen, en meer circulariteit. Dat maakt het voor akkerbouwers weer aantrekkelijk om hun bouwplannen in te vullen met veldbonen. De boon werkt dus hard aan zijn comeback. Maar Amperse verwacht niet dat de teelt ineens groot wordt. 'Iedereen kan veldbonen telen. Maar het in kaart brengen van de kwaliteiten van het gewas kost ontzettend veel tijd. Dat gaat stap voor stap', vertelt hij.

Veldbonenproef

Daarom begon Agrifirm dit jaar met een speciale veldbonenproef om ervaring met het gewas op te doen. 'We testen onder andere de kwaliteiten van de verschillende rassen, hoe die verwerkbaar zijn, en we kijken naar het resultaat bij de verschillende diergroepen en de teelttechnische eigenschappen', zegt Amperse. In die proef verwacht hij flink wat uitdagingen. Ondanks zijn robuuste karakter, is de veldboon gevoelig voor koud en nat weer, waardoor hij snel ziek kan worden. Amperse legt uit dat hij dan de chocoladevlekkenziekte kan krijgen – een vreemde naam, maar wie de vlekken ziet, begrijpt hem meteen.

Typisch bij de chocoladevlekkenziekte (ook wel Botrytis Fabae genoemd) op een veldbonenplant zijn de kleine rood-bruine vlekken op bladeren. Er ontstaan sporen op het dode weefsel die zich kunnen verspreiden, en daardoor de ziekte ook overbrengen op andere planten. 

Aan de proef doen tientallen veehouders en akkerbouwers mee. Waaronder akkerbouwer Ad van Bergeijk uit Werkendam. Hij had het plan om dit jaar sperziebonen te telen. Maar dat veranderde toen het coronavirus opdook. Van Bergeijk: 'Ik zag de bui al hangen. Sperziebonen zouden dit jaar nauwelijks iets opbrengen door de coronacrisis. Daarom besloot ik mee te doen aan de veldbonenproef van Agrifirm.' Of de veldboon permanent in zijn akkerbouwplan komt, kan hij nog niet zeggen. 'Ik heb nog nooit veldbonen geteeld. Mijn buurman wel, die bracht me op het idee. Volgens hem is het geen moeilijk gewas. Maar dat moet ik eerst zelf gaan ervaren.'

De veldbonenburger komt eraan

Hoe kansrijk de veldboon nu ook lijkt, volgens Amperse is het de markt die het succes van de boon bepaalt. 'Er is een hoop mogelijk met het eiwit uit veldbonen, maar het ene eiwit is het andere niet. Voor sommige toepassingen heb je andere eiwitten nodig. Zoals voor plantaardige melk. Veldbonenmelk kunnen we door de complexe structuur van het eiwit uit de boon niet maken. Met het eiwit uit soja kan dat bijvoorbeeld wel.'

Doordat de zoektocht naar de toepassingen van de veldbonen nog in volle gang is, weet Amperse nog niet zeker hoe de veldbonenmarketing eruit komt te zien. En waar de boon precies voor te gebruiken is. Zelf denkt hij dat het een kwestie van tijd is voordat de veldbonenburger zijn intrede in de Nederlandse supermarkten gaat maken. 'Burgers gemaakt van plantaardige eiwitten zijn natuurlijk niet nieuw. Er bestaat al van alles: van soja- tot linzenburger. Maar een vleesvervanger die gemaakt is van eiwit van Nederlandse bodem, bestaat volgens mij nog niet. De veldbonenburger zou een primeur zijn.' 

De veldboon simpelweg koken in water en dan opeten, raadt Amperse niet aan. 'De veldboon wordt geteeld voor het eiwit dat erin zin. Ik ken niemand die de boon in zijn geheel kookt, en met aardappelen en een stukje vlees opeet. Dat lijkt me ontzettend vies. Ik ga het in ieder geval niet proberen', zegt hij lachend.