De impact van palmolie certificering in Indonesië

Nuance in de palmolie discussie blijkt vaak lastig te vinden. Het is van grote functionele waarde, maar wordt ook geassocieerd met duurzaamheidsissues zoals ontbossing, biodiversiteit, en schending van mensen- en dierenrechten. Certificering van palmolie lijkt daarom de oplossing: voor consumenten in Nederland en producenten in het buitenland. Is dat ook zo? We gaan op onderzoek in Indonesië. 

Dit interview is een vertaling van het oorspronkelijke interview van Lauriane Chardot, Han Suling Cheryl, en Janice Ser Huay Lee.

Een team onder leiding van assistent-professor Janice Lee, hoofdonderzoeker bij het Earth Observatory in Singapore, publiceerde onlangs een onderzoek over de impact van palmolie certificering op de duurzame ontwikkeling van Indonesië. 

Assistent-professor Janice Lee onderzoekt aanjagers, processen, en mechanismen van landgebruik en herinrichting daarvan in Azië (Bron: Nanyang Technological University)

Het team evalueerde de resultaten van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), een samenwerkingsverband dat criteria heeft ontwikkeld voor palmolie certificering. Hoewel certificeringsprogramma’s effect hebben op de ecologische omstandigheden, hebben ze niet altijd hetzelfde effect op lokale gemeenschappen, blijkt uit het onderzoek. Dr. Lee vertelt ons meer over haar onderzoek en de impact van certificering en IMVO-beleid op de lokale omstandigheden in Zuidoost Azië.  

Hoe heeft je praktijkervaring je geïnspireerd om dit onderzoek te doen en hoe rijmt dat met je bevindingen?

Ik begon te werken met palmolie tijdens mijn PhD in 2009. Ik interviewde lokale boeren en dat was ook toen de implementatie  van de eerste palmolie certificering programma’s begon. Een interessant proces om mee te maken. Palmoliebedrijven wilden dat lokale boeren en leveranciers gingen certificeren, maar de boeren waren juist gefocust op hun inkomen en twijfelden aan de voordelen van certificering. In die tijd begon de discussie rondom duurzame palmolie net op gang te komen. Inmiddels is dat wel anders en wordt duurzame palmolie overal gepromoot. Omdat grote bedrijven de handel bepalen, bepalen zij ook of de verandering naar duurzamer echt kan gebeuren. 

Na het lezen van een onderzoek van één van mijn mede-onderzoekers over de impact van het Forest Stewardship Council (FSC) – een certificering voor bosbouw – raakte ik geïnteresseerd in de sociale en ecologische impact van certificeringssystemen voor palm olie. Onze onderzoeksresultaten passen goed bij wat ik in praktijk heb gezien, bijvoorbeeld in Sumatra, waar bedrijven moeten onderhandelen met lokale gemeenschappen over landgebruik in ruil voor middelen of diensten voor de gemeenschap. 

Dr. Lee in actie tijdens haar veldwerk voor onderzoek (Bron: Wardah Shafiqah/Earth Observatory of Singapore)

Heeft het certificering proces ervoor gezorgd dat er compromissen gevonden moesten worden tussen sociaaleconomische en ecologische belangen in Indonesië?

Onze onderzoeksresultaten laten zien dat dat afhangt van hoe steil de helling is waarop de gemeenschap woont. De resultaten verschilden dus tussen Kalimantan en Sumatra, bijvoorbeeld, omdat beide regio’s een andere context en geschiedenis met betrekking tot palmolie productie hebben. We kunnen concluderen dat dorpen die op een vlakkere helling zijn gebouwd, aanzienlijke vooruitgang zien in scholing, ontbossing en vervuiling. Daar staat tegenover dat dorpen op steiler terrein veel minder vooruitgang doormaken. 

Hoe denk je dat certificering ongelijkheid kan beïnvloeden?

In ons onderzoek hebben we die vraag niet specifiek behandeld, maar andere onderzoeken laten zien dat certificering een positief effect heeft op de sociaaleconomische ontwikkeling van lokale gemeenschappen die afhankelijk zijn van handel – in tegenstelling tot dorpen die alleen produceren voor eigen levensonderhoud.

In sommige opzichten maakt certificering ongelijkheid dan groter, in die zin dat de handelsdorpen vaak rijker zijn. Certificering kost geld, vandaar dat grote bedrijven makkelijker aan certificering kunnen voldoen dan kleine lokale leveranciers. En – niet onbelangrijk – grote bedrijven en internationale ngo’s zijn de ‘driving force’ achter het certificeringsproces. Daarom kan certificering nog wel eens vanuit een commerciële en internationale agenda worden ingevuld.  

Een lokale palmboer in Riau, Indonesië (Bron: Janice Lee/Earth Observatory of Singapore)

Om land vrij te maken voor palmolie plantages worden bestaande gewassen vaak verbrand. Dit veroorzaakt ontbossing, bosbranden en smog. Je onderzoek laat zien dat certificering ontbossing tegengaat, maar dat het niet helpt tegen bosbranden. Betekent dat ook dat certificering geen invloed heeft op smog in Singapore? 

Ondanks dat we nog geen duidelijke afname zien van bosbranden, gaan we ervan uit dat dit wel gaat gebeuren. Wél is duidelijk dat bosbranden moeilijk op te lossen zijn omdat er zoveel factoren een rol spelen. Bosmanagement en brandwerende maatregelen zijn factoren die bijdragen aan minder bosbranden, maar droogte en klimaatverandering doen het tegenovergestelde. Dus zelfs als we verwachten dat certificering helpt bij het verminderen van bosbranden en smog, dan kunnen we dat vooralsnog niet eenduidig concluderen. 

Palmolie – hier geplant op een verbrand veengebied in Jambi – is een winstgevend gewas. Ondanks de grote hoeveelheid water in veengebieden, worden die nu toch – door gebrek aan ander beschikbaar land – naar palmolie plantages getransformeerd. (Bron: Janice Lee/Earth Observatory of Singapore)

Het afwegen van de voordelen die palmolie biedt in ons leven, tegen de ecologische impact van palmolie gebruik, is een lastige. Wat is de boodschap van je studie met betrekking tot duurzaam gebruik van palmolie?  

Palmolie is essentieel voor veel voedsel en andere producten. Het is de goedkoopste olie voor deze doeleinden en dus is het belangrijk voor mensen. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat de palmolie die we gebruiken duurzaam is, en dat meer bedrijven alleen nog maar duurzame palmolie opkopen. Singapore speelt een cruciale rol in de wereldhandel van palmolie. Daarom moeten we een leidende rol nemen in het vergroten van duurzame productie én export.

Hoe kan jouw onderzoek helpen bij het informeren en activeren van stakeholders en overheden?

Ons onderzoek kan beslissingsmakers helpen bij het investeren in duurzame palmolie plantages, door argumentatie te leveren voor certificering en de impact daarvan. Het kan overheden helpen bij het implementeren van standaarden rondom certificering en het kan bedrijven helpen met rapportage. Denk aan banken, handelaren, en de verwerkende industrie.  

Een palmolie plantage in Jambi, Indonesië (Bron: Janice Lee/Earth Observatory of Singapore)

Gezien het feit dat palm olie zo essentieel is voor ons, wat kunnen lokale consumenten doen om de keten duurzamer te maken?  

Ik werk nu al meer dan 10 jaar met de palmolie keten en ik zou zo graag meer nuance zien in de discussie rondom duurzame consumptie. Tien jaar geleden was de boodschap: ‘palmolie is slecht!’. Tegenwoordig zijn overheden en bedrijven druk bezig om criteria te implementeren voor duurzame productie en bosmanagement. We komen van ver en hebben al veel verbeterd, maar het blijft complex en het gesprek daarover verdient nuance. Ik hoop dat we bewuster worden van de keuzes die we hebben, en dat we onze stem laten horen om financiering, productie, handel én de consumptie van palmolie nog duurzamer te maken.  


Noot van redactie: Wil je meer weten over duurzame palmolie? Bekijk de website van European Palm Oil Alliance eens.

Hoe een klein land groot kan zijn

Voedselproductie, dat is waar ons kleine land groot in is. Toch zullen we nog veel grootser moeten denken voor een duurzame toekomst. 

Wij vertellen over de zoektocht van de sector. Eerlijke verhalen over kleine en grote stappen, en over misstappen. We kijken buiten de grens, in ons land, en bij ons thuis.

Ook interessant
De comeback van de vergeten veldboon