De zetmeelindustrie: plantaardige eiwitproducent in opkomst

Redactie Nederland Voedselland

Eiwitten zijn een belangrijk onderdeel van ons dieet: ze leveren calorieën en aminozuren die nodig zijn om onder andere je spierweefsel in stand te houden. Met de groeiende vraag naar niet-dierlijke producten, groeit ook de vraag naar plantaardige eiwitten. En die markt is booming. Dat ziet ook de zetmeelindustrie. Zij vonden een bestemming voor het eiwit dat vrijkomt bij de productie van zetmeel. In een paar decennia groeide plantaardige eiwitten in de zetmeelindustrie uit van bijproduct tot hoofdproduct, en van milieuprobleem tot winstmaker.

Nederlandse zetmeelbedrijven zoals Avebe, Cargill en Tate & Lyle halen zetmeel en vezels uit aardappelen, mais en tarwe. Hiermee worden producten gemaakt voor talloze levensmiddelen en producten. Bij de productie van aardappelzetmeel komt ook eiwit vrij – een voedingsstof waar tot de jaren tachtig niets mee werd gedaan. De aardappelzetmeelindustrie loosde het op het oppervlaktewater. Daardoor ontstonden grote schuimkoppen op de kanalen. Door de stank die het opleverde, werd het een milieuprobleem.

Dat veranderde rond 1980: het eiwit bleek als reststroom een leuke bijverdienste richting de diervoederindustrie te zijn. Vanaf 2005 begon de reststroom langzaam maar zeker ook terrein te winnen op de eiwitmarkt voor humane consumptie. De afgelopen tien jaar is de vraag naar plantaardige eiwitten zo explosief gestegen dat het aardappeleiwit inmiddels wordt gezien als een kansrijk en volwaardig product. Het is zelfs uitgegroeid tot een belangrijk hoofdproduct van de aardappelzetmeelindustrie.

Als we al het eiwit uit de aardappelen halen, staat dat per jaar gelijk aan ongeveer één miljard eieren.

Aardappeleiwit als vervanger voor eigeel en gelatine  

Per jaar verwerkt Avebe zo'n twee miljard kilo aardappelen. Een aardappel bestaat voor 75 procent uit water, en de voedingsstoffen die ze eruit halen bestaan voor 20 procent uit zetmeel, 1 procent vezels en 2 procent eiwit. Het aandeel eiwit in een enkele aardappel lijkt misschien niet veel. ‘Maar als we al het eiwit uit de aardappelen halen, staat dat per jaar gelijk aan ongeveer één miljard eieren’, vertelt Peter Bruinenberg van Avebe. Op dit moment produceert het aardappelverwerkende bedrijf miljoenen kilo's eiwit voor toepassingen in voeding. Bijvoorbeeld als alternatief voor eigeel in een mayonaise, waardoor het geschikt is voor vegetariërs. Of in snoep, waarin het aardappeleiwit de gelatine vervangt dat een dierlijke oorsprong heeft. Het aardappeleiwit zit ook in het product 'Perfectasol D520': 100% plantaardige pizzakaas. Met het product dat gemaakt is van een combinatie van aardappelzetmeel en aardappeleiwit won Avebe in 2018 zelfs een prijs: de Most Novel Protein Ingredient Award.

We ontwikkelen nieuwe eiwitrijke aardappelrassen. In die rassen zitten twee keer zoveel eiwitten als de aardappel van twintig jaar geleden.

Geen nieuw gewas of extra landbouwareaal nodig

Door de hele zetmeelindustrie kan de productie van plantaardig eiwit voor humane voeding flink worden opgeschroefd. Zonder dat daar een nieuw gewas of extra landbouwareaal voor nodig is. ‘Technisch gezien is het niet moeilijk om eiwit uit aardappelen, graan en mais te halen. Dat is al lang mogelijk’, zegt Peter Hofland van Cargill. ‘Maar het is nogal een verschil of je in een laboratorium een paar gram eiwit uit een kilo wint of dat je op industriële schaal tonnen eiwit moet gaan winnen. Dat vergt een enorme investering. Denk aan de bouw van een nieuwe unit in de fabriek. Daarvoor is eerst een grotere afzetmarkt nodig.’

De zoektocht naar het beste eiwit

Ondanks het groeiende aanbod van kwalitatief goede vleesvervangers, is er nog een wereld te winnen. Eiwit heeft veel functies, en verschillende producten vragen om verschillende eigenschappen van het eiwit. De mogelijkheden zijn talrijk. Welke eigenschap van het eiwit de beste smaak levert, moet nog blijken. ‘Als je een echte vleesvervanger wilt maken, dan wil je dat het product dezelfde voedingseigenschappen en textuur heeft als vlees. Met alleen plantaardig eiwit ben je er nog niet. Om bijvoorbeeld het aminozuurprofiel van vlees na te maken, moet je verschillende soorten eiwit samenvoegen.’ Fabrikanten zoeken nu hun weg in het uitzoeken van de perfecte combinatie. Zo gebruikt Impossible Foods – bekend van de Impossible Burger – nu eiwitten uit soja, nadat ze eerst eiwit uit tarwe gebruikten. Concurrent Beyond Meat maakt een andere afweging, en combineert verschillende eiwitten in één product. Hun vegetarische burgers bestaan uit erwteneiwit, aangevuld met een beetje eiwitten uit de graan- en aardappelzetmeelindustrie.

Aardappeleiwit wordt bijvoorbeeld al gebruikt als alternatief voor eigeel in een mayonaise, waardoor het geschikt is voor vegetariërs. In vegetarische burgers zorgt het plantaardige eiwit uit aardappel voor de juiste binding en 'bite'. 


Een nieuwe eiwitaardappel

Ten opzichte van andere eiwitten ziet Bruinenberg voordelen in het aardappeleiwit. ‘Het heeft een lage allergene werking, een hoge functionaliteit en hoge voedingswaarden. Inmiddels is gebleken dat het aardappeleiwit een goede vervanger is van hoogwaardige dierlijke eiwitten als caseïne, wei-eiwit, gelatine en eiereneiwit.’ Omdat het aardappeleiwit zo kansrijk is, ontwikkelt Avebe in samenwerking met een veredelingsbedrijf op dit moment een nieuw aardappelras. Bruinenberg: ‘In die nieuwe rassen zitten meer eiwitten. Bijna twee keer zoveel als de aardappel van twintig jaar geleden.’ Maar dat betekent niet dat we een nieuw hoogwaardig eiwitras binnenkort al op Nederlandse akkers kunnen vinden. ‘Rassen moeten toegelaten worden en vervolgens vermeerderd worden om voldoende pootgoed te maken. Dit proces duurt zeker vijf tot tien jaar. Maar als het eenmaal zo ver is, produceren we ook twee keer meer eiwit zónder dat er extra aardappelen, hectares en fabrieken nodig zijn.’

Nu zijn de markt en de consument aan zet

De tijd dat aardappeleiwit werd weggespoeld of winstgevend was als reststroom, is voorgoed voorbij. De zetmeelindustrie heeft zich volledig gestort op de zoektocht naar de beste plantaardige eiwitten. ‘Maar, zoals gezegd, we zijn er nog lang niet’, vertelt Bruinenberg. ‘De eerste grote stappen zijn gezet. Nu is het aan de markt en de consument om de vraag verder te laten groeien, zodat wij de benodigde investeringen en innovaties kunnen doen.’