Een dag vol zetmeel
Ferry Piekart

Ferry Piekart

redactie, Nederland Voedselland

We leven in een zetmeelwereld – al merk je dat niet zo. Mensen hebben het vaak over olie, of over soja, maar zelden over zetmeel. Terwijl je dat écht de hele dag tegenkomt, overal om je heen. Het zit bijna overal in. Niet alleen in ons eten. Ook in papier. Kleding. Speelgoed. Medicijnen. Lijm. Verpakkingen. Zetmeel is overal. Maar wat is het eigenlijk voor spul? En waar komt het vandaan?

Als kind las ik altijd de ingrediënten op verpakkingen. Als er ’s avonds na het eten een pak vla op tafel kwam voor het toetje, dan wist mijn vader al hoe laat het was. ‘Wat zit erin?’, vroeg hij maar meteen.

Na eerst met een wijsneuzerig gezicht de nodige E-nummers te hebben opgenoemd – alsof ik begreep waar die voor stonden – riep ik tot slot triomfantelijk ‘Gemod. zetmeel!’. Ik sprak het uit als ‘gemot’ zetmeel. Ik vond het supergrappig klinken, maar ik had geen idee waar ‘gemod.’ voor stond en eigenlijk had ik ook geen idee wat zetmeel nou was. Wat maakte het ook uit; vla was lekker dus zetmeel ook.

Misschien had ik vol ongeloof naar de vla gestaard als iemand me had verteld dat zetmeel onder andere uit aardappelen komt. Aardappelen, dat waren die dingen die ik een paar minuten daarvoor met lange tanden had zitten eten. Wat had die saaie gekookte aardappel in vredesnaam te maken met die overheerlijke frambozenvla?

Wat is zetmeel?

Als kind weet je al die dingen niet – maar hoeveel volwassenen weten eigenlijk wat zetmeel is? Toen ik me in zetmeel begon te verdiepen, was ik verbijsterd door de hoeveelheid zetmeel om me heen. Zetmeel is overal, de hele dag door. Het begint ’s morgens al. Dat er zetmeel in je cruesli zit, is nog niet zo verwonderlijk. Maar het zit ook in het karton van de doos waar die cruesli in is verpakt. En in de tandpasta waarmee je tien minuten later je tanden staat te poetsen. Gebruik je droogshampoo om je haar snel in orde te krijgen? Zit ook zetmeel in. Net als in sommige deodorants. Mocht je medicijnen gebruiken, dan is de kans erg groot dat er in je pilletje ook zetmeel zit, net als in het handzeepje op de wc, en de make-up die je voor te spiegel nog snel even aanbrengt. Vervolgens trek je je jas aan om naar je werk te gaan, en dan is het niet onaannemelijk dat in die jas ook ergens zetmeel is verwerkt, en hetzelfde geldt voor de tas die je gebruikt. En dan hebben we het maar even niet over alle verpakkingen die je die ochtend bent tegengekomen, waar vaak ook zetmeel in zit. En dat is dan nog maar de ochtend. Wat is dat toch voor spul, dat het overal in zit?

Zetmeel wordt onder andere gewonnen uit aardappelen. Maar ook uit bijvoorbeeld mais en tarwe.

Zetmeel zit in aardappelen, tarwe, mais, rijst, bananen, peulvruchten, en noem maar op. Het ontstaat in de plant door het natuurlijke proces van fotosynthese. Zetmeel bestaat uit koolhydraten, die in ons lichaam worden omgezet in glucose (suiker). Een bron van energie dus, maar zetmeel heeft ook een aantal functionele eigenschappen. Zo werkt het als bindmiddel in soepen en sauzen, en als plakmiddel op postzegels en in behanglijm. Zetmeel is een essentieel onderdeel van papier: het bindt de papiervezels en verbetert de beschrijfbaarheid. De textielindustrie gebruikt het om garens te versterken en als verdikker voor pigmenten die op de stof worden gedrukt. In de farmaceutische wereld vormt zetmeel juist een desintegratiemiddel: dankzij het zetmeel kunnen pillen in het maagdarmkanaal makkelijk uiteenvallen, waardoor de werkzame stoffen in het bloed kunnen worden opgenomen. Zetmeel kan ook worden gebruikt om bioplastics te maken – bijvoorbeeld voor speelgoed. En dan hebben we het nog even niet over over bewerkte zetmeelproducten, zoals glucosestroop, dextrose, sorbitol en ‘gemod.’ zetmeel. Die worden gebruikt in limonades, snoep, ijs en veel andere zoetigheden.

Waar komt zetmeel vandaan?

Het is eigenlijk onmogelijk aan zetmeel te ontsnappen – het is overal. Steek je op je werk een dropje of winegum in je mond? Zetmeel. Zijn er einde dag borrelnootjes bij de borrel? Zetmeel. En zit je later in een chique restaurant aan tafel voor het diner, dan is het zetmeel er al voordat het eten wordt geserveerd: in het stijfsel van het tafellaken. Waar komen die enorme hoeveelheden zetmeel toch vandaan?

Zetmeel wordt vooral gewonnen uit aardappelen, mais en tarwe. In Europa houden ruim 100.000 boeren zich bezig met de productie ervan. Al hun landbouwgrond bij elkaar is zo groot als heel België. Per jaar produceren ze 8 miljoen ton mais, 8 miljoen ton tarwe en 7 miljoen ton aardappelen, puur voor zetmeelproductie. Er staan in Europa 78 fabrieken die al die aardappelen, mais en tarwe verwerken tot zetmeel.

Ik noem het wel eens scheidkunde.

Een aardappel, tarwekorrel of maiskolf bestaat natuurlijk niet alleen uit zetmeel. In de fabriek worden ze ‘uit elkaar getrokken’: ze scheiden de aardappelen, tarwe en mais totdat er vezels, eiwitten en zetmeel overblijven. Bioraffinage dus. Uit de totale opbrengst uit aardappelen, mais en tarwe van al die boeren wordt 4,5 miljoen ton aan vezels, oliën en eiwitten gewonnen. Die gaan vervolgens naar zowel diervoeders als de voedingsindustrie. En er wordt 10 miljoen ton zetmeel uit gewonnen. 4,5 ton daarvan wordt gedroogd of gemodificeerd en komt terecht bij fabrikanten van voedingsmiddelen, papier, verpakkingen, textiel, medicijnen en noem maar op. Gemodificeerd betekent dat het zetmeel wordt bewerkt om specifieke eigenschappen te hebben. De andere 5,5 ton wordt ook bewerkt, tot glucosestroop en andere zoetstoffen.

‘Ik noem het wel eens scheidkunde’, grapte Peter Bruinenberg van Avebe ooit tegen me. Avebe is een Nederlandse zetmeelfabrikant, die aardappelen verwerkt. In Nederland zitten nog twee zetmeelproducenten, die tarwe en mais verwerken: Cargill en Tate & Lyle. De drie samen zorgen ervoor dat Nederland de tweede zetmeelproducent in de EU is; goed voor een productie van 1,8 miljoen ton per jaar. 

Een bio-based economie

‘Gemod. zetmeel!’ lachte ik als kind, als ik de ingrediënten van een pak vla hardop las aan tafel. Zonder erbij stil te staan wat het nou was. En misschien had ik er wel nooit verder over nagedacht als ik er niet over was gaan schrijven. Het is best wonderlijk dat ik me – net als vele mensen – uiterst bewust ben van aardolie. Het zwarte goud van de wereld. Het vormt de brandstof waarop we rijden, we maken er plastics en andere synthetische materialen mee, het levert ons asfalt. Maar eigenlijk kom ik zetmeel nog veel meer tegen om me heen. Zonder dat we er erg in hebben, draait de wereld voor een groot deel op zetmeel. Misschien gaat het aan ons voorbij omdat er geen oorlogen over worden gevoerd en er ook geen zetmeelsjeiks bestaan die een exorbitant vermogen aan zetmeel hebben overgehouden. Maar dat bioraffinage de petrochemische industrie wel naar de kroon kan steken, staat voor Peter Bruinenberg als een paal boven water. ‘Ooit hadden we een bio-based economy. Toen gingen we naar petro-based economy. Maar let maar op, we gaan weer terug. De economie wordt weer bio-based.’

Wat dat betekent voor de zetmeelindustrie, bekijken we in een volgend artikel over zetmeel, waarin we ingaan op innovatie in deze sector. En dan vooral innovatie hier in Nederland.