Een koe in de wei vraagt meer dan de staldeuren openzetten
Barbara de Wijn

Barbara de Wijn

redacteur, Nederland Voedselland

Rood- en zwartbonte koeien zijn niet weg te denken uit het Nederlands landschap – maar toch zagen we het aantal melkkoeien in de wei almaar afnemen. Om een verdere terugloop te voorkomen, en het natuurlijk graasgedrag van koeien te stimuleren, werd in 2012 het Convenant Weidegang geïntroduceerd. Meer dan tachtig partijen ondertekenden het, en een jaar geleden had 82 procent van de Nederlandse melkveehouders de koeien in de wei staan. Dat klinkt misschien niet zo ingewikkeld, maar bij het weiden van koeien komt meer kijken dan simpelweg de staldeuren openzetten.

Koeien die in het voorjaar de wei in gaan: dat wordt de weidegang genoemd. Die weidegang was de afgelopen tijd niet meer zo vanzelfsprekend, en daarom introduceerden de leden van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en LTO Nederland het Weidegang Convenant. Om de weidegang te stimuleren, ontvangen melkveehouders die hun koeien weiden een weidepremie van de zuivelonderneming. Die bedraagt zo’n anderhalve cent per kilogram melk. Maar het stimuleren van de weidegang blijft niet alleen bij geld. Het project Amazing Grazing richt zich bijvoorbeeld op de toepassing van nieuwe wetenschappelijke kennis en oplossingen bij het weiden van koeien. In het onderwijs is in 2016 een lector Weidegang benoemd, waar kennis over weidegang wordt overgedragen aan agrarische onderwijsinstellingen. Een andere stimulans is het begeleidingstraject Nieuwe Weiders, waarin weidecoaches van de Stichting Weidegang melkveehouders op weg helpen om hun koeien weer naar buiten te laten. 

Melkveehouder Joost van Eert heeft zijn 230 melkkoeien en 150 stuks jongvee sinds twee jaar volledig in de wei lopen. Bij volledige weidegang gaan de koeien minimaal 120 dagen per jaar en minimaal zes uur per dag naar buiten. Van Eert: 'Het weiden van onze koeien was niet volledig nieuw voor ons. Ons familiebedrijf vond zijn oorsprong in Oost-Brabant. Daar hadden we een aantal kleine percelen, maar weinig land direct om het huis. Daarom was het daar eigenlijk onmogelijk om de koeien te weiden. Toen ik 16 jaar was en besloot het bedrijf van mijn ouders over te nemen, zijn we verhuisd naar Goeree-Overflakkee. Daar konden we de koeien dag en nacht weiden. In 2004 zijn we weer verhuisd, naar Steenbergen. Omdat we daar meer land konden kopen, met een betere kwaliteit grond.' In 2011 liet Van Eert daar een nieuwe stal bouwen waarin hij voor de overheid een jaar lang ammoniakmetingen moest doen. Dit betekende ook dat de koeien dat jaar op stal moesten blijven. 'Uit gemak hebben we daarna de koeien binnengehouden. Je weet dan namelijk precies waar je aan toe bent als boer en hoeveel de koeien hebben gegeten.'

Als je niet naar de maatschappij luistert, houd je geen bestaansrecht over. We besloten daarom de uitdaging aan te gaan om de koeien weer te weiden.

Het Nieuw Nederlands Weiden

Maar tijden veranderen. De maatschappij staat steeds kritischer tegenover de productie van voedsel. 'Als je niet naar de maatschappij luistert, houd je geen bestaansrecht over. We besloten daarom de uitdaging aan te gaan om de koeien weer te weiden. Een stuk arbeidsintensiever, maar zeker de moeite waard!' 

Samen met weidecoach Henk Antonissen van Stichting Weidegang bezocht Van Eert een collegaboer die zijn koeien al een jaar weer in de wei had lopen. Met de opgedane kennis en ervaringen gingen de boeren samen aan de slag met een weideplan. Van Eert ging aan de slag met ‘Het Nieuw Nederlands Weiden’: een methode waarbij hij de percelen opdeelde in drie blokken van elk acht hectare. Deze blokken zijn op hun beurt weer ingedeeld in vijf weides. 'Iedere maand zetten we de koeien in een ander blok, waarin ze elke dag een andere weide begrazen. Na vijf dagen komen de koeien dus weer terug in de eerste weide. Zo heeft het gras voldoende tijd om te groeien.' De twee blokken waar de koeien die maand niet staan, worden gemaaid, zodat de koeien ook in de winter gras kunnen eten. 

Investeren in weidegang 

Om de koeien te kunnen weiden, moest Van Eert dus eerst de nodige investeringen doen. Zo werd een stuk land van 27 hectare onder handen genomen. 'We hebben overal gezorgd voor goede drainage. Daarmee voorkomen we plassen en zorgen we ervoor dat de koeien ook naar buiten kunnen als het heeft geregend. Daarna hebben we de grond opnieuw ingezaaid met gras en grote waterbakken van 1500 liter geplaatst. Omdat we in een gebied zitten met veel akkerbouw, moesten we er natuurlijk ook voor zorgen dat het voor de koeien onmogelijk is om uit te breken. Alles bij elkaar hebben we zo’n € 50.000 uitgegeven. Een investering die we graag doen, want we ontvangen meer voor onze melk en ik vind het mooi dat de koeien weer kunnen grazen.'

Foto: Joost van Eert

Een uitgebalanceerd dieet van eiwitten en energie

Naast het gras dat de koeien eten - zo’n achttien kilo gras per dag - voert Van Eert op stal extra snijmais bij. Het voeren van snijmais is populair onder melkveehouders omdat mais een hoge verhouding van energie heeft ten opzichte van gras. Vanwege het zetmeel in de maiskorrel levert het de koe glucose die nodig is voor het maken van lactose in de melk. Gras bevat veel eiwitten en zorgt voor een goede melkproductie en spieropbouw. 'Te veel eiwitten zorgt ook voor extra ammoniak in de mest en urine. Door het dieet op deze manier te balanceren, zorgen we dus ook voor een kleine milieuwinst', vertelt Van Eert. 

Het Convenant Weidegang is ondertekend door onder andere organisaties van melkveehouders, zuivelondernemingen, retail, kaasverkopers en handelaren, maatschappelijke organisaties, terreinbeherende organisaties, overheid en onderwijs en wetenschap. Door hun activiteiten worden ook niet-weidende bedrijven gestimuleerd om beweiding toe te passen. Hier vind je meer informatie.