Een openhartig gesprek
Philip den Ouden

Philip den Ouden

Directeur, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI)

Goed luisteren en gehoord worden, dat is de basis voor elk goed gesprek. Philip den Ouden, algemeen directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) vindt het belangrijk dat we met elkaar in gesprek gaan over ons eten en drinken.

Een open en brede dialoog over alle facetten van de voedselproductie in Nederland is wat we met Nederland Voedselland voor ogen hebben. De FNLI wil dat faciliteren, omdat er een brug geslagen moet worden tussen de levensmiddelenindustrie en de samenleving. We zijn op zoek naar een manier om goed te kunnen luisteren, maar ook om vragen te beantwoorden die vanuit de maatschappij hoorbaar worden.

Het belang van voedselveiligheid en het romantische verlangen naar grootmoederstijd gaan niet hand in hand

Het belang van zelfkritiek

De levensmiddelenindustrie vormt 15% van de Nederlandse economie, veel mensen vinden er direct of indirect hun werkgelegenheid. Dat zijn ongeveer 600.000 mensen die economisch betrokken zijn bij de productie van voedsel in Nederland. Het is daarmee van enorm belang voor onze hele Nederlandse economie dat deze industrie een gezonde en duurzame toekomst in het vooruitzicht heeft. Onze Nederlandse voedselproductie, dat geldt voor boeren en dat geldt voor de handel en de industrie, wordt in het buitenland als een lichtend voorbeeld gezien. Dat gebeurt bijna overal, behalve in Nederland. We zijn gelukkig zelfkritisch, want daardoor hebben we die voorsprong überhaupt kunnen innemen én kunnen we de voorsprong in de toekomst behouden. De bereidheid die er is vanuit de industrie om in de spiegel te kijken en onszelf eens goed onder de loep te nemen, is dus van grote waarde.

Vragen en onwetendheden

Het is een paradoxale kwestie. Het belang van voedselveiligheid en het romantische verlangen naar grootmoederstijd van de consument gaan niet hand in hand. De grootte en de vorm waarop voedselproductie plaatsvindt, zorgt ervoor dat we voedsel buitengewoon veilig kunnen produceren, veel veiliger dan twee eeuwen geleden toen de voedselproductie nog veel kleinschaliger was. Dat roept wel vragen op. Mensen kunnen niet zien wat er gebeurt in de industrie, daardoor is het niet te grijpen en vaak dus ook niet te bégrijpen. De consument blijft achter met vragen.

We kunnen de antwoorden zelf bedenken, maar we komen samen verder als we naar elkaar luisteren.

Ook de industrie heeft vragen en worstelt met dilemma’s. Hoe vinden we bijvoorbeeld een manier waarop we de hele productieketen in de komende tientallen jaren verduurzamen, zodat we geen grondstoffen van de toekomst meer lenen? Wat wordt er van de industrie verwacht in de wijze waarop we de productie van ons voedsel verbeteren, hoe de producten zijn samengesteld?

De antwoorden liggen niet voor het oprapen. Dat vraagt om een gespreksvorm waarmee we de muren rondom onze industrie kunnen afbreken. We kunnen de antwoorden zelf bedenken, maar we komen samen verder als we naar elkaar luisteren. Als we luisteren naar geluiden die ons prikkelen dan kunnen we onszelf verbeteren.

Uitwisseling van gedachten en visies

Met een virtueel gesprek dat zich vanuit alle hoeken van de samenleving kan aandienen kunnen we de loep alleen maar helderder maken. Dit gesprek gaat op Nederland Voedselland worden gevoerd. In de meeste ideale situatie komen alle verschillende perspectieven goed aan bod, zodat álle partijen die bij de discussie zijn betrokken elkaar kunnen verstaan. Allemaal zullen we een luisterend oor moeten bieden en onze eerlijke mening moeten geven. Dan kan Nederland Voedselland iets van ons allemaal worden.

We beginnen gewoon bij de eerste stap: het platform gaat online. Het is een spannend moment waar we naar hebben uitgekeken. Bij een presentatie hoorde ik laatst iemand zeggen, en ik haal hem hierbij graag aan. “Je moet niet op de gebaande paden lopen, bewandel je eigen pad en laat een spoor achter.” Dat is wat we hier gaan doen en ik nodig je uit om mee te doen.

De overkoepelende vereniging FNLI streeft naar een gezonde en duurzame ontwikkeling van de Nederlandse levensmiddelenindustrie, gekoppeld aan een stevige inbedding in de Nederlandse samenleving als een gewaardeerde en verantwoordelijke industrie.