Hoe controleer je 700 ingrediënten?

Ferry Piekart

redactie, Nederland Voedselland

Wat je van ver haalt is lekker – maar soms komt het met een wrange bijsmaak. Dan hoor je verhalen over uitbuiting, kinderarbeid en schendingen van mensenrechten. Die bijsmaak willen we niet, en daarom verwachten we tegenwoordig van bedrijven dat ze bij hun inkoopbeleid niet alleen op een goede prijs en lekkere smaak letten, maar ook op maatschappelijk verantwoord ondernemerschap van hun leveranciers. Dat is niet makkelijk – want hoe kun je als Nederlandse ondernemer controleren wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt? We vragen het aan StarCuisine – een bedrijf dat maaltijden maakt. Ze gebruiken zo’n 700 ingrediënten, uit alle uithoeken van de wereld.

Als je een gestolen fiets koopt, ben je in overtreding – ook al heb je die fiets niet zelf ontvreemd. Op het moment dat je het rijwiel kocht voor twee tientjes van een onbekende man die hem op straat aanbood, had je kunnen vermoeden dat die fiets waarschijnlijk is gestolen. Op dezelfde manier worden bedrijven vandaag de dag aangesproken op die grondstoffen inkopen in het buitenland. Hazelnoten uit Turkije, palmolie uit Maleisië, cacao uit Ghana, koffie uit Brazilië... veel ingrediënten komen van ver. We willen graag dat die grondstoffen zo eerlijk mogelijk worden verkregen. Zonder kinderarbeid. Zonder uitbuiting. Zonder schending van mensenrechten.

Risico's beperken

Die verantwoordelijkheid in de internationale keten wordt ook wel 'IMVO' genoemd: internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Eerlijk inkopen dus – maar dat klinkt simpeler dan het is. 
‘Wij gebruiken zo’n 700 ingrediënten van over de hele wereld’, zegt managing director Fernand Molenschot van StarCuisine uit Rijswijk. Het bedrijf bereidt maaltijden voor supermarkten, cateraars, restaurantketens en luchtvaartmaatschappijen. Veel internationale gerechten ook, zoals hun oriëntaalse succesnummers: rendang en rode curry. ‘We kunnen niet zelf overal gaan kijken of alles wel goed gaat – al zou ik dat wel willen!’, vervolgt Molenschot. Toch doet StarCuisine er alles aan om de risico’s te beperken. En dat is wat de hele sector stap voor stap gaat doen – moet doen eigenlijk, want zo’n 500 bedrijven in Nederland schaarden zich achter het IMVO Convenant Voedingsmiddelen. Het convenant is een afspraak om in vijf jaar tijd per bedrijf inzichtelijk te maken waar de risico’s liggen en hoe die ingeperkt kunnen worden.

Fernand Molenschot, managing director bij StarCuisine.

Fernand Molenschot klapt zijn laptop open, en logt in op RASFF. ‘Een webportal van de Europese Unie dat waarschuwingen geeft over voedingsmiddelen’, legt hij uit. ‘Wij gebruiken het om per ingrediënt te zien wat de risico’s zijn. Kijk, ik tik "honing" en krijg meteen 406 meldingen. Variërend van een melding over geroeste containers, tot notificaties over bestrijdingsmiddelen, en meldingen over frauduleuze honing die is gemengd in meerdere landen. Honing brengt dus redelijk wat risico’s met zich mee. Voor ons is dat een signaal om met onze leverancier contact op te nemen, en te vragen: geef ons eens een verklaring hoe het bij jullie is geregeld. Is er bijvoorbeeld certificering? Zijn er aanvullende analyses?’

Frauduleuze saffraan

Molenschot komt met een ander voorbeeld. ‘Wij kopen ook saffraan in. Niet heel veel, maar voor een paar gerechten hebben we het nodig. Saffraan is een ingrediënt waar veel mee wordt gefraudeerd, dus wij moeten alert zijn. Er zijn zo’n 100 saffraanverkopers in Nederland. Die halen hun saffraan uit de landen waar het wordt geproduceerd: Afghanistan, Iran, Spanje. Wij hebben gekozen voor een leverancier die het uit Spanje haalt. Dat is een stabiel land. En we werken met één leverancier, die we goed kennen. Zo zorgen wij dat we de goede saffraan inkopen.’

Neem peper. Dat betrekken wij van een coöperatie met 3.000 aangesloten boeren. Dat is complex; ik kan niet checken of de kinderen van die boeren meehelpen op het land.

Een band hebben met je leveranciers, is voor Molenschot de belangrijkste tool. ‘Stromen van producten kunnen ingewikkeld zijn. Als ik vlees uit Nederland gebruik, dan kies ik voor vlees met een Beter Leven Keurmerk, en dat is allemaal prachtig geregeld. Alles is geautomatiseerd: updates van de certificering komen automatisch binnen. Maar dan specerijen uit Azië. Neem peper. Dat betrekken wij van een coöperatie met 3.000 aangesloten boeren. Dat is complex; ik kan niet checken of de kinderen van die boeren meehelpen op het land. Sowieso is kinderarbeid een lastig onderwerp. Als de zoon of dochter van een Nederlandse boer een helpende hand uitsteekt op een zaterdagmiddag, dan spreekt niemand van kinderarbeid. Dat zal op die boerderijen in Azië ook gebeuren. We willen niet dat het tot uitbuiting leidt, maar het is moeilijk om dat vanuit Nederland vast te stellen. Uiteindelijk moet je afgaan op je leveranciers. Die moet je niet alleen kritisch selecteren, maar daarna ook leren kennen, zodat je ze kunt vertrouwen. Je kunt alles dichttimmeren met systemen en documenten, maar het begint met vertrouwen in je toeleveranciers. Niet alleen vanwege die kinderarbeid. Ook gewoon omdat je verzekerd wilt zijn van je grondstoffen.’

Een maaltijd van StarCuisine.

Geen papieren exercitie

Dat laatste is niet onbelangrijk. ‘Het werkt niet als bedrijven het alleen als een vorm van filantropie zien, of als een papieren exercitie’, zegt Richard van der Kruijk, secretaris van brancheorganisatie AKSV (Algemene Kokswaren en Snackproducenten Vereniging). ‘IMVO moet je integraal in de bedrijfsvoering doorvoeren. Bedrijven die dat doen, onderscheiden zich op die manier tegenover zowel hun klanten als hun leveranciers, en vertalen de inspanningen zo in business.’

Leden van de AKSV, zoals StarCuisine, staan dan ook achter het IMVO Convenant en richten zich allemaal op risicomanagement in hun grondstofketens. ‘Er zijn inmiddels voldoende onderzoeken die aantonen dat bedrijven met een actief IMVO-beleid beter scoren dat bedrijven zonder’, zegt Van der Kruijk. ‘Uiteraard moeten we wel rekening houden met de grootte en de mogelijkheden van elk bedrijf. Voor MKB’ers is het belangrijk dat zij kunnen aanhaken op internationale initiatieven en schema’s zoals MSC, Fair Food, RSPO en noem maar op.’

Het beste jongetje van de klas

Bij StarCuisine hebben de vier mensen die verantwoordelijk zijn voor de inkoop van 700 ingrediënten, uiteindelijk 15 ingrediënten geselecteerd waar het bedrijf extra scherp op wil letten. ‘Dat zijn de ingrediënten die problematisch kunnen zijn én waar we veel van gebruiken’, zegt Molenschot. ‘Met veel bedoel ik niet alleen grote volumes – het kan ook gaan om een ingrediënt waar je weliswaar weinig van nodig hebt, maar dat wel in veel recepten wordt gebruikt.’ De ondernemer moet selecteren waar hij scherp op is – 700 ingrediënten nauwgezet volgen wordt te complex. ‘In Nederland willen we nog wel eens het beste jongetje van de klas zijn’, zegt hij. ‘We vergeten wel eens dat niet iedereen daarop zit te wachten. We moeten wel “gewoon” zaken kunnen blijven doen. Zo verantwoord mogelijk.’