Hoe zorg je dat er koffieboeren blijven bestaan?
Matthijs Smit

Matthijs Smit

redactie, Nederland Voedselland

Als je meer dan twintig soorten koffie in je winkel hebt liggen, en je wilt absoluut zeker weten dat die allemaal biologisch zijn geproduceerd… hoe pak je dat dan aan? Die koffie komt van niet van een paar, maar van talloze boeren, uit de meest uiteenlopende landen. Rechtstreeks contact met die boeren is er doorgaans niet, want er zitten coöperaties en handelaren tussen. Het klinkt als een onmogelijke puzzel, maar bij Simon Lévelt zijn ze daar toch aan begonnen. Niet uit nobelheid, maar omdat het de beste manier is om de toekomst van hun eigen handel veilig te stellen.

Hobbykok en voormalig advocaat Anna Hendriksen vertelt hoe ze op een goede avond, na een vijfgangendiner te hebben verzorgd, in gesprek raakte met het hoofd inkoop van de koffie- en thee-speciaalzaken van Simon Lévelt. Het spontane gesprek kreeg een onverwacht vervolg: twee weken later ging het afdelingshoofd met pensioen en kwam Hendriksen zelf bij het bedrijf te werken. Niet als jurist, maar als de nieuwe inkoper. Een droombaan, zegt ze zelf. ‘Ik ben nog steeds heel blij met de overstap naar de koffiesector, waar als het om duurzaamheid gaat, alles besproken, heroverwogen en bediscussieerd kan worden.’

Geopende ogen in Kaapverdië

Als het gaat om een duurzame handelsketen, laat Simon Lévelt niks links liggen. In 1826 begint Simon in de Amsterdamse havens met het verkopen van koloniale koffie en thee aan particulieren in de buurt. De zaken lopen goed; de volgende generaties Lévelt voeren elk hun eigen innovaties door in het bedrijf waardoor het verder groeit. In 1978 staat Hans Lévelt aan het hoofd van de koffie- en theeretailer. En bij hem begint het te knagen. Hoe zit het eigenlijk met de oorsprong van al hun producten?

Een reis naar koffieplantages in Kaapverdië inspireert hem om de relatie met zijn producenten directer op te pakken. De werk- en leefomstandigheden moeten flink verbeterd worden, vindt hij. Met name de gevaarlijke chemicaliën die in die tijd worden gebruikt om de opbrengsten van de oogst hoog te houden, grijpen hem aan. Hij maakt het zijn missie om over te stappen naar geheel biologische productie. En hij wil zo direct mogelijk inkopen bij de producenten zelf, zonder al te veel tussenhandelaren.

De vraag of we over vijftig jaar nog koffie kunnen drinken, lijkt extreem. Maar zulke zorgen zijn niet ongegrond.

‘Oog hebben voor mens en natuur zijn we sindsdien als vanzelfsprekend gaan beschouwen’, vertelt Hendriksen. ‘Het zat eigenlijk altijd al in het DNA van het bedrijf. In onze roots.’ Dat klinkt misschien als liefdadigheid, maar bij Simon Lévelt zien ze dat anders. Het is een manier om de toekomst van hun sector te waarborgen. ‘De vraag of we over vijftig jaar nog koffie kunnen drinken, lijkt extreem. Maar zulke zorgen zijn niet ongegrond’, stelt Hendriksen.

Kwetsbare koffie

Koffie is een kwetsbaar product. De koffieboon is afhankelijk van zeer specifieke omstandigheden en kan alleen in bepaalde regio’s succesvol worden geteeld. Met een steeds onregelmatiger klimaat gaan er vaker oogsten verloren. Daarbij komt dat steeds minder jongeren interesse hebben in het platteland. Het beroep van koffieboer verliest in hoog tempo populariteit. ‘Als je jarenlang een marktprijs ontvangt die je kosten niet dekt, waarom zou je dan nog koffie blijven produceren?’, vraagt Hendriksen.

Koffiebonen zoals je ze meestal niet ziet: nog ongebrand.

De koffiemarkt raakt nog verder overspannen omdat er steeds meer koffie nodig is. ‘Wereldwijd stijgt de vraag naar koffie, terwijl het aanbod stagneert. Wij investeren in de koffieketen omdat “gewoon de markt zijn werk laten doen” niet blijkt te werken.’ De markt waar Hendriksen op doelt, is sterk afhankelijk van koffieveilingen: de LIFFE in Londen voor robusta, en de New York Intercontinental Exchange in het geval van arabica, waar Simon Lévelt in handelt. 

Wie koffie wil verhandelen, is grotendeels aangewezen op de prijs die op deze beurzen wordt bepaald. ‘Het probleem is dat die New York-prijs gebaseerd is op mechanisch geproduceerde arabica uit Brazilië. Naast het feit dat er geen bodemprijzen zijn, is het voor boeren in de meeste koffieproducerende regio’s niet eens mogelijk om mechanisch te oogsten. Dan valt die prijs vies tegen – zij kunnen niet tegen die efficiënte productie op.’

Een pallet met zakken koffie.

Koffieboeren houden de markt nauwlettend in de gaten, en weten ongeveer welke prijs ze voor hun koffie kunnen krijgen op welk moment. ‘Maar die prijs blijft nooit lang hetzelfde,’ gaat Hendriksen verder. ‘En daardoor brengen die massa-geproduceerde bonen soms ook de bijzondere koffiesoorten in het nauw.’

Schommelende prijzen

Dat marktmechanisme maakt het voor Simon Lévelt erg ingewikkeld: ‘Een boer wilt zijn koffie natuurlijk tegen een eerlijke prijs verhandelen. Maar voor de speciale koffie van boeren waar wij mee werken is die marktprijs vaak veel te laag. Dus wij proberen het verschil tussen de marktprijs en daadwerkelijke waarde van de koffiebonen in te schatten, en dat verschil doen we dan bovenop de marktprijs. Je bepaalt het verschil eigenlijk alsof het een aparte markt is – zo ben je niet alleen van de veilingprijs afhankelijk.’

Dat klinkt eerlijk en logisch, maar makkelijk is het niet. ‘Als je een speciaalzaak runt met een paar specifieke koffies, dan kun je misschien wel aan je klanten uitleggen dat een pond koffie de ene week vier euro en de andere week zes euro kost’, legt Hendriksen uit. ‘Maar wij produceren ook voor koffielabels die bijvoorbeeld producten in de supermarkt hebben liggen. Dan kun je niet zomaar meegaan in die prijsschommeling.'

Als inkoper proberen we te bekijken: wat verdient de boer en kan hij er normaal van leven?

Hoewel Simon Lévelt succesvol loopt en elk jaar groeit, blijft het een relatief kleine onderneming. Toch weerhoudt dat het bedrijf er niet van om steeds weer aan de slag te gaan met hun keten. Zo bouwden ze mee aan een scholengemeenschap in India en hielpen bij het opzetten van een koffieverwerkingsfabriek in Oeganda. ‘Ik schat dat we ruim tien procent van onze winst direct terug in de keten stoppen,’ zegt Hendriksen. ‘We zouden graag meerdere projecten tegelijk doen, maar dat gaat eigenlijk niet.’

Een premium zonder certificering

Om de toekomst van koffie te waarborgen, gelooft Simon Lévelt sterk in een biologische aanpak. ‘Ons huidige project in Colombia helpt een groep boeren met de overstap van reguliere naar biologische landbouw,’ vertelt Hendriksen. ‘Dat is voor hen meestal niet eenvoudig, want een certificaat is duur.’ Maar in de omgeving van Santa Maria zag Simon Lévelt toch mogelijkheden. ‘In dit gebied waren nooit grote bedrijven bezig met koffie. Omdat het een voormalig conflictgebied is, konden ze nooit zo veel koffie verhandelen – dat durfden handelaren niet aan. En dus was er ook nooit druk om chemicaliën te gebruiken om de productie op te krikken. Eigenlijk zijn ze al voor negentig procent biologisch,’ vertelt Hendriksen. 

Anna Hendriksen van Simon Lévelt in Santa Maria, Colombia.

‘Op een gegeven moment liep mijn collega Milo van Velzen in Colombia Ronald van Hommel van The Coffee Quest tegen het lijf. Ze raakten aan de praat en vonden allebei dat de investering die van die boeren wordt verwacht, oneerlijk is.’ Het kan tot wel drie jaar duren voordat een boer biologisch gecertificeerd wordt, en tot die tijd krijgen ze geen extra geld te zien. Onterecht, vindt Simon Lévelt. De boeren in die regio behandelen hun koffie al alsof het biologisch is – en dus betaalt Lévelt de premie die bovenop de reguliere handelsprijs hoort te komen voor biologische koffie. ‘We gingen op zoek naar een partner om dit samen mee te doen, en na een aantal opties te hebben bekeken, merkten we dat het met The Coffee Quest toch het beste klikte.’

De echte kosten van koffie

Naast oog voor de natuur is het heel belangrijk om aandacht te hebben voor de mensen in de keten, vindt Hendriksen. Simon Lévelt is al enige tijd bezig om de daadwerkelijke kosten van koffie zichtbaar te maken. In samenwerking met MVO Nederland werken ze aan een True Cost Accounting Tool. Hendriksen: ‘Als inkoper proberen we te bekijken: wat verdient de boer en kan hij er normaal van leven? Dat is best lastig, want dat verschilt per land en regio. En ook qua inkoopprijzen moeten we kijken hoe we dat verdelen.’ De ambitie is om met deze tool de kosten van koffieproductie duidelijker te maken, en de prijs niet puur af te laten hangen van het huidige veilingsysteem.

Anna Hendriksen in gesprek met koffieboeren in Oeganda.

‘Bij veel bedrijven hoor je van de aandeelhouders alleen maar: wij willen geld zien. Misschien moet dat hele systeem wel anders’, denkt Hendriksen. Dat er een keerzijde zit aan het klassieke handelssysteem, is haar wel duidelijk. ‘Te veel bedrijven zijn alleen maar bezig met groei, zonder erbij stil te staan wat die groei moet inhouden voor de wereld. Dat zorgt ervoor dat we de natuurlijke bronnen op onze aarde in hoog tempo uitputten, en het vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Dat is precies wat ik zie in de koffiesector.’ Dat inzicht laat Hendriksen ook met andere ogen kijken naar andere producten. ‘Misschien een raar voorbeeld, maar dankzij koffie kijk ik anders naar mijn kleding. Ik zou niet zo snel meer iets kopen waarvan ik niet weet wat erachter zit. Ik denk dat je een verschil kunt maken door daar heel bewust mee om te gaan.’

In de supply chain duiken

Vandaag de dag verkleint Simon Lévelt risico’s in de koffieketen door te investeren in lange-termijnrelaties met mensen. Dat zorgt niet alleen voor een eerlijke, maar ook voor een weerbare keten. Kunnen we verwachten dat andere bedrijven een net zo ambitieus ketenonderzoek doen als Hans Lévelt dat deed, in de jaren 70? Tot op zekere hoogte wel, vindt Hendriksen. ‘Ik denk dat bedrijven best nog wel wat kritischer mogen zijn. Een vraag die een bedrijf zichzelf kan stellen is bijvoorbeeld: wat maakt dat we van iemand afnemen? Doen ze hun werk echt goed, hoe behandelen ze hun werknemers? Ik denk dat je prima je supply chain in kunt duiken, maar dan moet wel iedereen erachter staan. Als dat bericht niet van bovenaf komt, gaat het niet gebeuren.’