In gesprek met voedselmakers in spé
Wie zijn de voedselmakers van de toekomst en wat vinden zij belangrijk? Hadyl Harbiye (24) en IJbe Keizer (25) zijn vierdejaarsstudenten van de opleiding Food Commerce and Technology bij Inholland. Deze studie behandelt de productie van voedingsmiddelen in de breedste zin van het woord, denk aan kwaliteit, voedselsamenstelling en houdbaarheid.

Met een diploma op zak kunnen zij onder andere productontwikkelaar of procestechnoloog worden. Een productontwikkelaar bedenkt nieuwe producten en verbetert ook bestaande. Procestechnologie heeft te maken met het productieproces, zoals verhitting van het product of het mengen van grondstoffen. De studie is gericht op productie op grote schaal. Later zullen Hadyl en IJbe dus een belangrijke rol vervullen in ons toekomstig voedselsysteem.

Waarom doen jullie deze opleiding?


Hadyl: “Ik ben al opgeleid tot chemisch analist. Je kunt dan werken in alle sectoren waar chemie aan te pas komt; van olie en make-up tot voedingsmiddelen. Als analist ben je vooral bezig met kwaliteitsanalyses en werk je volgens vaste protocollen. Food, Commerce and Technology ben ik erna gaan doen, omdat je als productontwikkelaar ook interactie hebt met de klant, problemen moet oplossen en minder vast zit aan standaard protocollen. Bovendien is voeding een primaire levensbehoefte, daarom vind ik het zo interessant.”

IJbe: “Eten is lekker, en daarnaast is het thema heel erg actueel. Ik vind met name de vraag interessant of bewerkt voedsel goed voor je is. Door mijn studie begrijp ik dat het verhaal niet zo zwart-wit is als je terugleest in de media of van mensen hoort die zich minder verdiepen in voeding. Er zijn ook zwaar bewerkte producten waar niets mis mee is.”

IJbe: Ik maak me vooral zorgen over hoe we straks alle mensen op aarde voeden

Waar maken jullie je zorgen over?

Hadyl: “De consument is niet goed op de hoogte van wat goede voeding is en gaat daardoor snel mee in trends. Producenten moeten duidelijker op hun product vermelden wat de ingrediënten zijn, zodat consumenten weten waar ze aan toe zijn. Een deel van de verantwoordelijkheid ligt wat mij betreft ook bij de consument. Als hij gezonder wil eten, moet hij zelf onderzoek doen. Het moet van beide kanten komen.”

IJbe: “Dat is waar, maar de vraag is ook hoe de consument kan weten wat waar is als het over voeding gaat. Er is veel discussie onder academici over wat goed is en wat niet. Berichtgeving over ons voedsel verschilt daardoor, voor de consument is het volgens mij moeilijk om te weten welke berichten in de media ze kunnen geloven.”

“Ik maak me vooral zorgen over hoe we straks alle mensen op aarde voeden. Hoe zorg je ervoor dat iedereen te eten krijgt, zonder dat je een te grote aanslag op de aarde pleegt? Het liefste zie ik dat men gezonder eet en minder vlees eet. Veel vlees eten heeft invloed op jou als persoon én op de aarde – de hele maatschappij dus. Ik zie daarom wel wat in een vleestax; als je drie keer per dag vlees wil eten heeft dat niet alleen invloed op jouzelf."

Hadyl: Kennis over voedsel moet onderdeel worden van onze algemene kennis

Jullie zijn straks klaar met studeren, wat willen jullie veranderen?


Hadyl: “Ik wil de kloof tussen consument en producent verkleinen. Het lijkt me goed als de producent het voor de consument duidelijker maakt wat er in zijn eten en drinken zit. Wat betekent bijvoorbeeld ‘concentraat’ of ‘koud geperst’? Kennis over voedsel moet onderdeel worden van onze algemene kennis. Voedselonderwijs zie ik dus wel zitten. Ook tv-programma’s als Keuringsdienst van Waarde en Kassa spelen hierin een belangrijke rol.”

IJbe: “Ik zou wel een oplossing willen bedenken voor de eiwittransitie: waar ligt de vervanging voor vlees? Doen we dat met kweekvlees, een overstap naar insecten of met plantaardige eiwitten? Voor mij is dit het meest relevante onderwerp, omdat het over de toekomst gaat.”

Hoe zien jullie de levensmiddelenindustrie over 20 jaar?

IJbe: “Ik denk dat de scheiding tussen bewerkt en onbewerkt voedsel steeds groter wordt. Misschien kunnen we over 20 jaar wel via een app een 3D-printer opdracht geven je avondeten te maken, zodat het klaarstaat als je thuis komt. Elke stroming heeft een tegenstroming, dus waarschijnlijk zal er dan ook een groep mensen zijn die juist zelf voedsel verbouwt. Iedereen moet zijn eigen keuzes kunnen maken en doen waar hij gelukkig van wordt.”

Hadyl: “Ik denk dat we inderdaad nog meer afhankelijk worden van kant-en-klaar voedsel, óf juist meer bewust en met onbewerkt eten bezig zijn. Bovenal zijn in 2050 zo’n 9 miljard monden te voeden, dat vraagt – dwingt – ons op een andere manier met voedsel om te gaan.”

Binnenkort gaan IJbe en Hadyl langs bij een fabriek om al hun kritische vragen te stellen. Vind je het ook interessant om een fabriek te bezoeken? Laat het ons weten via redactie@nederlandvoedselland.nl.

Het gesprek