Internetmythes: van zoetstoffen word je dik
Fred Brouns

Fred Brouns

Emeritus hoogleraar Innovatie Gezonde Voeding, Universiteit Maastricht

Op internet en sociale media klinken veel angstscenario’s over zoetstoffen aannemelijk, maar wat leren de feiten ons? Fred Brouns geeft uitsluitsel over theorieën die vaak worden aangehaald in een gesprek over zoetstoffen. In dit artikel bespreekt hij de mythe dat je dik wordt van zoetstoffen.

Er wordt veel informatie op internet gezet – of het nu klopt of niet – en omdat er nooit wat verwijderd wordt, blijft het er voor altijd op staan. Het gevaar is groot dat valse informatie zo blijft circuleren en als betrouwbare bron wordt gezien.

Deze redenering ging vervolgens ook rond op internet: van zoetstoffen word je juist dik

Hoe een mythe ontstaat

In 2014 concludeerde promovenda Karolien den Akker van de Universiteit van Maastricht naar aanleiding van theoretische overwegingen dat zoetstoffen je aanzetten om meer te eten. Precies het tegenovergestelde dus van wat je intentie is bij het consumeren van lightproducten. Deze conclusie verscheen destijds in het tijdschrift De Psycholoog, en werd vervolgens verspreid via een persbericht waarin het volgende stond vermeld:

“Zodra mensen zoet proeven, worden er signalen naar het brein gestuurd om deze te informeren dat er suiker (en dus energie) aan gaat komen. Het brein geeft vervolgens opdracht om extra insuline af te scheiden. Maar wat gebeurt er als er helemaal geen suiker in het lichaam terechtkomt? De extra insuline weet niet dat het een vals alarm betreft en kan nu niets anders doen dan de bestaande glucose uit het bloed verwijderen. Dit kan leiden tot een lage suikerspiegel in het bloed, wat ervaren wordt als 'zin in eten' of 'honger'. Hierdoor zijn we sneller geneigd op zoek te gaan naar iets lekkers. Zo kan het consumeren van zoetstof dus leiden tot het aanwakkeren van trek en een verhoogde voedselinname, met alle gevolgen van dien.”

Deze redenering ging vervolgens ook rond op internet: van zoetstoffen word je juist dik. In deze blog bijvoorbeeld. Maar, klopt deze redenering wel?

De aanname dat de hersenen vervolgens specifiek ‘suiker verwachten’ is nooit aangetoond

Wat leren de feiten ons?  

De receptoren in je mond nemen zoet waar en geven een seintje aan je hersenen dat er suiker aankomt. Je lichaam reageert daarop door insuline aan te maken.”

Feit: de hersenen nemen via receptoren in de mond en in het spijsverteringskanaal wel zoet waar. De aanname dat de hersenen vervolgens specifiek ‘suiker verwachten’ is nooit aangetoond.

Feit: uit geen enkel onderzoek is ooit gebleken dat niet-calorische zoetstoffen daadwerkelijk leiden tot insulineproductie.

“Alleen er komt geen suiker, waardoor je bloedsuikerspiegel heel laag wordt, wat resulteert in een sterker hongergevoel.” 

Feit: er komt inderdaad geen suiker en geen insuline-afgifte. Dus ook het bloedsuikergehalte verandert niet. De gesuggereerde prikkel op hongergevoel is dus ook niet aanwezig.

“Hierdoor ben je sneller geneigd op zoek te gaan naar iets lekkers, en als je toegeeft aan dit gevoel, kan je last krijgen van gewichtstoename.”

Feit: mensen die ervoor kiezen om kunstmatig gezoete dranken te gebruiken blijken ook andere keuzes te maken die bijdragen tot een kwalitatief betere dagelijkse voeding.

De redenering is gebaseerd op een reeks veronderstellingen resulterend uit onderzoek bij ratten en muizen

Er is geen onderzoek waaruit blijkt dat deze personen op zoek gaan naar “andere zoete verleidingen met calorieën” en daardoor in gewicht toenemen. De redenering is gebaseerd op een reeks veronderstellingen resulterend uit onderzoek bij ratten en muizen. Er bestaan geen feiten uit onderzoek bij mensen die dit kunnen onderbouwen.


EFSA herevalueerde kort geleden de zoetstoffen aspartaam en sucralose. Hierin heeft zij ook onderzoek onder de loep genomen dat stelde dat de zoetstoffen een negatief effecten zouden hebben op de darmflora. Er werd geconcludeerd dat de bacteriële veranderingen in de darm tot een grotere energie-opname (dus tot overgewicht) zouden leiden. Het onderzoek bleek in de prullenbak te kunnen, het onderzoek was wetenschappelijk onacceptabel.


Conclusie: van zoetstoffen word je niet dik.

Voor de liefhebber, zie:

  • Magnusson S. Biological fate of low-calorie sweeteners. Nutrition ReviewsVR Vol. 74(11):670–689. doi: 10.1093/nutrit/nuw032
  • Rogers P et al. Does low-energy sweetener consumption affect energy intake and body weight? A systematic review, including meta-analyses, of the evidence from human and animal studies. International Journal of Obesity (2016) 40, 381–394; doi:10.1038/ijo.2015.177
  • Gibson S.A. Low Calorie Beverage Consumption Is Associated with Energy and Nutrient Intakes and Diet Quality in British Adults. Nutrients 2016, 8, 9; doi:10.3390/nu8010009
  • EFSA scientific opinion on sucralose. Available online: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa

Het gesprek