Kanttekeningen bij overgang naar duurzamer voedselpatroon

Matthijs Smit

redactie, Nederland Voedselland

Dat het voedselsysteem in Nederland verandert staat buiten kijf. Producenten proberen hun ketens bijvoorbeeld te verkorten, efficiënter te produceren met minder hulpbronnen en staan voor opgaven zoals de verschuiving naar een meer plantaardig dieet. Tegelijkertijd maken consumenten zich steeds vaker druk over duurzaamheid en gezondheid, maar ook over hun portemonnee. Hoe speel je daar als sector op in? Nederland Voedselland was te gast bij het door de NZO georganiseerde symposium ‘Duurzaam dieet in Nederland’, als onderdeel van de door de EU gesubsidieerde campagne Climate Change.

De afgelopen decennia is in Nederland fors in de verduurzaming van de zuivelsector geïnvesteerd, maar de maatschappelijke verwachtingen blijven hoog. Daarbij komt dat de thema’s landbouw, voeding en duurzaamheid steeds meer met elkaar verweven raken. ‘De nationale én de internationale agenda vragen steeds meer van ons’, stelt NZO-directeur Oscar Meuffels. ‘Die uitdaging is groot, maar ik denk dat de Nederlandse zuivelsector als geen ander in staat is om hierop in te spelen.’ Verduurzaming staat daarbij ook niet op zichzelf en hij benadrukt dat ‘gezondheid en gezonde voeding nét zo belangrijk zijn’. Drie onderwerpen sprongen eruit tijdens deze informatieve ochtend.

Uitdagingen van de landbouwsector als maatschappelijk probleem

De discussie over een duurzamer en gezonder dieet gaat al snel over minder dierlijke, en meer plantaardige voeding. ‘Vooral in een stedelijke context zie je die wijsheid naar boven komen, dat we met zijn allen minder vlees en zuivel moeten consumeren’, vertelt Joris Lohman, oprichter van Food Hub. Die focus maakt dat er vooral naar de boeren wordt gekeken voor verandering. Dat sentiment wordt vaak versterkt door negatieve media-aandacht over dierenwelzijn en CO2-uitstoot, maar dat ligt genuanceerder. ‘De meeste stedelingen zijn nog nooit op een boerenbedrijf geweest.’ Volgens Lohman creëert dat ‘een volstrekt verkeerd beeld van het werk van boeren’.

Ook melkveehoudster Heleen Lansink-Marissen ziet dat negatieve beeld over haar sector groeien. Om die polarisatie tegen te gaan organiseert zij ‘Dialoog Diners’ bij haar in de buurt. Daar gaat zij in gesprek met boeren en regionale stakeholders over de vragen en verwachtingen die vanuit de maatschappij druk uitoefenen op de boer. Maar ook ontdekt ze tal van kansen die de boer kan verzilveren. Zij gebruikt de diner-setting op constructieve manier met elkaar ontwikkelroutes te verkennen. ‘Het schiet niet op als je gelijk al je belangen op tafel gooit. Maar als je je kwetsbaar opstelt, en de hulpvraag als boer goed weet te verwoorden en te delen, is er veel mogelijk.

De combinatie van duurzaam en gezond wordt niet beloond. Het ontbreekt aan een integrale aanpak die landbouw, voeding en duurzaamheid combineert.

De emoties bij boeren zijn volgens Lansink-Marissen goed te voelen. ‘Er is angst voor de toekomst terwijl er zat boeren zijn die al te graag de maatschappelijke vraagstukken aanpakken’, vertelt ze terwijl de beelden van boze boeren met trekkers aan ons voorbij gaan. ‘We moeten strijden voor een nieuw perspectief, voor nieuwe verdienmodellen, voor nieuwe korte ketens. Maar als je generatie op generatie hebt geleerd hoe je een boerenbedrijf runt en het systeem begint te kraken, en de vraag komt op tafel ‘hoe dan wel?’, dan moeten we daar samen over kunnen nadenken.’ Het gaat volgens Lansink-Marissen niet om de sector of de toekomst van de landbouw, maar om ons hele leefgebied en ons landschap. ‘En dat gaat iedereen aan. Iedereen stopt voedsel in zijn mond, dus iedereen heeft daar een bijdrage aan.’

Innovatiemogelijkheden voor agrarische ondernemers

Als het erop aankomt, zijn boeren volgens Lohman ondernemers met een bedrijf. ‘En ondernemers zijn een beetje eigenwijs’, merkt hij lachend op. ‘Die moet je soms de ruimte geven om ook eigenwijs te zijn. Maar boeren die veranderingen willen aanbrengen in hun bedrijfsvoering, weten vaak niet welke economisch rendabele modellen mogelijk zijn. Ik heb het gevoel dat we in de voedseltransitie te veel bezig zijn met het ideale eindbeeld, terwijl die stap nog heel ver weg is. Dat maakt het vaak lastig om praktisch na te denken over stappen voor het bedrijf nu.’

Lohman vindt het daarom belangrijk boeren te ondersteunen in het bedienen van de markt. ‘Boeren hebben de middelen en de slimheid, maar misschien niet altijd de marketingkennis om een project in een stedelijke context op te zetten. Net als de stedelijke mensen niet altijd weten wat er wel of niet mogelijk is op het platteland.’ Met Food Hub probeert hij de twee werelden met elkaar te verbinden. ‘Soms gaat het om praktische dingen zoals het laten installeren van een melktap of het maken van een nieuw product. Maar vaker gaat het over: wat verwacht de maatschappij eigenlijk van ons? Hoe kan ik de boerderij beter organiseren om aan die verwachting te voldoen?’

De gastsprekers tijdens het symposium 'Duurzaam dieet in Nederland' van de Nederlandse Zuivel Organisatie. Van links naar rechts: Stephan Peters (hoofdredacteur van het magazine Voeding Magazine), Heleen Lansink-Marissen (melkveehoudster) en Joris Lohman (oprichter van Food Hub).

Een integrale aanpak voor voeding, duurzaamheid en omgeving

De positie van landbouw in het voedselsysteem zorgt voor wrijving. ‘De behoeftes van de landbouwsector sluiten niet aan op de behoeftes van de voedselsector als het gaat om de transitie naar een meer plantaardig dieet’, stelt Stephan Peters, hoofdredacteur van het magazine Voeding Magazine. Hij verwijst naar nieuwe resultaten van levensmiddelenonderzoeken die hij samen met de Wageningen universiteit uitvoert. De cijfers liegen er niet om: ‘Wil je op dit moment je dierlijke voeding op een gezonde manier met plantaardig vervangen, dan voel je dat als consument in je portemonnee.’

Het lijkt er dus op dat de combinatie van duurzaam en gezond niet wordt beloond. Het ontbreekt aan een integrale aanpak die landbouw, voeding en duurzaamheid combineert, vinden Peters, Lohman en Lansink-Marissen. Boeren moeten naast voedsel produceren ook hun omgeving beheren, maar dat is niet terug te zien in termen van beleid. ‘De grote vraag is hoe we boeren gaan belonen voor het nemen van extra stappen’, zegt Lansink-Marissen. ‘Ik word alleen maar betaald in de hoeveelheid liters die ik aflever aan de fabriek. Maar denk bijvoorbeeld eens aan het vergroten van biodiversiteit: ik heb 50 hectare waarop ik iets met biodiversiteit kan doen. Wat is dat Nederland eigenlijk waard?’

Dit symposium viel samen met de uitgave van het nieuwste rapport van de NZO over de ambities en resultaten op het gebied van een duurzame zuivelketen in Europa. Je kunt het hier lezen.