Live in gesprek met: Thédor van der Vleuten

1048 keer bekeken

Verkeerd management van allergenen is op dit moment de voornaamste reden dat recalls moeten worden uitgevoerd. Daarvan wordt de meerderheid veroorzaakt door foutieve etikettering. Hoe kan dit beter? Op 18 januari gaan Sacha Visser, diëtist gespecialiseerd in voedselovergevoeligheid, en Thédor van der Vleuten, directeur van Dutch Spices, hierover met elkaar in gesprek tijdens een live sessie op de Facebookpagina van Nederland Voedselland.

Het was zijn jongensdroom om uitvinder te worden. 

“Ik wil graag weten hoe dingen werken, kunnen verklaren waarom ik iets zie. Kennis is daarbij belangrijk.” Na de middelbare school koos Thédor van der Vleuten voor de MBO-opleiding Levensmiddelentechnologie, waar hij leerde microbiologische en chemische processen in voeding te doorgronden. Gegrepen door voeding stroomde hij in 1992 vervolgens door naar de HBO bachelor Food marketing in Groningen. 

Tijdens zijn afstuderen kreeg hij een baan als productontwikkelaar. Na twee maanden mocht hij met zijn toenmalig directeur op pad naar klanten en begaf hij zich opeens op het snijvlak tussen bedrijfsvoering, marketing en food, dat waar hij drie jaar lang over geleerd had. Het greep hem, en liet hem niet meer los. “Klanten helpen met innoveren, hun strategie versterken en het vinden van hun toegevoegde waarde, dat vind ik het allerleukste wat er is.” Een echte ambitie had hij na zijn studie niet. “Ik volgde m’n hart en pakte de kansen die op m’n pad kwamen.” Dat waren onder andere nog een post-HBO-opleiding Business Administration and Management (2001) en een Master Food Management (2014).

Klanten helpen met innoveren vind ik het allerleukste wat er is

Innovatie en verbeelding

Sinds 2007 werkt Van der Vleuten bij Epos Specerijen in Nijkerk. “Als kruidenleverancier leveren wij de totale levensmiddelenindustrie van  aardappelen-, vlees- tot koekjes en visbedrijven. Zij werken voornamelijk met commodities [red. een massaal geproduceerde grondstof]. Wij voegen daar 1 tot 5% aan toe, waardoor het product speciaal wordt: een gekruid aardappeltje of een gemarineerd stukje vlees. Dat onderscheidend vermogen aan een klant leveren, dat drijft mij. Daar heb je innovatie en verbeelding voor nodig.” Afscheid van voedingsmiddelentechnologie heeft hij dan ook niet hoeven nemen. “Als ik met klanten tijdens inspiratiesessies op zoek ga naar de toegevoegde waarde voor hun product, betekent dit een stap verder gaan en te kijken naar de behoefte van de klant. Vaak is dit de eindconsument. Ervaring van productontwikkeling, verkoop en innovatie komen hierbij goed van pas om de klant écht te helpen.”

We kregen steeds vaker de vraag of we bepaalde producten glutenvrij konden maken

Het begin: glutenvrije gehaktballenmix

In 2011 was Van der Vleuten betrokken bij wellicht de grootste innovatie van zijn carrière tot dan toe: de oprichting van Dutch Spices, een zusterbedrijf van Epos dat allergeenveilige kruiden- en specerijenmixen, marinades en sauzen produceert. “Bij Epos kregen we steeds vaker de vraag of we bepaalde producten, bijvoorbeeld een gehaktbalmix, glutenvrij konden maken. Twee jaar lang hebben we dat gedaan, telkens op maandagochtend zodat de Epos fabriek in het weekend ervoor grondig schoongemaakt kon worden.

De noodzaak van een allergeenveilige fabriek

Uit de controles op kruisbesmetting bleek dat het behaalde resultaat niet altijd glutenvrij was. "Toen realiseerden we ons dat glutenvrij niet zomaar een marketingtrucje was, maar dat het echt om voedselveiligheid gaat en om welzijn van een grote groep kinderen en volwassenen die te maken heeft met voedselovergevoeligheid. En dat als je het niet in een aparte fabriek doet, je het eigenlijk niet kunt waarmaken." In diezelfde periode raakte Van der Vleuten in gesprek met patiëntenorganisaties en gespecialiseerde diëtisten, via hen hoorde hij het verhaal van de directe doelgroep, de allergische consument. “Onze commerciële insteek maakte toen plaats voor het bieden van toegevoegde waarde, konden wij voeding ontwikkelen waardoor mensen met en zonder voedselallergie samen aan tafel kunnen zitten om een maaltijd te eten? Voeding die veilig, smaakvol, betaalbaar en beschikbaar is?”

“Ons streven was producten ontwikkelen die qua smaak, geur, kleur, prijs en veiligheid vergelijkbaar of beter zijn dan onze niet-allergeenveilige producten.” Het leek een utopie, waar veel onderzoek, afstemming met leveranciers en een gloednieuwe fabriek voor nodig waren. Zes jaar later is Dutch Spices het enige bedrijf in Europa dat alle 24 allergenen elimineert in grondstoffen en eindproducten. Met afnemers in alle omringende landen, hoopt het bedrijf in 2018 verder uit te rollen in heel Europa. Utopie en (jongens-)dromen zijn realiteit.

Het is moeilijk om continu stappen te maken en voor te lopen in voedselveiligheid

Allergenen zijn geen prioriteit

Dat allergenenmanagement op dit moment voor andere bedrijven minder prioriteit heeft, vindt Van der Vleuten niet raar. “Hygiëne, microbiologie, allergenen, minerale oliën… de eisen waar een gemiddeld bedrijf aan moet voldoen zijn zo verschrikkelijk groot, dat het moeilijk is om naast de basiseisen die de wetgever vraagt, continu stappen te maken en voor te lopen in voedselveiligheid.”

Over het aankomende gesprek met Sacha Visser zegt Van der Vleuten: “Ik hoop dat wij erin slagen om een duidelijk en reëel beeld neer te zetten van waar we in Nederland en West-Europa staan op het gebied van allergenenmanagement en waar we naartoe willen.”

Het gesprek