Optimel over hun nominatie voor het Gouden Windei
Ieder jaar deelt foodwatch het Gouden Windei uit aan het meest misleidende product. Het merk Optimel was dit jaar ook genomineerd, maar won de ‘prijs’ niet. Ondanks dat het een lastig onderwerp is, wil FrieslandCampina, het moederbedrijf, wel onze vragen beantwoorden. Hoe komt zo’n etiket tot stand? Hoe voelt het om genomineerd te worden?

Het kwam hard aan bij het team dat verantwoordelijk was voor het etiket van Griekse stijl drinkyoghurt met honing-walnootsmaak. “Het is niet leuk. Wij denken dat we een heel mooi nieuw product hebben gelanceerd, waar de consument enthousiast over is, en dan word je genomineerd voor het Gouden Windei.” De kritiek was met name dat de voorkant van de verpakking doet vermoeden dat er honing en walnoten in het product zitten, maar uit de ingrediëntenlijst blijkt dat er gebruik is gemaakt van aroma’s.

We spreken Marieke Rentmeester, marketing manager bij Optimel; Elly Spies, manager Regulatory Affairs bij FrieslandCampina; en Astrid Bakker, voedingskundige bij FrieslandCampina. De handhavers van de regelgeving en van de presentatie van de producten zitten hier bij elkaar aan tafel.

Aan de andere kant zet het ons ook aan het denken. Waarom zijn we genomineerd en wat hadden we anders kunnen doen?

Hoe werd het nieuws bij jullie ontvangen?

Marieke: “We waren al bekend met de Gouden Windeiverkiezingen. Het is niet leuk om genomineerd te worden, niet in de laatste plaats omdat het veel negatieve energie met zich meebrengt. Aan de andere kant zet het ons ook aan het denken. Waarom zijn we genomineerd en wat hadden we anders kunnen doen?”

Achteraf gezien, vinden jullie dat het product terecht was genomineerd?

Elly: “Qua wetgeving klopt het product wel, we hebben de regels in de wet gehanteerd. Als er gebruik wordt gemaakt van aroma’s en niet van de eigenlijke ingrediënten, dan hoor je het in dit geval volgens de wet een smaak te noemen. Door het woord ‘smaak’ te gebruiken, geef je dus eigenlijk al aan dat er geen gewone honing en walnoot in zitten. Dat hebben we bij dit product precies zo gedaan.”

De vraag is alleen hoe hadden we het product dan moeten noemen?

Ziet foodwatch dan iets over het hoofd?

Astrid: “Nee, wij snappen hun invalshoek wel. Zij zijn er voor de consument en dat is goed. De vraag is alleen hoe hadden we het product dan moeten noemen?”

Marieke: “Het merk Optimel staat erom bekend geen suiker toe te voegen. Dat is belangrijk voor bepaalde groepen gebruikers van het product, zoals diabetici. Hadden we er wel honing ingedaan, dan was dat voor hen problematisch geweest. Dan had het niet meer in de lijn der verwachting van een Optimel-product gepast. We hebben via de klantenservice ook vragen gekregen over de walnootsmaak. Mensen met een notenallergie hebben gebeld of er echt geen walnoten in zitten. Dat is ook een van de redenen dat we dat niet hebben gedaan.

Door die twee met elkaar te willen verenigen, geen suiker toevoegen en een product maken dat wel naar honing en walnoot smaakt, hebben we voor verwarring gezorgd en dat moeten we als fabrikant serieus nemen.”

Zonder de dialoog met organisaties die dit soort campagnes opzetten blijft het een tweestrijd

Hoe kan het in de toekomst anders?

Elly: “Ik vind dat consumentenorganisaties zoals foodwatch met hun campagnes een stapje verdergaan dan de wetgeving, ze benoemen zaken die niet in de wetgeving zijn opgenomen. Het is niet zo dat wij dingen doen die niet mogen. Het is de vraag of de consument het ook zo ziet of dat het vooral foodwatch is die de wetgeving niet streng genoeg vindt. Dat is moeilijk in te schatten. De wetgeving en duidelijkheid voor de consument gaan niet altijd hand in hand. Nu is het zo dat we wet- en regelgeving gebruiken om een akkoord te geven op een product. Steeds meer houden we er ook rekening mee dat een consumentenorganisatie dit anders kan zien. Een stapje bovenop de wetgeving, zogezegd. Daar proberen we rekening mee te houden, maar dat is erg lastig. We willen graag de dialoog aangaan met organisaties die dit soort campagnes opzetten. Met hun argumenten waarom iets in hun ogen niet kan en met suggesties hoe dat dan wel zou moeten kunnen we gerichter advies geven aan marketing. Zonder deze dialoog blijft het een tweestrijd. We leren er dus graag van.”

Wat willen jullie dan graag van ze weten?

Astrid: “Wat zou een betere naam zijn voor dat product, behalve honing-walnootsmaak? Hoe kunnen we duidelijker aangegeven dat de walnoten en honing er niet in zitten? Ik wil ook graag weten hoe die nominaties tot stand zijn gekomen, zijn die uit de consument zelf gekomen?”

Welk dilemma willen jullie aan onze lezers voorleggen?

Astrid: “Was het beter geweest als we wel echte honing hadden toegevoegd, of moet Optimel zonder toegevoegd suiker blijven?”

Het gesprek