‘Plastic is een grondstof, geen afval’
Ferry Piekart

Ferry Piekart

redactie, Nederland Voedselland

Het plastic flesje dat ze in haar handen heeft, is maagdelijk transparant. Geen etiket, geen lijmlaag, geen opdruk. Alleen maar kraakhelder plastic. Zonder enige vervuiling. Perfect te recyclen tot een nieuw flesje. Kraakhelder? Nee, toch niet: heel klein staat er nog steeds een houdbaarheidsdatum op, in kleine zwarte lettertjes. Het lijkt verwaarloosbaar, maar Martine Kruiswijk van Vrumona is onverbiddelijk. ‘Dat moet er ook af.’

Ik krijg een gek soort reageerbuis in mijn handen gedrukt als ik door de Vrumona-fabriek in Bunnik loop. Een reageerbuis van dik plastic, met aan de bovenkant schroefdraad waar je een dop op zou kunnen draaien. ‘Wat is dit?’, wil ik vragen, terwijl ik naar het ding in mijn handen sta, maar dan zie ik bakken vol met dezelfde buisjes een machine in gaan. Het apparaat komt net op gang, en mijn ogen kunnen amper volgen wat er gebeurt: de plastic buizen (zogenaamde preforms) worden verhit en vervolgens in een mal ‘opgeblazen’ tot een PET-fles waar een liter frisdrank in kan. De machine is onderdeel van een productielijn waar plastic buisjes en liters frisdrank in gaan en waar netjes gevulde en geëtiketteerde flessen Crystal Clear uit komen.

Een preform voor een grote frisdrankfles. Zo komen de flessen binnen bij Vrumona. De schroefdraad is al op juiste grootte voor de dop. De rest van de fles moet nog worden 'opgeblazen'.

De snelheid van de machine is fenomenaal. Als het ding eenmaal goed op gang is, kunnen mijn ogen niet meer volgen wat er gebeurt. Ik kan geen individuele flessen meer onderscheiden. De machine wel: die gooit zo nu en dan een fles eruit, die volgens de blaasmachine niet goed is gelukt. Sensoren in het ding houden elke fles vlijmscherp in de gaten.

Martine Kruiswijk

‘Deze machine kan 26.000 PET-flessen per uur produceren’, vertelt Martine Kruiswijk. Ze is specialist duurzame verpakkingen bij Vrumona. Het bedrijf bottelt talloze bekende frisdrankmerken: Pepsi, 7UP, Sisi, Rivella, Royal Club, Sourcy en noem maar op. 

26.000 flessen per uur. En dat is dan maar één van de productielijnen in de fabriek. Wat verderop staat ook een productielijn voor blikjes, en die haalt moeiteloos 80.000 per uur. Het geeft een idee van de enorme hoeveelheid frisdrank die hier wordt geproduceerd, maar óók van de ontstellende hoeveelheid blik en plastic die daarbij nodig is. En vooral plastic is wereldwijd het zorgenkindje. Blik is goed te recyclen en laat zich ook makkelijk uit het afval halen voor recycling. Plastic kun je ook recyclen, maar omdat er zo veel soorten plastic zijn, en het vaak vervuild is, is het veel moeilijker te scheiden. ‘En dat moet wel’, zegt Martine Kruiswijk als we even later zonder oordoppen en haarnetjes aan tafel zitten, met een paar flesjes Sourcy voor onze neus. Het flesje water is van kraakhelder plastic gemaakt. Zonder opdruk, zonder lijmlaag voor een etiket. ‘Zo willen we het hebben’, vervolgt Martine. ‘Deze flesjes kunnen we recyclen – niet tot bermpaaltjes, maar weer tot flesjes. Dat is wat we willen: dat elk gebruikt flesje weer een nieuw flesje wordt.’

Bottle-to-bottle

Bottle-to-bottle noemen ze dat bij Vrumona. Waren we vroeger al blij als plastic überhaupt gerecycled werd, inmiddels ligt de lat hoger: met recycling van gebruikte verpakkingen tot bermpaaltjes nemen we geen genoegen meer. Want weliswaar komt dat plastic dan niet op de vuilstort terecht, en dus ook niet in de oceaan of in de verbrandingsoven, maar de makers van verpakkingen moeten dan nog steeds nieuw, ‘virgin’ plastic blijven gebruiken. De cirkel wordt dan niet rond. 

Beter zou zijn als het plastic van flesjes opnieuw gebruikt kan worden om flesjes van te maken. Het probleem is dat er strenge regelgeving geldt voor plastic dat als verpakking voor voedsel wordt gebruikt. Logisch: je wilt niet dat je maaltijd is verpakt in plastic waar eerst rattengif in zat, of iets anders dat schadelijk voor je gezondheid kan zijn. Daarom zijn er regels die bepalen dat plastic voor voedselverpakkingen alleen mag worden gemaakt van gerecycled plastic dat daarvoor ook dienst deed als voedselverpakking. Dat is makkelijk bij statiegeldflessen: die worden netjes ingezameld en voldoen allemaal aan die eis. Maar als een afvalverwerker plastic uit al ons restafval gaat sorteren, is dat nauwelijks te doen.

Plastic als grondstof

En dus moet er iets gebeuren. ‘Wij zien PET als een grondstof, niet als afval’, zegt Anya Pieroen, hoofd Corporate Affairs bij Vrumona. ‘Een grondstof waar je nieuwe producten van kunt maken. Een grondstof die waarde heeft.’

Dat klinkt goed, maar plastic hergebruiken is niet eenvoudig. Er zijn veel soorten plastic, en die moeten elk op een andere manier worden verwerkt. Koop je een flesje water, dan heb je al drie soorten plastic in je handen: de fles zelf is van PET, de dop van HDPE, en dan is er ook nog een dunne plastic wikkel met opdruk.

‘Dat is allemaal goed te scheiden als je al die flessen netjes terugkrijgt’, zegt Martine Kruiswijk. ‘De recycler vermaalt ze eerst tot kleine stukjes. Dan zijn de fles, de dop en de wikkel meteen los van elkaar. De stukjes wikkel zijn heel licht; die machine blaast die er tussenuit. Vervolgens gebruikt de recycler sink & float om fles en dop te scheiden. HDPE blijft drijven, PET zinkt in water naar de bodem. Zo haal je ze makkelijk uit elkaar.’ Voorwaarde is dan wel dat de gescheiden plastics ook echt schoon zijn. Zit er lijm of inkt op, dan is het te vervuild om tot een nieuw flesje verwerkt te kunnen worden. Op de PET-flessen zelf staan bij Vrumona dan ook geen inkt-opdrukken meer – alle informatie staat op de losse wikkel. Of toch niet? In kleine zwarte lettertjes staat er nog steeds een houdbaarheidsdatum op de flesjes geprint. ‘Die moet er ook af’, zegt Martine. ‘Daar zijn we druk mee bezig. Straks gebruiken we daar geen inkt meer voor, maar laseren we die datum in het flesje.’

Ik ben duurzaam als jij dat wilt.

Statiegeld

Het recyclen van een schone stroom van gebruikt plastic is wel onder de knie te krijgen, maar er gaat een lastiger probleem aan vooraf: hoe krijg je de plastic flessen überhaupt weer terug? ‘Wij zouden willen dat overal statiegeld op zat’, zegt Martine. ‘Want dat werkt. Van onze grote flessen, van een liter of meer, komt 93 procent terug. En daarvan heeft 97 procent keurig de dop erop zitten, zodat die ook hergebruikt kan worden. Dus statiegeld werkt. Maar de kleine flesjes, waar geen statiegeld op zit, gaan verloren. Ook als ze keurig zijn inzameld als plastic afval, want voor flessen mag je alleen materiaal gebruiken dat met zekerheid eerder voor voedsel is gebruikt.’

Diergaarde Blijdorp

Vrumona ontwikkelt zelf allerlei kleinschalige initiatieven om het publiek ervan te doordringen dat PET geen afval is, maar een grondstof met waarde. In Diergaarde Blijdorp in Rotterdam staat een inzamelmachine die bezoekers van de dierentuin daadwerkelijk iets teruggeeft voor een gebruikt flesje: een kortingsbon voor een flesje Sourcy blauw óf een donatie aan een zeeschildpaddenproject op St. Eustatius. Een korte animatie toont de gebruiker hoe PET hergebruikt kan worden, en dat het dus geen afval is, maar een grondstof.

Het project in Blijdorp moet vooral zorgen voor bewustwording rondom PET; één zo’n inzamelautomaat haalt natuurlijk maar een bescheiden hoeveelheid flesjes op. Maar misschien komen dit soort automaten in de toekomst wel op veel meer punten. ‘In Duitsland staan er al heel veel bij pompstations’, zegt Martine.

In Diergaarde Blijdorp heeft een leeg flesje waarde gekregen: je kunt jezelf er een kortingsbon mee cadeaudoen, of een schildpaddenproject op St. Eustatius mee steunen.

Samen met studenten van de Hogeschool van Amsterdam keek Vrumona ook naar allerlei manieren om de plastic flessen van Rivella te verduurzamen. ‘De studenten pitchten ons in teams hun ideeën’, vertelt Martine. ‘Daar zaten mooie dingen bij. Eén team had de zin “Ik ben duurzaam als jij dat wilt” op plastic flessen gezet. Dat vond ik erg mooi.’

De studenten deden zelf onderzoek naar het recyclegedrag van consumenten, en concludeerden daar onder andere uit dat plastic flessen met ‘embossing’ (een reliëf van lijnen of bijvoorbeeld de merknaam in het flesje) door consumenten als duurzamer wordt ervaren dan een glad flesje met alleen een etiket, en dat die flesjes-met-reliëf dus ook sneller op de juiste manier worden ingeleverd.

Als een plastic fles meer de uitstraling van een glazen fles heeft, zijn consumenten misschien sneller geneigd hem net als glazen flessen in te leveren – denken studenten die aan Vrumona ideeën pitchten voor een duurzame Rivella-fles.

DopLabel-fles

Ze ontdekten ook dat glas als duurzamer dan plastic wordt ervaren (glas is inderdaad goed te recyclen, maar heeft wel een hoge CO2-voetafdruk). Dat bracht een team van studenten op het idee om plastic Rivella-flessen een meer ‘glazen’ uitstraling te geven. 

Een ander team kwam met het idee voor een DopLabel-fles: een fles met een vergrote dop. Alle informatie die normaal op een aparte wikkel staat, past in dit ontwerp op de grote dop. Daardoor bestaat de fles nog maar uit twee soorten plastic. De inkt komt weliswaar rechtstreeks op de HDPE-dop, maar de studenten argumenteren dat dat plastic nog steeds recycled kan worden – al kan het dan weliswaar geen verpakking voor dranken of voedsel meer worden. Het toont aan welke dilemma’s plastic met zich mee brengt: een reductie van 3 naar 2 plasticsoorten klinkt goed, maar de consequentie is dat het materiaal van de grote doppen dan niet hergebruikt kan worden voor nieuwe doppen. Volgens de studenten kan er wel tuinmeubilair van worden gemaakt.

Nog een idee van studenten voor Rivella: een fles met een dop die zo groot is, dat alle informatie erop past. Is misschien ook meteen een drinkbeker.

Voor de langere termijn hadden de studenten nog heel anderen ideeën, zoals de Soda Shuffle: een persoonlijke, herbruikbare fles die je kunt vullen bij hervulstations. Een beetje een terugkeer naar de soda fountains uit de 19e eeuw: apparaten in drogisterijen en winkels waar je cola en andere koolzuurhoudende dranken uit kon tappen. Wegwerpplastics worden overbodig in zo’n systeem, en dat roept meteen de vraag op: waarom kunnen we niet gewoon zonder plastic?

Een andere groep studenten introduceerde een persoonlijke, herbruikbare Rivella-fles, die je steeds kunt vullen bij een Rivella-bar. 

Voedselverspilling

‘Stoppen met plastic is niet zondermeer beter’, zegt Martine. ‘Ik herinner me een onderzoek van Roland ten Klooster, hoogleraar verpakkingsontwerp en -management aan de Universiteit Twente, die onderzocht hoe de CO2-balans uitpakt voor winkels die alleen producten zonder verpakking verkopen. En die balans pakte toen slechter uit doordat er meer voedsel werd weggegooid.’

Producten die niet verpakt worden, kun je minder lang bewaren. Dat leidt tot voedselverspilling, en daardoor tot meer productie en meer transport. Plastic is een probleem als het afval is, maar een oplossing als het gaat om bijvoorbeeld CO2-uitstoot.

Voor dranken geldt sowieso dat verkopen zonder verpakking onmogelijk is – of iemand moet het terplekke opdrinken. Natuurlijk zijn er wel alternatieven voor plastic, maar die hebben ook hun nadelen. ‘Als je een bergwandeling gaat maken, neem je geen glazen fles met water mee’, zegt Martine. ‘Dat is zwaar en onhandig. Glazen flessen kunnen ook breken, en dan zit je met scherven. Als er koolzuurhoudende frisdrank in zit, moet een glazen fles heel secuur worden gecontroleerd op afwijkingen, want een klein barstje kan de fles laten exploderen. Bij plastic heb je daar helemaal geen last van. En er zitten ook milieutechnische nadelen aan andere materialen. Blik is goed te recyclen, maar het kost wel veel energie. Een tetrapak kost dan weer weinig energie om te maken, maar is heel lastig te recyclen omdat het uit laagjes bestaat (folie, karton, laminaatlaagje) die lastig uit elkaar zijn te halen. Een tetrapak wordt na recycling nooit meer een tetrapak.’