Transitie naar milieuvriendelijkere verpakkingen gaat niet zonder slag of stoot

Redactie Nederland Voedselland

Bijna twee jaar geleden sloot Nestlé samen met ruim zeventig andere bedrijven en milieuorganisaties het Plastic Pact NL van staatssecretaris Stientje van Veldhoven. Met het ondertekenen van dit verbond, zegden alle ondertekenaars toe op doelstellingen voor het fors verminderen van plastic verpakkingen en meer hergebruik. De deadline? 2025. De multinational moest aan de bak, want een portfolio van ruim tweeduizend merken betekent een hoop pakjes en zakjes waar wat mee moest.

In oorlogstijden is 'pact' een term om een verbond mee te duiden. De optimist kan het Plastic Pact NL ook zo zien: een verbond van bedrijven en organisaties in Nederland dat samenwerkt om wereldwijd plastic in het milieu te bestrijden. Maatschappelijke organisaties en stakeholders waren destijds echter kritisch over de haalbaarheid van de doelen en oprechtheid van de ondertekenaars. Het verplicht de deelnemers nergens toe en er volgen geen sancties als ze het niet halen. Dat was de kritiek van onder andere milieuorganisatie de Plastic Soup Foundation. Dus waarom zouden ze dit verbond serieus nemen?

De bedrijven stellen echter dat ook zij belang hebben bij het oplossen van het plasticprobleem. Een groot belang zelfs, zegt Amber Harms. ‘Ook Nestlé heeft niets aan aangetaste ecosystemen en een uitgeputte planeet. Al die hulpbronnen hebben we nodig om onze producten te kunnen maken.’ Als specialist duurzaamheidsprojecten bij de Nederlandse vestiging van Nestlé houdt Harms zich veel bezig met de productverpakkingen, en is zij betrokken bij initiatieven die moeten bijdragen aan het behalen van ambitieuze doelstellingen. De Zwitserse multinational wil vanaf 2025 een derde minder nieuw plastic - ook wel virgin plastic genoemd - dan nu en alleen nog recyclebare of herbruikbare verpakkingen gebruiken. Met meer dan 2000 merken in het portfolio, zijn dat er nogal wat.

In het begin was plastic een fantastische innovatie. Maar nu zien we ook de keerzijde. Als plastic in het milieu terecht komt, verdwijnt het niet meer.

Plastic is weerbarstig

Bedrijven die consumentengoederen maken en vooral voedingsmiddelenconcerns als Nestlé staan voor een gigantische uitdaging. Want plastic heeft functionaliteiten die niet zomaar in één ander materiaal terug te vinden zijn. Voor het bewaren en transporteren van voedsel is plastic ideaal: het biedt garantie voor de voedselveiligheid en beschermt de producten tijdens het transport, van producent via de supermarkt naar de consument. Sommige producten blijven verpakt in plastic langer vers, waardoor er minder voedsel weggegooid hoeft te worden.

Plastic wordt door sommigen niet voor niets fantastic genoemd. Het is licht, goedkoop, waterdicht, stevig en in allerlei vormen en kleuren te maken. Een verpakking van plastic zorgt ervoor dat onze chips kraakt, koeken knapperig blijven en onze granola crunchy. Zelfs na maanden in de voorraadkast. ‘In het begin was plastic een fantastische innovatie’, zegt Harms. ‘We zien ook de keerzijde nu. Als plastic in het milieu terecht komt, verdwijnt het niet meer. Dat is zorgelijk op meerdere vlakken. Nu plastic afval zich blijft ophopen op stortplaatsen en in onze oceanen, waardoor dieren in het wild in gevaar worden gebracht, is het aanpakken van plasticvervuiling nog nooit zo urgent geweest.’

Ook wanneer het plastic laagwaardig gerecycled wordt, zegt Michiel Roscam Abbing van de Plastic Soup Foundation. Hij noemt als voorbeeld het plastic als grondstof in asfaltproductie. ‘Dat asfalt slijt door gebruik, waardoor plasticdeeltjes in het milieu komen.’

Zoeken naar oplossingen

De oplossingen zijn niet zomaar gevonden, en de tijd dringt. Om grotere stappen te zetten richting de doelen voor 2025, opende Nestlé eind 2018 het Nestlé Institute of Packaging Sciences in Zwitserland. Het onderzoeksinstituut moet verpakkingen van de toekomst gaan ontwikkelen die functioneel, veilig en milieuvriendelijk zijn. Recyclebaar en herbruikbaar, dus. Naast de verpakkingen zelf wordt ook gekeken naar het optimaliseren van de huidige processen en business modellen van Nestlé’s verpakte voedselproducten, zegt Harms. ‘Denk bijvoorbeeld aan nieuwe, slimmere manieren van bezorgen.’ De ideeën die het instituut in Zwitserland ontwikkelt, worden door middel van experimenten op lokaal niveau in de praktijk onderzocht. En voor ’s werelds grootste levensmiddelenconcern dat in 196 landen actief is, zijn er veel lokale contexten om rekening mee te houden.

Een van de ontwikkelingen die onlangs op de Nederlandse markt is geïntroduceerd, zijn portiezakjes kattenvoer gemaakt van één soort kunststof. ‘Voorheen waren de zakjes multilaag verpakkingen, dus kunststof met een laagje aluminium,’ zegt Harms. Dat extra aluminiumlaagje zorgde ervoor dat het voer langer vers bleef. Afvalverwerkers konden die verpakkingen door die verschillende soorten materiaal alleen niet recyclen. Deze nieuwe zakjes wel. ‘Voorheen belandden de zakjes bij het restafval, nu is er een recyclingstroom voor, bij het plastic afval of PMD.’

We willen dat er regels vanuit de overheid komen waardoor bijvoorbeeld hervulbare verpakkingen aantrekkelijker worden. Anders blijft het dweilen met de kraan open.

In de zoektocht naar alternatieven voor plastic onderzoekt het instituut ook productverpakkingen van papier. Voor het cacaopoeder van Nesquik bijvoorbeeld. Klinkt goed, denkt de leek. ‘Maar daar is dan nog wel een barrièrelaagje nodig, als bescherming tegen vocht en zuurstof,’ zegt Harms. ‘Zonder die coating komt de kwaliteit van het product in het geding. En geen consument wil cacaopoeder die gaat klonteren.’ 

Het onderzoeksinstituut van Nestlé doet ook experimenten met hervulsystemen. ‘Consumenten kunnen met eigen bakjes naar de winkel of bestellen producten in herbruikbare bakjes,’ vertelt Harms. Zo kun je in Chili hondenvoer zonder verpakking bestellen en in Zwitserland koffie en kattenvoedsel. ‘Lege bakjes kunnen vervolgens weer bijgevuld worden in de winkel.’ In het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Frankrijk draait Nestlé een pilot met LOOP, een bezorgdienst van levensmiddelen in hervulbare verpakkingen. Of hervulsystemen de oplossing zijn? Harms van Nestlé verwacht in ieder geval steeds meer van dit soort initiatieven. Maar ook dit is ingewikkeld: ‘Het is een hele andere manier van zakendoen en roept veel vragen op, zoals: hoe communiceer je informatie over het product en hoe zit het met de merkbeleving? En, zijn consumenten bereid om straks met tien of meer bakjes naar de supermarkt te gaan?’

Visie en durf zijn een vereiste

De plannen van Nestlé om minder nieuw plastic te gebruiken en alleen nog maar recyclebare of herbruikbare verpakkingen vindt Chris Bruijnes, directeur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) ‘heel goed en hard nodig’. Hij voegt eraan toe: ‘Dit is een van de grootste initiatieven van een multinational. Als zo’n groot bedrijf wat verandert, heeft het direct een grote impact. Alleen hebben ze veel verschillende producten in heel veel landen. Dat maakt het complex.’

Nestlé wil vanaf 2025 een derde minder nieuw plastic dan nu en alleen nog recyclebare of herbruikbare verpakkingen gebruiken. Op dit moment is 87 procent van alle verpakkingen recycle- of herbruikbaar.

Volgens Michiel Roscam Abbing van de Plastic Soup Foundation zijn de initiatieven van Nestlé en verschillende andere multinationals, zoals Coca-Cola en Unilever, lang niet genoeg. ‘Het suggereert dat ze op de goede weg zitten, maar ondertussen mag niks de verkoop in de weg staan en komen er tientallen voetbalvelden vol plastic verpakkingen per dag bij’, zegt hij, verwijzend naar een rapport van de Britse liefdadigheidsinstelling Tearfund. ‘Multinationals leggen nog steeds de verantwoordelijkheid bij consumenten’, gaat hij verder. ‘Consumenten moeten het afval scheiden en organiseren noodgedwongen opruimacties. Maar consumenten gaan voor het gemak als ze de keuze hebben. Zeker ook in de supermarkt. We willen daarom dat er regels vanuit de overheid komen waardoor, bijvoorbeeld, hervulbare verpakkingen veel aantrekkelijker worden. Anders blijft het dweilen met de kraan open.’

De Ellen MacArthur Foundation heeft een studie naar herbruikbare verpakkingen gedaan en ziet veel mogelijkheden. Al plaatst Gerald Naber van de Ellen MacArthur Foundation ook een kanttekening: ‘Om dit in te voeren zullen bedrijven hun manier van werken flink aan moeten passen. Want hoe krijg je dit rendabel? Bedrijven moeten de visie en durf hebben om erin te investeren.’ Toch zal dit nodig zijn, denkt hij, want: ‘Het probleem is dermate groot dat we niet lang meer door kunnen gaan op deze oude voet.’

Statiegeld voor alle plastic verpakkingen

In het jaarlijkse Progress Report van de Ellen MacArthur Foundation, dat vorige week is gepubliceerd, deelt Nestlé haar voortgang. Die voortgang is met name gemaakt op het produceren van plastic verpakkingen die geschikt zijn om te recyclen tot nieuwe verpakkingen - in 2025 moet 100 procent van alle verpakkingen geschikt zijn om te recyclen, in 2019 was dit 87 procent. Inmiddels is ook 66 procent van alle plastic verpakkingen recyclebaar.

Dat plastic verpakkingen in toenemende mate recyclebaar en herbruikbaar zijn, is een ontzettend belangrijke ontwikkeling, maar om daar van te profiteren moeten de verpakkingen na gebruik wel weer ingezameld worden. In Nederland zijn bedrijven die verpakte producten op de markt brengen wettelijk verplicht om mee te betalen aan de afvalverwerking van het verpakkingsmateriaal. ‘Hiervoor betalen wij, net als alle andere fabrikanten, de Afvalbeheersbijdrage voor,’ zegt Harms. 

De uitdagingen zijn complex en sommige oplossingen zijn tegenstrijdig. Er is helaas geen tovermiddel om alle problemen rondom plastic afval in een keer op te lossen.

In hoeverre zou statiegeld verder kunnen helpen? Vanaf 2021 komt er in Nederland statiegeld op kleine plastic flesjes, zoals dat nu al het geval is bij grote flessen. Waarom voeren we die financiële prikkel niet in voor alle plastic verpakkingen? Statiegeld is hoe dan ook een goede manier om hergebruik te stimuleren en te financieren, vindt de Ellen MacArthur Foundation. Volgens Bruijnes van het KIDV wordt het echter ‘razend ingewikkeld’ om statiegeld ook op ander plastic dan flessen te heffen. ‘Het vergt enorme investeringen van supermarkten om alle afval in te zamelen en op te slaan. Dat betekent dat ze meer ruimte nodig hebben en het brengt ook hygiënerisico’s met zich mee.’ Dit is op te lossen, denkt Roscam Abbing van de Plastic Soup Foundation: ‘Bijvoorbeeld door aparte inzamellocaties te openen.’

Naber verwoordt het duidelijk: ‘Het probleem is groter dan veel mensen denken. We moeten veel oplossingen en strategieën tegelijkertijd en op grote schaal inzetten. We moeten serieus werk gaan maken van het verminderen van de hoeveelheid plastic, onder meer door meer hergebruik en onnodige verpakkingen te verwijderen.’

Geen tovermiddel

Dat beseft ook de Zwitserse multinational. ‘Als we niet snel actie ondernemen belandt er in 2040 jaarlijks drie keer zoveel plastic in de oceaan als nu’, zei Veronique Cremades-Mathis, Global Head of Sustainable Packaging bij Nestlé, onlangs. ‘De uitdagingen zijn complex en sommige oplossingen zijn tegenstrijdig. Er is helaas geen tovermiddel om alle problemen rondom plastic afval in een keer op te lossen.’ Vanuit meerdere aanvalsroutes zijn de pijlen gericht op het terugdringen van plastic en verduurzamen van het verpakkingsbeleid. In aanvulling op het onderzoeksinstituut in Zwitserland – dat op volle toeren draait - heeft Nestlé bijna 2 miljard euro gereserveerd voor hoge kwaliteit gerecycled plastic, waarmee zij de doelstelling om een derde van het virgin plastic te vervangen wil halen.

Dit artikel is geschreven met de redactionele ondersteuning van Thessa Lageman.