Veilig eten in Nederland

1451 keer bekeken

Ons gevoel over hoe de voedselveiligheid geregeld is, is van grote invloed op ons algemeen oordeel over de levensmiddelenindustrie en de producten die zij maakt. Afgelopen weken hebben wij de voedselveiligheid in Nederland besproken. We belden met RIVM, zochten uit wat er bekend is over bisfenol in blikjes en bespraken live het grootste risico voor de voedselveiligheid: allergenen. De politiek kreeg de vraag voorgelegd hoe zij kijken naar de verantwoordelijkheden op het gebied van voedselveiligheid, bijvoorbeeld in het geval van een fipronilaffaire. Wat hebben we geleerd over de veiligheid van ons voedsel in Nederland?

Hoe is de voedselveiligheid in Nederland geregeld?

Veilig voedsel betekent dat het product te consumeren is zonder dat je er op de op de korte of de lange termijn ziek van wordt. De regels voor voedselveiligheid en voedselkwaliteit worden op Europees niveau bepaald en zijn voor alle landen van de Europese Unie gelijk. Op basis van de wetenschappelijke bevindingen van de European Food Safety Authority (EFSA) stelt de Europese Commissie regels op. Deze regels zijn vastgelegd in de Algemene Levensmiddelen Verordening.

De Rijksoverheid vertaalt deze regels naar de Nederlandse Warenwet. Alle bedrijven die met levensmiddelen werken, moeten zich hieraan houden. Deze bedrijven zijn ook verantwoordelijk voor het opstellen van hun eigen voedselveiligheidsplannen en kwaliteitssystemen, die door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moeten worden goedgekeurd.

De NVWA is de controlerende en handhavende partij die namens de overheid toezicht houdt op deze bedrijven, door bijvoorbeeld inspecties uit te voeren. Bedrijven laten zich ook controleren door onafhankelijke derde partijen: geaccrediteerde certificerende instellingen. Hiermee maken ze voor afnemers inzichtelijk dat ze een goed functionerend voedselveiligheidssysteem hebben.

Beleidsmatig valt voedselveiligheid onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het Ministerie baseert haar beleid op de adviezen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), net zoals de Europese Commissie dit doet met de adviezen van de EFSA. Het RIVM is een onafhankelijk kennisinstituut dat overheden adviseert op het gebied van volksgezondheid.

Moet de overheid verantwoordelijk zijn voor de voedselveiligheid?

In Nederland draagt iedere schakel binnen de keten verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid; van producent tot leverancier, van verwerker tot supermarkt. De meeste lezers van Nederland Voedselland verwachten daarentegen bescherming van de overheid. Hoe kijkt de politiek zelf naar zo’n crisis als van de zomer waarin de fipronilaffaire de krantenkoppen domineerde? Politieke partijen GroenLinks en SP wilden hun visie op dit vraagstuk met ons delen. Volgens de partijen waren de bezuinigingen van de vorige kabinetten op de NVWA een grote fout.

Het kan ook voorkomen dat er opzettelijk wordt gesjoemeld met producten, dan is er sprake van fraude

Hoe gaat de industrie om met voedselveiligheid?

In Nederland is iedere schakel in de keten verantwoordelijk om een voedselveilig product af te leveren. Bedrijven die met levensmiddelen werken, moeten beschikken over een Hazard Analysis and Critical Control Points-plan (HACCP). Dit plan beschrijft welke risico’s zijn verbonden aan de gebruikte grondstoffen en de manier van werken en welke maatregelen er getroffen moeten worden om de voedselveiligheid te borgen.

Het kan ook voorkomen dat er opzettelijk wordt gesjoemeld met producten, dan is er sprake van fraude. Om dit te voorkomen, wordt er jaarlijks een risicoschatting gedaan waarbij er in kaart wordt gebracht waar zich mogelijk voedselveiligheidsgevaren kunnen voordoen. Hierdoor kan fraude zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd.

Recalls

Toch kan het voorkomen dat er ergens iets misgaat. Bedrijven hebben daarom een back-upplan. In geval dat een product ondanks alles toch een risico vormt voor de consument, wordt het teruggehaald van de markt. Dit wordt ook wel een recall genoemd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een traceringssysteem dat bijhoudt van wie welke grondstoffen zijn ontvangen en aan wie welke eindproducten zijn geleverd. Op deze manier kunnen andere bedrijven in de productieketen snel op de hoogte gesteld worden van een incident.

In de groenten- en fruitsector hebben ze ook te maken met fraude en recalls. Het GroentenFruitHuis, de belangenorganisatie binnen de groenten- en fruitsector, gaat net als andere bedrijven te werk met een crisisteam als de nood aan de man is. Ze werken samen met Food Compass, een stichting die is toegespitst op het monitoren van voedselveiligheid binnen de groente- en fruitstromen in Nederland.

Voor de consument is het lastig te begrijpen als er gesproken wordt in termen van 'blootstelling' en 'veilige dosis'

Gif in eten?

Jaarlijks maakt het RIVM lijsten van stoffen die zij dat jaar gaan testen. Het gaat bij deze testen niet om het aantonen van de aanwezigheid van ‘veilige’ of ‘onveilige’ stoffen, maar om de verhouding tussen blootstelling en veilige dosis. Veel stoffen zijn namelijk pas gevaarlijk wanneer ze in een bepaalde mate in ons eten voorkomen. Zout is bijvoorbeeld geen giftige stof, maar als je thuis het hele zoutvaatje opeet kun je toch behoorlijk ziek worden.

Voor de consument is het lastig te begrijpen als er gesproken wordt in termen van 'blootstelling' en 'veilige dosis'. ‘Een beetje gif maakt niet uit’, klinkt gewoonweg niet gezond. Het is voor de gemiddelde consument lastig te begrijpen hoe dit werkt en of iets een risico is voor de gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan de fipronilcrisis, dat veel groter werd gebracht dan het risico uiteindelijk bleek te zijn. Hoe kan je zulke berichtgeving nou interpreteren als consument?

Daar komt bij dat eten meer is dan alleen brandstof voor ons lichaam. Voedsel heeft ook psychologische en culturele dimensies. Daarnaast heeft eten gezondheidsdimensies. Iedereen vindt gezondheid belangrijk, maar geeft er een andere invulling aan. De een denkt bij gezondheid aan lang leven, de ander aan het kunnen genieten of een gebalanceerd leven leiden. Wetenschappelijk onderbouwde normen en adviezen over voeding zijn vrijwel altijd op een specifieke opvatting van gezondheid gebaseerd en doen dit multidimensionale karakter van eten tekort.

Daarom is het interessant om te zien op welke dimensies op wetenschap gebaseerde voedingsadviezen en -richtlijnen zich richten. Het RIVM zegt bijvoorbeeld dat ons voedsel nog nooit zo veilig is geweest. Wat betreft de voedingswetenschap klopt dat, maar intuïtie gaat niet alleen over cijfers, dus misschien ervaren mensen dit helemaal niet zo. De kloof tussen de wetenschap en de gewone consument wordt hierdoor steeds groter.

BPA is een lichaamsvreemde stof waar veel onduidelijk over is

Bisfenol A (BPA): wat komt er uit de verpakking in ons eten terecht?

Alhoewel er geen sprake is van een recall of crisis, is Bisfenol A (BPA) al langere tijd in de berichtgeving vanwege het vermoeden van een risico voor de voedselveiligheid. BPA is een lichaamsvreemde stof waar veel onduidelijkheid over is. Het wordt voor verschillende toepassingen ingezet, ook voor verpakkingen. Het zit onder andere in de coating van conservenblikjes om oxidatie met het product tegen te gaan. Door de aandacht voor de vermeende risico’s van de stof is er veel onderzoek gedaan naar de toxiciteit van BPA en naar de hoeveelheid BPA. Anton Rietveld van RIVM, voedingswetenschapper Trudy Voortman en Peter Rijnhout van VIGEF vertellen of zij de discussie rondom BPA een storm in een glas water vinden of dat de stof een serieus risico voor de volksgezondheid vormt.

Landbouwgif op de aardbeien

Trouw kopte “Aardbeien zes keer giftiger dan ander fruit door cocktaileffect.” De nuance in deze kop bleek ver te zoeken. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is de laatste jaren sterk veranderd. Voorheen werd er veel gewerkt met breed werkende middelen die álles doden. Tegenwoordig worden selectief werkende stoffen gebruikt: gewasbeschermingsmiddelen die specifiek gebruikt worden voor een bepaalde plaag of ziekte. Deze nieuwe aanpak betekent dat de teler de ene keer moet bestrijden met een beetje van het ene middel, en de andere keer met een ander. Dit is de reden dat er op aardbeien uit Nederland residuen van verschillende stoffen gevonden kunnen worden. “De Nederlandse tuinbouw wil voorloper blijven op het gebied van voedselveiligheid. Dan moet je nieuwe dingen durven doen”, zegt Helma Verberkt van LTO Glaskracht Nederland. Er wordt ook gekeken naar hoe gewasbeschermingsmiddelen in de toekomst niet meer nodig zijn. “Niemand gebruikt graag gewasbeschermingsmiddelen, het liefst zouden we het helemaal niet doen. Maar een teler wil kwaliteit leveren en oogstzekerheid hebben.”

De nuance in de kop bleek ver te zoeken

Over suikers en conserveringsmiddelen

Het is dan wel geen gif, maar door dieetgoeroes worden ook conserveermiddelen gewraakt. Soms zijn ze noodzakelijk voor de voedselveiligheid. Jamproducent Hero legde uit waarom ze ervoor kozen kaliumsorbaat te gebruiken bij hun nieuwe product Hero Minder Zoet. Traditioneel gezien wordt jam met veel suiker gemaakt omdat dat vroeger de enige manier was om het langer houdbaar te maken. Suiker heeft namelijk een conserverende werking.

Een serieus risico voor de voedselveiligheid

Een heel reëel risico voor de voedselveiligheid zijn allergenen in producten. Als je last hebt van een allergie is je lichaam overgevoelig voor veilige stoffen, dat zijn bijvoorbeeld noten, gluten, eigeel, lactose. Mensen kunnen huidreacties krijgen, tintelingen in de mond, benauwdheid, zwellingen; er zijn diverse reacties mogelijk. De wetgeving geeft op het moment nog geen richtlijnen hoe de communicatie over allergenen richting de consument moet worden verzorgd. In een gesprek op Facebook gaan diëtist Sacha Visser, gespecialiseerd in voedselovergevoeligheid, en Thédor van der Vleuten, directeur van Dutch Spices in gesprek over het informeren van de allergische consument.

Charlotte ter Haar is adviseur Levensmiddelenwetgeving en Voedselveiligheid bij Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie. Het is haar persoonlijke missie om voedsel veiliger te maken door allergenenmanagement binnen de hele keten te verbeteren.

Het gesprek