Het verwijt van biodiversiteit

GesponsordAgrifirm

22 mei is de Internationale dag van de Biodiversiteit. De VN riep deze dag in het leven om bewustwording en begrip te scheppen voor de steeds groter wordende bedreiging van biodiversiteit. Maar als we het hebben over “biodiversiteit”, of vinden dat er “iets moet veranderen”, welke oplossingen bedoelen we dan eigenlijk? Dat de landbouwsector een cruciale rol speelt mag duidelijk zijn, maar wat verwachten we van boeren, en is het terecht alleen hen aan te spreken? Tijd voor een gesprek met de experts.

Thea van Beers

Biodiversiteit blijkt een breed begrip. Om een idee te krijgen wat het voor boeren inhoudt, zocht ik de hulp van Thea van Beers, onderzoeker bodem en biodiversiteit bij Agrifirm. Zij adviseert telers in verschillende sectoren over biodiversiteit en vertelde me dat zij vaak spreekt over functionele agrobiodiversiteit (of simpelweg ‘FAB’) – biodiversiteit die een nuttige bijdrage aan de teelt levert. Telers kunnen actie ondernemen om biodiversiteit op hun percelen te stimuleren zodat zij minder corrigerende producten hoeven toe te passen.

Aan welwillendheid geen gebrek, benadrukt Van Beers: ‘Telers willen graag aan de slag. De uitdaging is om het praktisch te maken. Ze willen weg van eeuwige politieke debatten, en willen weten wat ze nú kunnen doen. Mooie voorbeelden genoeg, zoals het gebruik van groenbemesters en speciaal samengestelde akkerranden.’ Volgens Agrifirm zijn telers enthousiast over de mogelijkheden, maar de vraag blijft wat telers aan oogstzekerheid inleveren als zij met FAB aan de slag gaan. En wat krijgen we eigenlijk mee van hun uitdagingen?

Beginnen bij de bodem

Zelf denk ik bij biodiversiteit aan bijen en kevers die over onkruid langs de sloten dwarrelen, maar FAB begint in de bodem. Voor telers is de bodem de basis van hun bedrijf, en dat wordt nog weleens vergeten. Ik vroeg prof. Liesje Mommer ernaar, die het Wageningen Biodiversity Initiative leidt:

We denken bij biodiversiteit aan regenwouden en koralen, maar de biodiversiteit in de bodem is immens. Het is niet alleen een bak met voedingsstoffen, maar een complex levend geheel. Zonder bodem –de klei, de koolstof en stikstof en alle andere mineralen, in interactie met de wormen, mijten en de miljarden soorten bacteriën en schimmels – is er geen landbouw mogelijk.

-Louise Mommer

Door steeds zorgwekkender berichten over het bodemleven zijn veel telers ongerust geworden. Maar dat is niet per se nodig, laat Van Beers me weten, en ligt de oplossing vaak binnen handbereik. ‘Je krijgt soms de indruk dat je alleen met een hele batterij aan onderzoekers en  landbouwproducten iets kunt doen aan je bodem’, vertelt Van Beers. ‘Maar vaak is het een kwestie van teruggaan naar de basis: je grond goed van vocht en lucht voorzien, en veel organische stof in je bodem aanbrengen. En als je je grond zo lang mogelijk bedekt houdt met een groeiend gewas, dan kun je het bijna niet beter doen.’

Te groot risico

Bekeken vanuit productie is de focus op de bodem logisch – anders groeit er niets. Maar kan FAB ook helpen bij het stimuleren van het leven boven de grond? Van Beers merkt op dat waar het ondergrondse ecosysteem een direct nut heeft voor planten, er bovengronds minder voorspelbaarheid is. En vaak is het ook bewerkelijker. ‘Als een teler een akkerrand inzaait, voedt hij de insecten die daarop leven. Maar niet alleen de nuttige insecten; een teler zal zich ook afvragen of hij zijn plagen in toom kan houden’, stelt Van Beers. ‘Dat is een risico dat niet elke teler aandurft.’

‘Je kunt niet altijd van telers verwachten dat zij hun inkomen op het spel zetten. De paar honderd euro per hectare extra die je moet uitgeven aan biodiversiteit valt niet meteen terug te verdienen.’

– Thea van beers

Het experimenteren met bovengrondse FAB is iets waar bij telers nog veel terughoudendheid en minder ervaring is. Voorheen konden telers een plaag afwachten en ingrijpen met een chemisch middel. Nu zullen ze heel zorgvuldig moeten monitoren en een afweging maken of de akkerranden en beestjes die ze inzetten genoeg zijn om de oogst te beschermen. ‘De tijd van de “quick fix” is echt voorbij’, vindt Van Beers. ‘Maar de voorwaarde is wel dat wij telers het gereedschap kunnen bieden om te voorkomen dat een plaag uit de hand loopt.’ En dat gaat steeds beter, van de ontwikkeling van biodiversiteitsmonitors tot het inzetten van een buitendienst die steeds meer kennis heeft en telers helpt in hun specifieke situatie.

Conflicterend verwachtingspatroon

Toch krijgt de consument uit verschillende hoeken het idee dat er te weinig gebeurt. We zien te weinig  insecten en hebben het idee dat er te veel bestrijdingsmiddelen worden ingezet. Volgens Pascal Philipsen, regiomanager Zuid-Nederland bij Timac Agro, is er een vreemde paradox gaande: we willen voedsel van perfecte kwaliteit, tegen de laagste prijs, terwijl we ook verwachten dat de landbouw in perfecte harmonie met de natuur plaatsvindt.

Als burger willen we een fraai landschap om van te genieten. Maar als consument willen we goedkoop voedsel. Het is lastig om daar als voedselproducent aan te voldoen. Maar als boeren álle eisen zouden doorvoeren die menig ngo of burger verwacht, zijn ze terstond failliet.

– Pascal philipsen

Van Beers pleit daarom voor betere informatievoorziening over de mogelijkheden voor telers om biodivers te (blijven) boeren. ‘Er zit een acceptatiedrempel voor consumenten – zij moeten op een gegeven moment accepteren dat er een plekje op een appel kan zitten, omdat er anders preventief gespoten moet worden.’

Bovengrondse biodiversiteit is voor mij en andere consumenten het meest tastbaar. Aan een akkerrand kun je gemakkelijk zien of een boer zich ermee bezighoudt, zo is de gedachte. Ondertussen moeten telers zich bewegen tussen wat er met FAB mogelijk is, en wat hun inkomen toelaat. De markt blijft de prijs drukken en de overheid de eisen opvoeren. Voor Van Beers en de telers die zij adviseert is het een spannende tijd, waarin het systeem steeds weer onder de loep genomen wordt.

Verwijten dat het niet opschiet heeft geen zin; buitenstaanders als ik kunnen zich beter afvragen: hoe helpen we zélf mee aan biodiversiteit in het voedselsysteem?

Storymaker

Hoe een klein land groot kan zijn

Voedselproductie, dat is waar ons kleine land groot in is. Toch zullen we nog veel grootser moeten denken voor een duurzame toekomst. 

Wij vertellen over de zoektocht van de sector. Eerlijke verhalen over kleine en grote stappen, en over misstappen. We kijken buiten de grens, in ons land, en bij ons thuis.

Ook interessant
Portret: Job de Boo