Wat krijgen we na klavertjes en vinkjes?
Marian Geluk

Marian Geluk

Directeur, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI)

1265 keer bekeken

Eerst was er het Klavertje. Dat verdween in 2010. Toen kregen we in 2011 het Ik Kies Bewust-logo, dat onder publieke druk veranderde in het tweekleurige Vinkje. Waar in 2016 een punt achter werd gezet. En nu zijn maatschappelijke partijen onder leiding van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bezig om te verkennen hoe een nieuw voedselkeuzelogo eruit zou moeten zien. Zo op het eerste gezicht lijken we daarbij nog niet veel van het verleden te hebben geleerd. Snel ‘kleur bekennen’ lijkt belangrijker dan de opties goed afwegen. Dat is een gemiste kans. Hoe kunnen we consumenten nu uitleggen dat dit logo hen écht kan helpen – zonder eerst alle voor- en nádelen van de verschillende opties goed bekeken te hebben?

Het is tijd voor een doordacht voedselkeuzelogo

Even terug naar het begin. Om overgewicht terug te dringen tekende de FNLI vorig jaar samen met meer dan zeventig partijen het Nationaal Preventieakkoord. Daarmee tekenden alle partijen óók voor de ontwikkeling van een nieuw voedselkeuzelogo. De ambitie: zo’n logo moet de consument daadwerkelijk helpen bij het maken van gezondere keuzes. Het ministerie van VWS nam in het Akkoord een jaar de tijd om een nieuw logo te kiezen. De introductie staat gepland in 2020.

Volgens sommigen duurt dat allemaal te lang. Het CBL (de brancheorganisatie voor supermarkten) en Foodwatch schaarden zich vorig jaar al expliciet achter Nutri-Score. Ook de Consumentenbond koos recent voor Nutri-Score. Een optie waar het Voedingscentrum weer minder mee lijkt te kunnen leven. En laat ik de hand in eigen boezem steken: ook enkele FNLI-leden hebben al een sterke voorkeur.

De ogen zijn natuurlijk ook op de FNLI gericht. Waarom bekennen wij geen kleur? En uiteraard wordt er ook vragend naar VWS gekeken: wat gaat het nu worden?

Het antwoord van de FNLI is heel eenvoudig: als we nu kiezen, dan vergeet je dat je een logo maar één keer goed kunt invoeren. En als we over overduidelijke nadelen niet goed hebben nagedacht, kunnen we waarschijnlijk over twee jaar de voedselkeuzelogocarrousel opnieuw in gang zetten. Als we het samen doen, is er kans van slagen. En gelukkig lijkt het ministerie van VWS ook op dit spoor te zitten.

Lastig kiezen

Het lijkt zo makkelijk. In andere landen worden al diverse voedselkeuzelogo’s gebruikt. Even kiezen, misschien nog wat testen, en klaar. Zou je denken. Maar de praktijk is weerbarstiger. Er zijn drie serieuze opties die we moeten verkennen: de in Frankrijk ontwikkelde Nutri-Score, het Britse gekleurde verkeerslicht en een nationaal Schijf van Vijf-logo (geïnspireerd op het Zweedse Keyhole). Ze hebben alledrie voor- en nadelen. En bij de nadelen gaat het dan niet over wat kleine minpuntjes. Bij elk van de logo’s zijn er voorbeelden te vinden van ‘gezonde keuzes’ die dat volgens de vigerende richtlijnen niet blijken te zijn. 

Schijf van Vijf



Een paar voorbeelden, te beginnen met het Schijf van Vijf-logo gebaseerd op Keyhole. Dit logo heeft voor de consument sowieso één groot nadeel: de zichtbaarheid. Door de strenge criteria van de Schijf van Vijf zijn er waarschijnlijk weinig producten die in aanmerking komen voor het logo. Dus als je er één vindt, heb je een goede keuze te pakken. Maar voor producten buiten de Schijf van Vijf is er geen duiding. En juist bij die producten twijfel je als consument. Welke pastasaus is gezonder, welke kant- en klaarmaaltijd kun je beter kiezen? Het grote voordeel van het Schijf van Vijf-logo is natuurlijk dat het volledig in lijn is met de nationale voorlichting over voeding en dat er uitgebreid gekeken is naar beste keuzes in het Nederlandse voedingspatroon. Dat werk goed in de communicatie.

Nutri-Score



Kijken we naar Nutri-Score, dan wringt daar juist de schoen. Het van oorsprong Franse voedselkeuzelogo laat aan de hand van een stoplichtkleur en een letter in een oogopslag zien of het product bijdraagt aan een gezonde voeding. Een groene A scoort het hoogst qua gezondheid; terwijl een rode E het laagst scoort. We weten dat veel keuzes in een fractie van een seconde worden gemaakt, en dan is een simpel logo zoals Nutri-Score, dat op alleproducten staat, wellicht effectief. De score zelf is een optelsom van de positieve én negatieve eigenschappen van het product. Handig voor de eerste oogopslag, maar daardoor kun je er als consument niet de vinger op leggen wat nou precies goed en minder goed is aan een product. Je moet het doen met de uitkomst van die optelsom. En die optelsom wijkt op belangrijke punten af van de Schijf van Vijf: zo scoren karnemelk en een aardbeienmelkdrank met suiker allebei een groene B, terwijl je zou denken dat de aardbeienmelkdrank vanwege de toegevoegde suiker lager scoort dan karnemelk. Volkoren pasta en witte pasta scoren allebei een groene A (terwijl volkoren de voorkeur heeft volgens de voedselrichtlijnen). Met dit logo kun je dus weliswaar makkelijk kiezen, maar wáár je voor kiest is niet altijd duidelijk. 

Verkeerslichtlogo



Voor de consument die bijvoorbeeld op zout wil letten, is het Britse verkeerslichtlogo effectiever. Zo’n verkeerslichtlogo is transparant: het laat immers naast een indicatieve kleur exact zien hoeveel suiker, zout of (verzadigd) vet een product bevat. Maar je ziet als consument alweer niet in één oogopslag of iets gezond is. Een blikje frisdrank dat rood scoort op suiker, maar groen op verzadigd vet en zout: wellicht lijkt dat gezonder dan het is. Het logo houdt geen rekening met voedingstoffen waar we juist wél wat meer van zouden kunnen eten, zoals bijvoorbeeld voedingsvezels of onverzadigde vetten. Een product als olijfolie scoort rood op vet en verzadigd vet – ondanks zijn gezonde onverzadigde vetten. 

Niet nog een voedselkeuzelogo-exit

Kortom: genoeg stof tot nadenken. En daarmee komen we bij het door het ministerie geleide proces. Er komt een consumentenonderzoek waarin bovenstaande opties, en wellicht nog varianten hierop, onder begeleiding van wetenschappers worden getest. Ook worden de verschillende logo’s voedingskundig nog een keer goed bekeken. Waar zitten de ‘rare zaken’ – en zijn dit maar een paar uitzonderingen, of zit er daadwerkelijk iets onlogisch in hoe gezonde en ongezonde producten worden gekwalificeerd? En hoe lossen we die onlogica op?

Het ministerie van VWS overlegt ook met andere overheden in Europa. Zo toetst zij wat er daar is geleerd en bespreekt de mogelijkheden om aanpassingen te kunnen doen. Nutri-Score en het Zweedse Keyhole vallen bijvoorbeeld onder het merkenrecht, dus even wat aanpassen aan het uiterlijk of aan de voedingskundige berekening (die aan elkaar gekoppeld zijn) gaat niet zomaar.

Dat keuzejaar dat in het Preventie Akkoord is vastgesteld, is wat mij betreft dan ook hard nodig. Niet dat we daarna het perfecte logo hebben, maar wel een waarvan we met zijn allen kunnen zeggen: hier staan we achter en dit kunnen we uitleggen. Want als dat niet het geval is, dan is dit alles slechts de basis is voor de volgende voedselkeuzelogo-exit en hebben mijn leden voor niets duizenden verpakkingen aangepast. En erger nog: dan blijft de Nederlandse consument verwarder achter dan ooit.