Wat zegt een Japanse manga over de voedingsindustrie?

Redactie Nederland Voedselland

In deze rubriek vertelt iemand die werkt in de voedingssector over het boek dat hem of haar inspireert. Deze week vragen we het aan Ferry Piekart, de hoofdredacteur van Nederland Voedselland.

Op dit moment leest hij een Japanse manga-reeks. De strip draait om een samenleving in een verre toekomst, waar robots en mensen samenleven. Een passage over voedsel zette hem aan het denken over het verborgen karakter van een voedselfabriek. ‘Op verpakkingen zien we Italiaanse mama’s die in grote pannen roeren, of zien we het boerenland. De sensatie van de fabriek wordt achterwege gelaten – het moet lijken op wat we kennen.’ Hij vraagt zich af waarom we zo sterk de behoefte hebben om voedsel eruit te laten zien zoals we het kennen.

Welk boek inspireert jou op dit moment?

‘Ik ga iets uit onverwachte hoek noemen – maar inspiratie komt vaak op onverwachte momenten. Ik lees op dit moment de Japanse manga-reeks Pluto, getekend door Naoki Urasawa, en gebaseerd op de oude Astroboy-verhalen van Osamu Tezuka. Het is een reeks van 8 delen en ik ben nog niet aan het einde, dus ik weet niet hoe het afloopt. Maar het verhaal draait om een samenleving in een verre toekomst, waar robots en mensen samenleven. Er is ooit een keuze gemaakt om die robots, zowel in uiterlijk als in gedrag, zo veel mogelijk op mensen te laten lijken, zodat de mens de aanwezigheid van (soms superieure) machines makkelijker zou kunnen accepteren. Er zijn een aantal 'superrobots' die zo veel beter zijn dan mensen, dat het ook tegenstand oplevert. De reeks begint met de vernietiging – of moeten we ‘moord’ zeggen? – van één van die superrobots. Plus de moord op iemand die zich bezighoudt met robotrechten. Uiteindelijk is het gewoon een detective-verhaal... maar dan in een wereld vol kunstmatige intelligentie.’

Nederland Voedselland-hoofdredacteur Ferry Piekart.

Hoe heeft deze manga jou geïnspireerd? 

‘Ik vind de ontwikkeling van technologie altijd interessant, en als antropoloog vind ik met name de sociale aspecten van technologische verandering spannend. In het tweede deel van Pluto stuitte ik op een passage die over voeding ging – of beter gezegd over het sociale aspect van eten. De humanoids in het boek pretenderen te eten en te drinken – het is louter gedrag, want ze hebben fysiek geen voeding nodig. Wel een nachtelijk oplaadmoment. De robots schuiven dus aan tafel in restaurants, ‘drinken’ koffie en thee, en doen alsof het allemaal echt is. Voor sommige simpele robots is het een routinematige handeling, maar voor de intelligentere exemplaren, met een bewustzijn, is het iets wat ze niet helemaal kunnen doorgronden. Ze missen de emotie die bij eten hoort. Het volgende gesprekje is daar een mooi voorbeeld van. Het is een gesprek tussen twee zeer geavanceerde superrobots. Eentje ziet eruit als een volwassen man en is de detective die de moord onderzoekt, de andere heet Atom en heeft het uiterlijk van een klein jongetje. Ze zitten in een café en Atom eet een ijsje:

Atom: ‘What’s the matter?’

Detective: ‘Nothing. It’s just that you really seem to be enjoying your ice cream. Compared to you, it probably looks like I’m just pretending to drink.’

‘Well, after pretending all the time, I eventually really got it.’

‘Got what?’

‘Got what delicious really means... I don’t understand the actual sensations people talk about... but I can just kind of feel it.’

‘Incredible...’

Na het lezen van deze passage drong het tot me door hoezeer wij als mensen geneigd zijn om verandering te verpakken in een authentiek jasje. In deze manga-reeks zijn het robots die het uiterlijk van mensen hebben gekregen, in plaats van een uiterlijk dat ze overduidelijk robots maakt. We houden de technologische vernieuwing onder de oppervlakte; uiterlijk moet alles er vooral hetzelfde uit blijven zien. Die lijn kun je eenvoudig doortrekken naar de voedingsindustrie. Productieprocessen zijn compleet veranderd. Een voedselfabriek werkt niet zoals een traditionele keuken, bakkerij of slagerij. Ingrediënten zijn niet altijd meer dingen die je bij wijze van spreken in je tuin kunt plukken; het zijn ook kunstmatige stoffen. Toch laten we het eruitzien alsof het nog steeds dat ambachtelijke product is. Op verpakkingen zien we Italiaanse mama's die in grote pannen roeren, of zien we het boerenland. De sensatie van de fabriek wordt achterwege gelaten – het moet lijken op wat we al kennen. De techniek van 3D-printen met voedsel wordt steeds beter. Straks komt de pizza die je bestelt niet uit de oven, maar uit een printer. En die geprinte pizza zou elke waanzinnige vorm kunnen hebben die je maar kunt verzinnen – maar wedden dat we ’m op een traditionele pizza gaan laten lijken?

Pluto zette me aan het denken waarom we die behoefte zo sterk hebben om dingen uiterlijk te laten zoals ze zijn. Waarom we iets nieuws niet als iets opwindends kunnen presenteren. We maken er iets inferieurs van door de vernieuwing te ontkennen. Net als de robots in Pluto, die gevangen zitten in een lichaam dat gemaakt is om geen aanstoot te geven – maar verder vooral beperkingen met zich meebrengt.’

Het boek dat Ferry Piekart inspireert: de Japanse manga-reeks Pluto. Getekend door Naoki Urasawa, en gebaseerd op de oude Astroboy-verhalen van Osamu Tezuka.

Aan wie zou je dit boek willen uitlenen, omdat hij of zij het echt moet lezen?

Goede vraag... manga moet je liggen. Over het verborgen karakter van de voedselfabriek zou ik met elke eigenaar of directeur van een fabriek willen discussiëren. Maar misschien is dit thema vooral interessant om te bespreken met Piet Dekkers, directeur van Yakult Nederland. Yakult is Japans, net als Pluto. Maar bovenal doet Yakult geen moeite om het industriële aspect van hun product te verbergen. Hun fabriek in Almere kun je als belangstellende gewoon bezoeken. Het zou interessant zijn te horen hoe dat voor hen werkt.’

De volgende keer delen we de boekentip van Thomas Uljee, mede-eigenaar van Meesterbakker Uljee en founder van Tomasu – de enige micro-gebrouwen sojasaus in Europa.