We eten nog te veel vet, suiker en zout. Voldoet het Akkoord?

1844 keer bekeken

“Akkoord leidt tot kleine verbetering van inname zout en suiker’ dat zegt het RIVM in het vorige week verschenen adviesrapport. Hiermee doelt de onderzoeksinstantie op de ambities die de overheid, levensmiddelenfabrikanten, supermarkten en de horeca stelden in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. De doelstelling is om voor 2020 suiker, zout en verzadigd vet in levensmiddelen en gerechten te verlagen, zodat de consument per dag niet meer te veel hiervan consumeert. Het vooruitzicht is dat de ambities niet worden gehaald, hoe komt dat?

Bron afbeelding: FNLI en CBL. Klik hier voor de volledige infographic.

Wat je eerst moet weten over het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (2014)

Het Nederlandse voedselbeleid is erop gericht om de gezonde keuze ook de makkelijke keuze te maken. Onderdeel van het Preventieakkoord, waarin roken, voeding en alcoholgebruik is meegenomen, is het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Deze laatste heeft als doel om het de consument makkelijker te maken niet te veel zout, verzadigd vet en calorieën te consumeren. Voor een gezonder productaanbod (in supermarkt, maar ook door horeca en catering) is een verlaging van zout-, suiker- en verzadigdvetgehaltes in producten nodig.

In 2020 zou een consument die volgens de richtlijnen gezonde voeding eet per dag maximaal 6 gram zout en 10% verzadigd vet consumeren

Wat zijn die ambities?

De ambities die op basis daarvan door de overheid en het bedrijfsleven in het Akkoord zijn bepaald waren als volgt: in 2020 zou een consument die volgens de richtlijnen gezonde voeding eet per dag maximaal 6 gram zout en 10% verzadigd vet consumeren. Daarnaast moest het voor consumenten makkelijker worden om minder calorieën te consumeren, wat betekent dat de energiedichtheid van producten verlaagd moest worden door de reductie van suiker en verzadigde vetten.

Vanwege smaakgewenning mocht de zoutreductie, indien nodig, stapsgewijs, en was het belangrijk dat alle sectoren meededen. Voor een aantal productcategorieën (brood, groenteconserven, vleeswaren en Goudse kaas) waren voorafgaand aan het akkoord al afspraken gemaakt, andere sectoren moesten volgen, waarbij de prioriteit lag bij producten die een groot aandeel hebben in de zoutinname. 

Is het akkoord bindend?

Het Akkoord heeft geen bindende werking, dat betekent dat bedrijven niet verplicht zijn zich aan het Akkoord te houden. Franca Damen schreef eerder op Nederland Voedselland: “Wel worden de gemaakte afspraken per productcategorie, de deelnemers hieraan en de resultaten publiek gedeeld, ook wordt de voortgang in de verbetering van de productsamenstelling gemonitord door het RIVM.”

De belangrijkste punten uit het RIVM-rapport (2018)

Het is nu 2018, dat betekent dat we op twee derde van de looptijd van het Akkoord zitten. Volgens berekeningen van het RIVM consumeert een volwassen Nederlander anno 2018 gemiddeld 8,7 gram zout en 114 gram suiker, dat ligt ruim boven de aanbevelingen. Het RIVM concludeert dat met de afspraken in het Akkoord “slechts kleine stappen gezet worden om de dagelijkse zout- en energie-inname (via suiker) te verlagen” en stelt dat er een “uitbreiding en aanscherping” van de afspraken nodig is om “tot een substantieel lagere zout- en suikerinname te komen”. Werk aan de winkel, dus.

Het is nu 2018, dat betekent dat we op twee derde van de looptijd van het Akkoord zitten

Wat moet er gebeuren?

Daar heeft het RIVM een voorzet voor gedaan, en rekende uit dat als de fabrikanten zich aan de gemaakte afspraken houden, de dagelijkse zoutinname met 0,4 gram en de suikerinname met 2 gram (8 kcal) per dag kan dalen. Als de afspraken worden aangescherpt met een 10% extra verlaging van de gehaltes, kan de inname dalen met 0,7 gram zout en 5 gram (20 kcal) suiker per dag. Dan ligt de inname nog steeds boven de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid. RIVM onderzocht daarom ook aanvullende opties, wanneer de afspraken over zout- en suikerreductie namelijk worden uitgebreid naar meer voedingsmiddelen, waarvoor nu geen afspraken gelden, kan de dagelijkse zoutinname met bijna 1 gram dalen. De zoutinname blijft dan echter boven de maximale norm van 6 gram per dag. De suikerinname kan 9 gram (36 kcal) dalen. 

Met alleen productverbeteringen wordt het doel dus niet gehaald?

Ook met het aanpassen van de samenstelling van producten wordt er nog steeds te veel zout, suiker en vet geconsumeerd. Een gezonde voedselkeuze volgens de Schijf van Vijf is van aanvullend belang om de dagelijkse zout- en suikerinname beperkt te houden, stelt het RIVM. Daarnaast adviseert een commissie onder leiding van het RIVM om te komen tot een nieuw integraal systeem van productverbetering, met per voedingsmiddelengroep een samenhangende set criteria voor zout, verzadigd vet, suiker, calorieën en vezel. ‘Om dit systeem te laten slagen is het belangrijk om draagvlak te creëren door maatschappelijke organisaties en de industrie intensief bij de ontwikkeling te betrekken’, schrijft de commissie in haar advies. ‘Daarnaast is het van belang dat de criteria vanuit de rijksoverheid worden vastgesteld en regelmatig worden aangescherpt. Ten slotte moet een onafhankelijke organisatie bijhouden of producten aan de criteria voldoen.’

Op basis van het huidige akkoord ligt het voortouw nog steeds bij de levensmiddelenfabrikanten

De reacties op het RIVM-rapport

Volgens Jaap Seidell, hoogleraar voeding & gezondheid aan de VU en nauw betrokken bij de gesprekken over het Nationaal Preventieakkoord, zijn de afspraken over zout- en suikerreductie niet afdoende en moeten er aanvullende maatregelen getroffen worden. “Het kabinet moet ook denken aan bijvoorbeeld prijsmaatregelen, afspraken over portiegroottes of beschikbaarheid van ongezonde producten op scholen en in openbare gebouwen,” zo zei hij in NRC. Hij pleit dan ook voor een brede aanpak, waar de politiek het voortouw in moet nemen.

Op basis van het huidige akkoord ligt het voortouw nog steeds bij de levensmiddelenfabrikanten. Het is de vraag of hier op basis van het nieuwe rapport verandering in komt. Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Paul Blokhuis zegt hierover in NRC: “De verantwoordelijkheid om marktpartijen geloofwaardige afspraken te laten maken ligt ook op mijn bordje: liefst doen ze dat vrijwillig, maar als dat niet lukt moet er een tandje bij, desnoods met wettelijke maatregelen.”

Het gesprek