Eten Nederlanders nu meer of minder vlees?

Door talloze artikelen in de media over plantaardige alternatieven, lijkt het weleens alsof Nederlanders massaal afscheid nemen van het stukje vlees. Die gedachte versterken banken met hun marktanalyses, waarin ze vertrouwen uitspreken over de groei van vleesvervangers. Maar denk ook eens aan het supermarktaanbod, met tal van alternatieven voor vlees en de dalende vleesverkoopcijfers in de retail: volgens marktonderzoeksbureau IRI verkochten Nederlandse supermarkten vorig jaar 3,6 procent minder vlees dan het jaar ervoor.

Ondanks de populariteit van vleesminderen, is die daling opmerkelijk. Want Wageningen University & Research concludeerde vorig jaar in een onderzoek voor actiegroep Wakker Dier juist dat de vleesconsumptie juist met één procent steeg. Dus hoe zit het nou: eten Nederlanders meer of minder vlees? 

Bekijk dit vraagstuk vanuit verschillende perspectieven:

Nadia Menkveld

Sector-econoom Food en Agrarisch bij ABN AMRO

In de maatschappij is er grote belangstelling voor vleesmindering. Met name in de media. Dat wekt de indruk dat iedereen in Nederland flink bezig is met het minderen ervan, en dat de markt voor vleesvervangers groot is. Dat beeld klopt niet. Het marktaandeel van vleesvervangers ligt nog maar tussen de 4 en 5 procent – al stijgen de verkopen wel snel: ABN AMRO verwacht voor dit jaar een groei van 15 procent. Die groei betekent alleen niet automatisch een daling van de vleesconsumptie.

Nadia Menkveld
Lees verder

Ondanks de cijfers die de WUR laat zien, denk ik dat we de maximale vleesconsumptie in Nederland wel bereikt hebben.

Dat die vleesconsumptie weer is toegenomen, verbaasde mij wel. Om te beginnen vanwege het verschil met voorgaande jaren. Tussen 2010 en 2015 was er sprake van enige terugloop; in 2016 en 2017 was de vleesconsumptie in Nederland stabiel. Door de toegenomen verkoop van vleesvervangers lag het in de lijn der verwachting dat de vleesconsumptie zou gaan dalen. De stijging in 2018 is dus opvallend. Ook omdat uitkomsten van enquêtes juist laten zien dat de consument vlees wil minderen. Ondanks de cijfers die Wageningen Universiteit & Research laat zien, denk ik dat we de maximale vleesconsumptie per persoon in Nederland en omringende landen wel hebben bereikt. De laatste cijfers van onderzoeksbureau IRI – die de verkoop van vlees in de supermarkten bijhoudt – bevestigt dit: in 2019 daalde de vleesverkoop met 3,6 procent. 

Scenario's voor de toekomst van vleesvervangers

Dat betekent overigens niet per definitie dat de verkoop van vleesvervangers de verkoop van vlees zal passeren. Er zijn volgens mij drie scenario's voor de markt van vleesvervangers. De eerste is dat de verkoop van vleesvervangers zal afnemen na een korte piek, zoals dat ook het geval was bij vruchtensappen. Het tweede scenario: vleesvervangers blijven een nichemarkt, omdat ze vlees nooit helemaal kunnen vervangen. Net zoals bij alcoholvrij bier: de verkoop daarvan zal naar alle waarschijnlijkheid nooit groter worden dan de verkoop van gewoon bier. Omdat het de ervaring niet kan evenaren. Het derde scenario is dat de verkoop van vleesvervangers de verkoop van vlees wel zal overstijgen, zoals nu veel light frisdranken de verkoop van de 'gewone' varianten overstijgen. 

Wat vind jij van het perspectief van Nadia Menkveld?

Jan-Willem Grievink

Foodtrendwatcher bij FoodService Institute

Cijfers over de vleesconsumptie in Nederland vind ik riskant, en eigenlijk niet zo betrouwbaar. Tijdens het invullen van enquêtes zeggen consumenten gemakkelijk iets anders dan ze werkelijk doen. Die antwoorden zijn vaak sociaal wenselijk. Dat komt door het verschil tussen de burger en de consument: de burger zegt graag vlees te willen minderen, maar in werkelijkheid doet de consument dat minder dan gedacht, of helemaal niet. Daarnaast is de consument rationeel wel ontvankelijk voor argumenten als dierenwelzijn en milieu, maar uiteindelijk kiest hij met zijn portemonnee en zijn tong. Niet met zijn geweten. Dat kan de reden zijn dat het beeld van wat we willen eten, en wat er daadwerkelijk op ons bord ligt, niet klopt.

Jan-Willem Grievink
Lees verder

De burger zegt graag vlees te willen minderen, maar de consument doet dat minder dan gedacht. Of helemaal niet.

Etiket op het eetgedrag

Er zijn nog meer redenen dat mensen zich in hun vleesconsumptie vergissen. Misschien doen mensen aan overcompensatie: als ze op maandag geen vlees eten, pakken ze in het weekend uit met extra vlees. Of wellicht aten mensen die zichzelf nu flexitariër noemen altijd al minder vlees, maar plakken ze met die term nu een etiket op hun eetgedrag.

Ook wordt vleesminderen veel groter gemaakt dan het is. We praten er meer over dan dat we er daadwerkelijk minder van eten. Het is een trend; iedereen schrijft erover en veel grote bedrijven gaan erin mee. Mede daardoor groeit vegetarisch eten fors, vooral bij jongeren: generatie Z en millennials. Maar forse groei van een heel klein stukje, betekent dat de afname van het reusachtig grote stuk (de vleesconsumptie) nog amper opvalt. 

Wat vind jij van het perspectief van Jan-Willem Grievink?

Hans Dagevos

Consumptiesocioloog bij Wageningen University & Research

In de hedendaagse eetcultuur is het eten van vlees de norm. De standaard is dat het noodzakelijk, logisch en lekker is. Dat betekent niet dat vleesminderen of vleesloos eten abnormaal is. Sterker nog, in Nederland is de emancipatie hiervan inmiddels zo ver gevorderd dat in veel sociale kringen een flexitarisch of vegetarisch eetpatroon geen issue is. Dat wil niet zeggen dat vleesminderen zomaar de nieuwe standaard gaat worden. De vleesmarkt is enorm vergeleken met de markt voor vleesvervangers; het is een reus versus een dwerg. Dat verandert niet zo snel. De stijgende cijfers van 2018 ondersteunen die gedachte.

Hans Dagevos
Lees verder

De consument let echt niet alleen maar op prijs en gemak. Dat beeld is een karikatuur.

Die cijfers van 2018 waren opvallend, omdat er vanuit diverse kanten in de maatschappij wordt gepleit voor een verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Daarnaast krijgt flexitarisme (vleesminderen) en meer plantaardig eten de nodige aandacht van de media en zijn grote voedingsbedrijven tegenwoordig volop actief op deze markt. In dat licht is het niet vreemd om te vermoeden dat de vraag naar vlees zou afnemen. De stijgende cijfers volgen dus niet een bepaald verwachtingspatroon.

De vleesstijging werd opmerkelijk, nadat het marktonderzoeksbureau IRI melding maakte van een daling in de hoeveelheid vlees die voorbij de kassa's ging. IRI gebruikt harde kassacijfers, terwijl wij het karkasgewicht, de import, de export en de koelhuisvoorraad meten. Daarmee berekenen we aan het einde van het jaar het gemiddelde 'vleesverbruik'. De onderzoekswijze van IRI is een minder omvattende manier van dataverzameling, maar het is prima om verschillende bronnen voor marktvraag naar vlees te hebben. Dat helpt bij het verkennen van de vleesconsumptie en laat zien dat iedere benaderingswijze beperkingen kent.  

Maak van de consument geen karikatuur 

Maar het is zeker niet zo dat je aan de ene kant de burger hebt die alleen maar roept dat het allemaal milieu- en diervriendelijker moet, en aan de andere kant de consument die alleen op prijs en gemak let en verder geen daden bij de mooie woorden voegt. Dat beeld is een karikatuur. Het doet geen recht aan hoe vaak en hoe veel consumenten belang hechten aan hun eten en hoe dat geproduceerd wordt. Consumenten geven echt niet alleen maar sociaal wenselijke antwoorden. Dat is tenminste niet mijn ervaring in het onderzoek dat ik al zoveel jaren doe. Het is wel zo dat verandering in duurzamer en gezonder eten langzaam gaat. De trage verschuiving van minder vlees naar meer groenten en fruit in ons eetpatroon, illustreert dit.

Wat vind jij van het perspectief van Hans Dagevos?

Pauline van den Brandhof

Woordvoerder Albert Heijn

Sinds 2016 hebben we een ruim assortiment van ongeveer honderd vleesvervangers, en die markt groeit sterk. Albert Heijn heeft hierin het grootste aandeel. Zo vind je in ons schap vleesvervangers van ons eigen AH-merk, maar ook van andere bekende merken. Vanzelfsprekend houden we trends en innovaties nauwlettend in de gaten. Zo waren wij de eerste die de inmiddels bekende Beyond Burger van Beyond Meat introduceerden en verkopen wij bijvoorbeeld een algen-quinoa burger.

Pauline van den Brandhof
Lees verder

Tot op heden zijn er nog geen vleesproducten verdwenen om schapruimte te maken voor vleesvervangers.

Lokale vraag en beschikbare ruimte

Het precieze assortiment, de hoeveelheid schapruimte en de plaats in de winkel waar we de vleesvervangers aanbieden, varieert per winkel. Dat hangt af van de lokale vraag (die verschilt zelfs van wijk tot wijk – daar houden wij rekening mee) en de beschikbare ruimte in de winkel. Soms leggen we vleesvervangers bij het vlees-, kip- of visschap. Soms wat verder er vanaf. Ook dat ligt aan de lokale omstandigheden. 

Tot op heden zijn er nog geen vleesproducten verdwenen om schapruimte te maken voor vleesvervangers. In tegendeel. In 2019 verbouwden we 120 winkels waar klanten een veel ruimer assortiment vinden aan verse producten, zoals groente, fruit, kant-en-klaarmaaltijden, brood, banket, vleeswaren, kazen en borrelhapjes.

Naast vleesvervangers, winnen ook vega-producten aan populariteit. Dat is niet zo gek: het aantal mensen dat plantaardig voedsel eet, neemt toe. Klanten vinden bij ons de nieuwste aanwinsten. Denk aan vegan wraps, soepen en salades. We zien dus dat de verkoop van vleesvervangers stijgt en dat we minder vlees verkopen aan consumenten. Dat geldt supermarktbreed. 

Wat vind jij van het perspectief van Pauline van den Brandhof?