Waarom is het vertrouwen zo laag?

Poll

Ruim een derde van de Nederlandse consumenten wantrouwt de levensmiddelenindustrie (bron). Zou dit komen door een aantal voedselschandalen dat breed werd uitgemeten in on- en offline media, zoals die met het paardenvlees? Is er te weinig informatie beschikbaar over gezond en veilig voedsel, of juist te veel? Wat is er aan de hand? Waarom wantrouwen we de producenten van ons voedsel? We vroegen vier partijen naar de redenen voor het lage vertrouwen, en vooral naar manieren om dit vertrouwen te vergroten. 

Jorrit Kiewik

Directeur Youth Food Movement

Dus 30% van de Nederlanders vertrouwt onze levensmiddelen industrie niet? Ja, ik denk dat het eten dat we kopen ontzettend veilig is en dat de industrie efficiënt met haar grondstoffen om kan gaan. Dit zorgt echter niet voor wantrouwen. Ik denk dat dit voortkomt uit dat er in de laatste jaren enorm veel "gebakken lucht" is verkocht. Marketeers zijn als geen ander in staat om consumenten te verleiden met kreten als "puur", "ambachtelijk" en "authentiek". Daar waar deze woorden relevant zijn voor de (vaak) kleine producenten, zijn ze totaal niet van toepassing op de meeste processed foods uit de fabriek. Kijk maar naar de ingrediëntenlijst.

Jorrit Kiewik
Lees verder

Ja, vertrouwen is te winnen wanneer iets begrijpelijk is.

Gelukkig zijn steeds meer consumenten slimmer dan het etiket en draaien ze steeds vaker verpakkingen om. Daarnaast, het eten kan nog zo veilig zijn: wanneer je de namen van ingrediënten niet kunt begrijpen, is het ook maar goed dat je het niet direct vertrouwt. Toch?!

Ik zou de levensmiddelenindustrie dan ook willen uitnodigen om meer aandacht te schenken aan de achterkant van de verpakking, in plaats van de ingrediëntenlijst op een kleine plek weg te werken. Uiteraard is het dan wel van belang dat de gebruikte (vak)termen begrijpelijk zijn, de producenten hebben toch niets te verbergen? Dit is te realiseren door de consument te informeren over wat de termen betekenen, of ze simpelweg te vereenvoudigen. Ja, vertrouwen is te winnen wanneer iets begrijpelijk is. Als de levensmiddelenindustrie inderdaad niets te verbergen heeft, zullen deze stappen zeker niet onhaalbaar zijn.

Wat vind jij van het perspectief van Jorrit Kiewik?

Bob Fennis

Hoogleraar Consumentengedrag, Rijksuniversiteit Groningen

De geschiedenis kenmerkt zich met een aantal cases die voor altijd geassocieerd zullen worden met bepaalde levensmiddelen. Als mensen eenmaal associaties in hun hoofd vormen met een negatieve lading, heeft het geen zin om te zeggen ‘die associatie is er niet’. Ten eerste: die is er wel, en ten tweede: mensen vergeten na verloop van tijd de ontkenning.

Bob Fennis
Lees verder

Tel daar bij op de social media waarop de afgelopen tien jaar berichten als een speer werden verspreid

Het gevolg was de vraag naar meer ingrediënteninformatie. Voedselfabrikanten breidden hun communicatiemiddelen uit en traden actiever naar buiten. De consument die hiervoor in een gelukzalige staat van onwetendheid leefde, moest opeens informatie gaan verwerken over de herkomst en productie van zijn voedsel. Ja, (bijna) al ons voedsel in de supermarkt is op een of andere manier bewerkt. Met de bedoeling de consument beter te informeren, namen voedselfabrikanten het wantrouwen niet weg, maar maakten ze het – ironisch genoeg – juist groter. 

Tel daar bij op de social media waarop de afgelopen tien jaar berichten als een speer werden verspreid, zonder enkele inhoudelijke check. Het is een uitdaging voor de levensmiddelenindustrie om daarop te reageren.

Het wantrouwen is een probleem, maar niet zonder oplossing. Levensmiddelenfabrikanten die het gevoel hebben dat hun product associaties opwekt met een negatieve lading, moeten absoluut blijven communiceren. Het beeld dat wordt geschetst van hun bedrijf of product moet completer worden dan hoe het op dat moment in de spotlight staat. Dit betekent: verantwoordelijkheid nemen voor je acties en tegelijkertijd mensen vollediger inzicht geven in je product, dat waar het voor staat en wat het is. En áls je een uitglijder hebt begaan, kom je er vanuit je maatschappelijke verantwoordelijkheid niet onderuit deze zonder twijfel toe te geven. Dat is ook transparant zijn.

Wat vind jij van het perspectief van Bob Fennis?

Ilse Griek

Directeur foodwatch Nederland

De voedselschandalen buitelen over elkaar heen, en alle signalen wijzen erop dat dit nog slechts het topje van de ijsberg is. Bedrijven houden de ingewikkelde spaghettistructuur in stand die fraude in de hand werkt.

Ilse Griek
Lees verder

Het is aan de overheid om de spelregels te bepalen en de gezondheid van de consument te beschermen

Uit een recente audit van de Europese Commissie bleek de traceerbaarheid bij veel bedrijven onbevredigend, met tekortkomingen van documenten en discrepanties in ingrediënten en hoeveelheden. De Omroep Gelderland concludeerde onlangs dat bedrijven voedselveiligheidsrisico’s niet serieus nemen. Veel bedrijven hebben de eigen veiligheidssystemen niet goed op orde, of handelen tijdens grootschalige voedselschandalen niet conform de wet. Des te schrijnender dat het met de toezicht op de sector zo slecht gesteld is. Er is geen sprake van een preventief systeem dat de fraude voorkomt en de voedselveiligheid borgt, of van strenge effectieve controles door de toezichthouder (NVWA). Zelfs de Europese Commissie noemde het Nederlandse toezicht “oppervlakkig” en “ontoereikend”. 

De obesitasepidemie waarvoor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt, geeft alle redenen voor fors beleid. Maar de overheid trekt zich steeds vaker terug en wil dat de voedingsindustrie haar verantwoordelijkheid neemt voor de gezondheid van haar klanten. Laten we hier eerlijk over zijn: de industrie waakt niet over onze gezondheid. Het primaire doel van bedrijven is winst maken. Dus komt zij met halfslachtige afspraken terwijl zij achter de schermen lobbyt tegen de belangen van de consument in. Zo staken voedselbedrijven EUR 1 miljard in het voorkomen van het verkeerslichtsysteem dat consumenten bewezen helpt bij het maken van gezonde keuzes. Recent kwam aan het licht dat suikerbedrijven wetenschappers betaalden om het publiek te misleiden over de risico’s van suiker en zoetstoffen, en werd het pijnlijk duidelijk dat bedrijven angstvallig alles uit de kast trekken om een suikertaks te voorkomen.

Dat zelfregulering faalt, blijkt keer op keer. Het is daarom aan de overheid om de spelregels te bepalen en de gezondheid van de consument te beschermen. Waar zij hierin tekort schiet, vervaagt de grens tussen marketing en keiharde misleiding. De consument die in de supermarkt een gezonde keuze wil maken, wordt het moeilijk, soms zelfs onmogelijk gemaakt. Voedselfraude, ‘clean labels’ die verdachte e-nummers verhullen (maar ze niet uit het product halen), suiker verstopt in ingrediëntenlijsten onder tien verschillende benamingen, en gezondheidsclaims op ongezonde producten; hoe weet je nog wat je eet?

Zo frustreren voedselbedrijven de inspanningen van de consument die een gezonde keuze wil maken. Zelfs kinderen worden met gerichte kindermarketing aangezet tot de consumptie van junkfood. Dit klimaat voedt het wantrouwen en de boosheid van consumenten, die linksom en rechtsom worden misleid.

Wat vind jij van het perspectief van Ilse Griek?

Carla Dik-Faber

Tweede Kamerlid voor ChristenUnie

Ruim een eeuw geleden werd de eerste waakhond over ons voedsel opgericht. Die had flink wat te doen: melk werd aangelengd met water uit de sloot, brood werd op gewicht gebracht met gips, en koffie bevatte heel veel bruin, maar weinig koffie. Vanuit dat perspectief hebben we vandaag weinig te klagen. Ons voedsel is veiliger dan ooit.

Carla Dik-Faber
Lees verder

Ik wil een hernieuwde kennismaking tussen boer en burger, de kloof tussen producent en consument overbruggen

En toch hebben veel mensen zo hun vragen. Dat kan ik begrijpen. Onnavolgbaar is de weg van grond tot mond. De maaltijd op ons bord heeft vaak duizenden duistere kilometers afgelegd. In de strijd om hogere winstmarges en verkoopcijfers is veel voeding verworden tot vulling. Potjes en kant-en-klaarmaaltijden maken het de consument gemakkelijk, maar de industrie ook. Met 50 verschillende namen voor sluipsuikers verkopen fabrikanten suikerpraatjes. En vlees is vlees, eh… paardenvlees.

Met eten sjoemel je niet. Kijk naar onze land- en tuinbouw en visserijsector, die wereldwijd toonaangevend is. Laat de levensmiddelenindustrie daar geen potje van maken. Ik wil een herwaardering van ons voedsel, eerlijk voedsel voor een eerlijke prijs, ook voor boeren en vissers. Ik wil een hernieuwde kennismaking tussen boer en burger, de kloof tussen producent en consument overbruggen. Want wat is het gaaf om te zien met hoeveel passie ons voedsel wordt geproduceerd. En ik wil voedselonderwijs, waarin kinderen weer leren wat nu echt de smaak is van bieten uit de grond.

Wat vind jij van het perspectief van Carla Dik-Faber?

Waar moet de levensmiddelenindustrie zich nu als eerst op richten?