Zijn meer voedselkilometers altijd slechter voor het klimaat?

Lokaal geproduceerd voedsel is populairder dan ooit. We kopen liever verse eieren of appels bij de boer om de hoek – want dat is een stuk duurzamer dan al dat gesleep met voedsel over de wereld. Toch? Transport veroorzaakt uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dus hoe dichter bij huis ons voedsel geteeld wordt, hoe minder vervuiling er optreedt. Vreemd genoeg is het soms toch beter tomaten uit Spanje te halen dan ze te produceren in eigen land. Volgens onderzoeken speelt transport slechts een kleine rol in de totale uitstoot van voedselproductie. Daarom zou wát je eet, belangrijker zijn dan waar het vandaan komt. Dus klopt het wel dat meer voedselkilometers slechter zijn voor het klimaat?

We vragen het aan vier experts. Bekijk dit vraagstuk vanuit hun perspectieven:

Jaap Seidell

Hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU in Amsterdam

Voedseltransport is slechts een klein onderdeel van de totale uitstoot van voedsel. Lokaal geproduceerd voedsel is dus niet altijd beter voor het milieu. Ter vergelijking kun je denken aan de verschillen tussen plantaardige en dierlijke producten. Veel consumenten denken dat plantaardig per definitie beter, gezonder en duurzamer is. Maar ook dat is niet altijd het geval. In beide voorbeelden is het belangrijk nuances aan te brengen: net zoals plantaardig niet altijd gezonder is dan dierlijk, is lokaal ook niet altijd duurzamer dan voedsel dat van ver komt.

Jaap Seidell
Lees verder

Vraag jezelf eens af: is het echt nodig om aardbeien in december te eten?

Stel, je woont in Zweden en je koopt een tomaat die daar is geteeld. Dat lijkt duurzamer dan een tomaat uit Zuid-Spanje te halen. Maar transport is slechts een van de productiefactoren die tot vervuiling leidt. Zo worden tomaten in Zweden doorgaans in verwarmde kassen gekweekt, terwijl in Spanje de zon voor warmte zorgt. De totale emissie (inclusief transport) van broeikasgassen van Spaanse tomaten is dus lager dan die uit lokale Zweedse kassen. Dus vanuit het oogpunt van duurzaamheid kan een Zweed de tomaat beter uit Spanje later overkomen.

Verder kijken dan voedselkilometers

Maar als je duurzamer wil eten, is het raadzaam om niet alleen naar de afgelegde voedselkilometers te kijken. Duurzaam voedsel gaat niet alleen over de uitstoot van CO2. Het is van groot belang voor de lokale economie, en heeft ook andere milieuvoordelen. Denk aan het groeiende aanbod van seizoensgroente- en fruit die goed in ons klimaat gedijen, waarvoor geen kunstmest, pesticiden en kunstmatige ingrepen nodig zijn om de groei te bevorderen. De teelt van lokaal voedsel gaat mee in het ritme van de natuur. Ik hoop dat consumenten bewust worden van de natuurlijke cyclus, en zoveel mogelijk volgens het seizoen gaan eten. Je kunt je in december afvragen of het echt nodig is om aardbeien in de winter te eten.

Wat vind jij van het perspectief van Jaap Seidell?

Rachelle Eerhart

van de Zuid-Hollandse Voedselfamilies

Het is logisch dat we wereldwijd naar de CO2-reductie moeten kijken. Maar ik hecht niet zoveel waarde aan onderzoeken waaruit blijkt dat lokaal eten niet duurzaam zou zijn als die onderzoeken focussen op slechts één duurzaamheidsaspect. Ik vind dat je lokaal voedsel in een veel bredere duurzaamheidscontext moet plaatsen dan alleen CO2. Dat maakt het definiëren wel complex.

Rachelle Eerhart
Lees verder

'Lokaal' gaat ook over de zachte kant van duurzaamheid: weten waar je eten vandaag komt, de menselijke maat, contact tussen boer en consument.

Voor mij gaat een regionaal voedselsysteem over de korte lijn tussen boer en consument, over transparantie waar het product vandaan komt en hoe het is gemaakt. Je bouwt met elkaar aan een veerkrachtig systeem gebaseerd op waarden als menselijke maat, kwaliteit en duurzaamheid. Zo gaat voedsel over veel meer dan alleen het vullen van de maag. Het gaat over smaak, versheid, koken, je landschap kennen, respect voor de producent, samen eten, lokale economie. De anonimiteit en grootschaligheid verdwijnt. 

Het is een rijk en sociaal systeem dat in mijn ogen kan zorgen voor een verbetering van ieders levenskwaliteit. En juist dat maakt lokaal zo waardevol. Sommige aspecten hiervan zijn lastig te vangen in te meten cijfers. Maar ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat de focus op méér leven(skwaliteit) veel goed doet, in tegenstelling tot de gemiddelde duurzaamheidsaanpak. 

Groei van regionale voedselsystemen 

'Lokaal' is in ontwikkeling en ik ken zeker ook het bezwaar dat het soms leidt tot greenwashing. Een streekproduct betekent niet automatisch dat het ook geproduceerd is volgens bepaalde keurmerken of milieustandaarden. Lokaal eten is bijvoorbeeld niet automatisch biologisch, al denken consumenten dat vaak wel. 

Ik geloof dat door de groei van regionale voedselsystemen uiteindelijk ook de boer sneller zal leren wat voor duurzaamheidswensen de klanten hebben. Als de boer via de korte voedselketen een betere prijs voor zijn product krijgt, heeft hij ook meer ruimte om te investeren in duurzaamheid.

Wat vind jij van het perspectief van Rachelle Eerhart?

Louise Bokhoven

Regisseur Duurzame Landbouw & Voedseltransitie Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland

Als je de CO2-uitstoot wilt verlagen, kun je inderdaad letten op wat je eet. De vleesproductie zorgt bijvoorbeeld voor meer CO2-uitstoot dan de productie van groenten. Maar dat verandert als je een product vergelijkt dat op verschillende locaties geproduceerd is. Een sperzieboon uit Marokko of Egypte heeft bijvoorbeeld een andere foodprint dan een sperzieboon uit Roelofarendsveen.

Louise Bokhoven
Lees verder

Voor de duurzaamste keuze moet je naar de hele keten kijken. En als je alles meeneemt, is lokaal geproduceerd voedsel veruit het beste.

Daarnaast is de CO2-uitstoot niet de enige norm die de duurzaamheid van een product bepaalt. Om dat te bepalen moet je ook kijken naar alle andere voorwaarden voor duurzaamheid. Zoals bijvoorbeeld de uitputting van de bodem, het dierenwelzijn en het watergebruik. Het gaat om het totale plaatje. 

Bij de lokale productie van voedsel zijn er nog meer factoren die de duurzaamheid bepalen. Denk aan het stimuleren van de lokale economie, en de eerlijke prijs die de boer zonder tussenschakels krijgt voor zijn producten. Of aan het sociale aspect door de korte lijnen tussen de boer en de consument.

Meer dan alleen CO2

Door die verbinding staan steeds meer consumenten stil bij de herkomst van hun voedsel, en denken ze beter na over de voedingsproducten die ze het beste kunnen kiezen voor een duurzamer voedselsysteem. Voor de beste keuzes op de weg daarnaartoe moet je naar de hele keten kijken, en jezelf vaker afvragen: Welke afstand legt mijn eten af voordat het op mijn bord belandt? Welke grondstoffen worden er voor de productie van mijn voedsel gebruikt? Hoeveel water is daarvoor nodig? En wie verdient er wat aan? 

Als het kan, kijk dan naar alle aspecten. Dat betekent niet dat ik de CO2-uitstoot bagatelliseer, maar ik wil echt op het hart drukken dat de productie van lokaal eten uit zoveel meer duurzaamheidsonderdelen bestaat dan alleen dat ene onderdeel.

Wat vind jij van het perspectief van Louise Bokhoven?

Hans Dagevos

Consumptiesocioloog bij Wageningen University & Research

Nieuwe initiatieven voor voedselverkoop en boerderijwinkels schieten als paddenstoelen uit de grond. Door de coronacrisis heeft lokaal eten een enorme boost gekregen – het is populairder dan ooit. Toch is het een beweging die al veel langer aan de gang is, alleen is het in deze tijd extra zichtbaar. Mensen zijn het langsgaan bij de boer echt als een uitje gaan zien, om even aan het thuiszitten te ontsnappen. Daardoor ziet de boer plots veel nieuwe gezichten op zijn erf verschijnen van mensen die op zoek zijn naar een nieuwe verbinding: met hun voedsel, maar ook met de maker ervan. De hashtags (zoals #supportyourlocal) die nu circuleren, versterken dat gevoel.

Hans Dagevos
Lees verder

Supermarkten kunnen laten zien dat de voedselproductie niet alleen maar via globale ketens hoeft te lopen.

Mensen kopen lokaal bij de boer om de hoek, omdat het een feelgood-gevoel geeft. Daarnaast zijn ze verzekerd dat de prijs die ze betalen bij de boer belandt. Die gunfactor is belangrijk. Elk streekproduct ook nog eens langs de ecologische meetlat leggen, is interessanter voor de wetenschap dan voor de meeste consumenten.

Een ander groot voordeel van de boerderijwinkel is dat het bijdraagt aan het creëren van een gevoel voor de seizoenen. Op een speelse manier helpt het consumenten na te denken en te leren welke producten er bij een seizoen passen, en welke je in een bepaald jaargetijde het best kunt eten. Zo dragen consumenten indirect bij aan vermindering van milieubelasting.

Meer lokale producten in supermarkten

Lokale voedselproductie zet ook andere schakels in de keten aan het denken, zoals supermarkten. Hopelijk gaan die zich nu meer afvragen waarom ze altijd alles het hele jaar rond door in het assortiment willen hebben. Het zou mooi zijn als supermarkten hun aanbod meer aanpassen naar producten die beter passen bij Nederlandse boeren en ons klimaat.

Die beweging naar meer lokale producten in supermarkten is al begonnen. Maar het krijgt door het coronavirus extra accent. Deze tijd geeft supermarkten de kans om aan een nieuw imago te bouwen. Ze kunnen laten zien dat de voedselproductie niet alleen maar via globale ketens hoeft te lopen.

Wat vind jij van het perspectief van Hans Dagevos?